zondag 29 maart 2026

Preek over Mattheüs 21:1-11

Preek over Mattheüs 21:1-11

Het thema van de verkondiging is: “De intocht van Jezus in Jeruzalem”

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is vandaag de zesde zondag van de veertigdagentijd 2026. De zondag voor Pasen wordt Palmpasen genoemd. Vandaag is het dus Palmpasen 2026. In veel kerken lopen vandaag kinderen in de kerk rond. Ze lopen dan met stokken die versierd zijn met gekleurde slingers. Slingers, ter vervanging van echte palmbladeren. We zijn vandaag de Stille Week ingegaan. Volgende week is het Pasen. Dat is het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Laten we even in gedachten een week teruggaan voor Pasen. En dan naar nog een dag eerder. Dus naar de zaterdag voorafgaande aan Palmpasen. Gisteren dus, op onze kalender.

In Bethanië is Lazarus aanwezig. Het is druk in Bethanië. In Jeruzalem had zich een menigte mensen verzameld vanwege het Paschafeest. Deze menigte is erachter gekomen dat Jezus in Bethanië verblijft. Velen uit die menigte leggen de reis af van Jeruzalem naar Bethanië. En niet alleen om Jezus te kunnen zien. Ze willen ook Lazarus zien. Lazarus was gestorven, maar Jezus heeft Lazarus opgewekt uit de dood. Om een overleden persoon weer levend te kunnen zien, dat is natuurlijk wel heel spectaculair. Kinderen zouden dat ook indrukwekkend vinden. Dat iemand die gestorven was, nu weer leeft. Dat wil je toch gewoon met je eigen ogen kunnen zien.

De opperpriesters zijn geestelijke leiders van het volk Israël. Maar zij zijn niet onder de indruk van de opwekking van Lazarus. Ze hebben al het besluit genomen om Jezus te doden. Zij hebben nu besloten om ook Lazarus te laten liquideren. Het liefst zouden de joodse autoriteiten Lazarus weer willen terugduwen in diens graf. Want vooral vanwege de opwekking van Lazarus zijn de joodse leiders hun greep op Israël nog verder kwijtgeraakt. Veel Joden lopen weg van de joodse leiders. Zij volgen voortaan Jezus. Dat ze dat doen, komt ineens wel heel duidelijk tot uiting in wat er de volgende dag gaat gebeuren.

Jezus brengt de nacht van zaterdag op zondag in Bethanië door. Op zondag gaat Hij naar Jeruzalem. In onze kalender gerekend is dat dus vandaag. Jezus is dus onderweg naar Jeruzalem. Hij komt een grote menigte pelgrims in feeststemming tegen. Enkele pelgrims hebben palmtakken in hun handen. Er is een grote menigte naar Jeruzalem gekomen vanwege het Paschafeest. Tijdens het jaarlijkse Pascha werd de uittocht van Israël uit Egypte herdacht. Daarmee kwam destijds de bevrijding uit de slavernij. Je zou toch mogen verwachten dat alle inwoners van Jeruzalem eerbied betuigen aan de Zoon van God. Dat gebeurt echter niet. Maar de gekomen pelgrims zijn vreemdelingen. Zij zijn wel bereid om eerbied te betuigen aan Gods Zoon. De inwoners van Jeruzalem hadden een goed voorbeeld moeten zijn voor alle anderen. In Jeruzalem staat zelfs de tempel, Gods huis. Daar is het heiligdom van het goddelijk licht. Kunnen we wat leren van de houding van de inwoners van Jeruzalem? Hun houding is niet voorbeeldig. Maar laten we niet boven hen gaan staan.

Bij de mensen die bijeengekomen zijn om het Pascha te vieren, zien we juist wel een grote vurigheid om Jezus feestelijk te onthalen. Ze horen dat Jezus naar Jeruzalem komt. Ze gaan direct naar buiten om Hem te huldigen. De mensen halen Jezus vorstelijk binnen in Jeruzalem. De evangelisten Mattheüs en Markus schrijven dat velen hun kleren op de weg spreiden. Je zou zo’n pad kunnen vergelijken met een rode loper.
Ook spreiden mensen takken van de bomen op de weg, als een soort groene loper over het pad. De evangelist Johannes geeft de naam “Palmzondag” aan dit evenement. Een aantal mensen verwelkomt Jezus met takken van de palmbomen. Daarmee wordt het triomfantelijke karakter van dit tafereel in Jeruzalem beschreven.

In en rond Jeruzalem groeien nauwelijks palmbomen. De mensen hebben de palmtakken dus waarschijnlijk vanuit elders meegenomen. Daarmee kunnen zij Israëls Koning met een groene hulde onthalen. Ze hebben de palmtakken misschien meegenomen vanuit de warmere oostelijke vallei. Of ze hebben de palmtakken nog bewaard van afgelopen herfst. Afgelopen herfst hebben ze het Loofhuttenfeest gevierd. Een loofhut moest namelijk gemaakt worden van takken en bladeren. God had Israël de opdracht gegeven om jaarlijks een week lang het Loofhuttenfeest te vieren. Om zo terug te denken aan de tijd dat God de Israëlieten uit Egypte had bevrijd. En ook moest worden teruggedacht aan het feit dat God het volk Israël 40 jaar door de woestijn heeft geleid naar Kanaän. De Israëlieten moesten tijdens het Loofhuttenfeest opnieuw in een hut wonen. Zo konden ze ervaren hoe afhankelijk ze zijn van God. De Joden vierden tijdens het Loofhuttenfeest dat God voor hen zorgt. De Joden vierden op het Loofhuttenfeest ook dat de laatste oogst van het jaar is binnengehaald. Het was daarom verplicht om vrolijk te zijn tijdens de zeven dagen van het Loofhuttenfeest.

De palm was het symbool van overwinning. Maar in Israël werden takken van palmbomen ook gebruikt voor iets anders. Namelijk om daarmee aan iemand koninklijke macht toe te kennen. De mensen in Jeruzalem gebruiken palmtakken. De mensen die naar Jeruzalem gekomen zijn, zij zien in Jezus hun nieuwe Koning. En ze roepen naar Jezus: “Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heer, Hij is immers de Koning van Israël!” Deze uitroep van lof komt uit Psalm 118. De mensen gebruiken dus woorden uit deze Psalm. Ze erkennen daarmee dat Jezus de Messias is.

De uitroep “Hosanna” is een versterkte gebiedende wijs van het werkwoord “redden”. Dus “Hosanna” betekent: “Red alstublieft!". Maar de uitroep “Hosanna” is ook een begroeting geworden. Het is zelfs een uiting van lof geworden. David en zijn nakomelingen waren koningen van Israël. We weten met welk doel het koninkrijk Israël destijds werd opgericht. Dat doel was dat het een soort voorspel is van het eeuwige Koninkrijk. Het was niet nodig dat David zijn aandacht alleen tot zichzelf zou beperken. Alles wat David heeft gezongen over zijn eigen koningschap, dat alles gaat in vervulling in de grootste Koning uit Davids nageslacht. De grootste Koning is Jezus Christus.

De koning der Nederlanden is koning Willem-Alexander. Als hij ergens op bezoek komt, dan wordt er vooraf veel geregeld door de mensen bij wie hij op bezoek komt. Denk bijvoorbeeld aan Koningsdag. Over vier weken is het Koningsdag. Tegenwoordig bezoekt koning Willem-Alexander op Koningsdag één burgerlijke gemeente. Die gemeente wordt de mogelijkheid gegeven om zich op een centrale plek te presenteren. Die burgerlijke gemeente maakt een looproute voor de koning. Die gemeente kan zich aan de koning presenteren, bijvoorbeeld door muziek te laten horen. Die gemeente kan ook allerlei andere dingen aan de koning laten zien. Denk dan bijvoorbeeld aan historische gebouwen, beeldende kunst, design, sport, techniek, bedrijven, sociale initiatieven, toekomstplannen. De gemeente brengt alles in gereedheid om te zorgen voor een geslaagde Koningsdag voor de koning.

En dan gaat het om een aardse koning. Hoeveel te meer aandacht verdient dan de hemelse Koning? De mensen die met palmtakken Jezus tegemoet kwamen, gaven het goede voorbeeld. Door het bloed van Jezus komen we vrij voor God te staan. Broeders en zusters, bid tot God om het licht van Christus in uw hart. God komt u dan zeker tegemoet.

Al eerder is gebleken dat Jezus door veel landgenoten werd gezien als de beloofde Messias. Dat vanwege de wonderen die Hij gedaan heeft. Hier in Jeruzalem is het enthousiasme duidelijk ingegeven door het nieuws over de opwekking van Lazarus. Opnieuw wordt Jezus het middelpunt van een spontane volksbeweging. Israëls Koning krijgt van de feestgangers een warm onthaal in Jeruzalem. De menigte denkt: “Met deze Koning is het beloofde herstel van het koninkrijk Israël dichtbij gekomen!” De menigte denkt snel verlost te kunnen zijn van het juk van de Romeinen.

Maar Jezus damt alle overspannen verwachtingen van het volk in. Hij doet dat door verder te rijden op een jonge ezel. Jezus heeft dit ezelsveulen door twee leerlingen laten afhalen. Hij neemt plaats op het ezelsveulen. Dit ezelsveulen was samen met zijn moeder meegebracht. Dit dier komt overeen met het ezelsveulen uit de profetie van Zacharia 9. In Zacharia 9 klinkt de boodschap van een heraut die zich richt tot de inwoners van Jeruzalem. Deze heraut wekt de bewoners van Jeruzalem op om de komende koning feestelijk te onthalen. Deze heraut zegt: “Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin”. Dat staat in Zacharia 9. De leerlingen hebben hun kleren op dit ezelsveulen gelegd. De leerlingen hebben hun kleren ook gelegd op de moeder van het ezelsveulen, dus op de ezelin.

Een ezel is geen oorlogsdier. Een ezel kan dienen als een koninklijk rijdier in vredestijd. Jezus is de beloofde Koning van Israël. Alleen benadrukt Hij wel dat Israëls Koning een Vredevorst is. Oorlog maakt veel kapot. Broeders en zusters, streef daarom steeds naar vrede tussen u en uw medemensen. Jezus komt niet met angstaanjagend wapengekletter Jeruzalem binnen. Hij komt wel als een hooggeplaatste. Als een hooggeplaatste die tegelijkertijd uitblinkt in nederigheid. En daarin hebben Zijn leerlingen achteraf de vervulling gezien van de profetie van Zacharia. Ze hadden de vervulling van de profetie niet direct opgemerkt. De leerlingen van Jezus verkeren aanvankelijk in dezelfde roes als de juichende menigte. Maar dat wordt anders nadat Jezus is opgestaan uit de dood. De leerlingen zagen de intocht in Jeruzalem toen in het licht van de opstanding. En terecht. De route van de overwinningsmars van Jezus liep niet via het slagveld. Die overwinningsmars verliep via het kruis. Jezus reed op Zijn ezel namelijk Zijn dood tegemoet. Toch zal Hij op Pasen de grote Overwinnaar worden. Het vorstelijk onthaal in Jeruzalem mag misschien wat voorbarig zijn geweest. Maar achteraf gezien hadden de pelgrims wel terecht gezwaaid met palmtakken. En de pelgrims spreken de waarheid ook. Want Israëls ware Vredevorst verdient inderdaad alle aanbidding.

Bij de intocht in Jeruzalem zijn er twee groepen mensen: één groep mensen die vanuit Jeruzalem Jezus tegemoet kwam en één groep mensen die vanuit Bethanië Jezus achternaliep. De menigte vanuit Bethanië kon uit eigen ervaring getuigen hoe Lazarus uit het graf was geroepen. De menigte vanuit Jeruzalem heeft Jezus vorstelijk ingehaald. Die menigte had namelijk gehoord dat Lazarus uit de dood is opgewekt. Van alle kanten klinkt nu grote bewondering voor Jezus. Zowel voor als achter klinkt in beurtzang: “Hosanna!”. Bij alle feestgangers heerst enthousiasme.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Farizeeën zich hierbij slechts machteloze toeschouwers voelen. De Farizeeën constateren met spijt dat zij de Israëlieten niet meer in de hand hebben. De Farizeeën zien met lede ogen aan hoe ze steeds meer hun greep op het volk Israël verliezen. De Farizeeën zijn zo onthutst, dat ze overdrijven. Ze zeggen: “De hele wereld loopt achter Jezus aan.” Eigenlijk is deze uitspraak van de Farizeeën profetisch. Al hebben de Farizeeën dat zelf niet in de gaten. De Farizeeën kunnen de reddende macht van de Heere niet tegenhouden. Ze krijgen het wel zover dat ze een grote groep mensen overhalen om ervoor te kiezen dat Jezus gekruisigd wordt. Maar God keert deze kwade daad in een bepaald opzicht om in het goede. Want Jezus bewerkstelligt via Zijn kruisdood vrede tussen God en ons.

De opwekking van Lazarus maakte diepe indruk onder veel Joden in Jeruzalem. Daardoor hebben vele Joden hun leiders verlaten. Ze zijn overgegaan naar Jezus. Jezus is de grote Zoon van David. Dat zegt de menigte ook. De menigte die vooropliep en de menigte die volgde. Ze riepen allen: “Hosanna, de Zoon van David!”. Maar hun gedachten over de betekenis van de Zoon van David zijn anders dan die van God. De menigte gaat er vanuit dat het Romeinse gezag direct omvergeworpen wordt. De menigte gaat ook uit van de vestiging van een nationaal-politiek koninkrijk in Israël. De menigte zegt terecht dat Jezus de Zoon van David is. Maar ze moeten beseffen: de Messias komt niet als een oorlogsvoerder naar Jeruzalem. Nee, Hij komt Jeruzalem binnen als een dienaar. Sterker nog: als de goddelijke dienaar die gekomen is om te sterven. Deze dienaar, deze Koning, die is eenvoudig gekleed, dus niet in militaire of koninklijke pracht en praal. Jezus rijdt op een jonge ezel. Dus niet op een oorlogspaard. Hij is zachtmoedig. En Hij is niet oorlogszuchtig. Hij is een Koning aan Wie hulde wordt toegebracht. En Hij is tegelijkertijd een Koning die Zich nederig opstelt. Dit klinkt tegenstrijdig. Het maakt dat geheel Jeruzalem in verwarring gebracht wordt. Het antwoord van de menigte sluit aan bij wat de menigte al eerder zei. De menigte zegt terecht dat Jezus de profeet uit Nazareth is. Maar de menigte begrijpt niet wat dit inhoudt. Want de mensen zien hun Messias enkel als een zegevierende militaire held. Ten onrechte. De triomfantelijke intocht blijkt in werkelijkheid een tragische intocht te zijn. Maar wel een intocht met een heel belangrijk doel. Een doel die toch niet tragisch is. Want het doel van Messias is om een veel belangrijkere verlossing te brengen dan die de menigte voor ogen heeft. Het doel van de Messias is een Koninkrijk met een universele reikwijdte. Een Koninkrijk waar nooit een einde aan komt.

Jezus komt zachtmoedig, rijdend op een ezelsveulen. Zachtmoedig dus. Dat wordt vaak verstaan als zwak. Maar dat is niet terecht. Zachtmoedigheid is hier een bewuste keuze voor geweldloosheid. Wij als mensen, wij zijn vaak geneigd om onze “paarden” op te zadelen. Want we zijn, denk ik, geneigd om altijd te willen winnen van een ander, en om altijd ons gelijk te behalen ten koste van een ander. Jezus leert u en mij: durf op de ezel te gaan zitten. Figuurlijk dan. Dat wil zeggen: durf kwetsbaar te zijn. Jezus heeft niet enkel het comfortabele op het oog. Nee, Hij kiest voor de weg van de liefde, dwars door de weerstand heen. Laten wij dat ook doen. Kies dus zoveel mogelijk voor verbinding met de mensen in uw omgeving. Zoek naar overeenkomsten tussen u en uw naaste. Probeer daar op voort te borduren. Maar kiezen voor de liefde, dat betekent ook dat je de verschillen tussen u en uw naaste accepteert, tenminste als die verschillen geen bedreiging voor het menselijk welzijn vormen. De menigte riep: “Hosanna”. “Red alstublieft”. Laten wij dat ook doen in onze situatie. Bid regelmatig tot God: “Red mij van het verlangen om te heersen over anderen ten koste van een ander.”

Jezus is het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als je van dit brood eet, zul je leven in eeuwigheid. Het brood dat Jezus geeft, is Zijn lichaam. Dat laat Hij zichtbaar zien zodra het Heilig Avondmaal wordt gevierd. Zoals bij u in de kerk a.s. donderdag, op de Witte Donderdag. Jezus heeft Zijn lichaam aan het kruis gegeven, om de wereld het eeuwige leven te geven. Laten we daarop vertrouwen. Dan gaan we als gezegende mensen door het leven. En dan mag u ook deelnemen aan de tafel van de Heere.

Amen.