vrijdag 20 februari 2026

Preek over Exodus 17:8-16

Preek (2026) over Exodus 17:8-16
M. Lock

Thema van de preek: "De HEERE is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek"

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Lange tijd was het elke dag in het nieuws: de oorlog tussen de staat Israël en de Palestijnse organisatie Hamas. Deze oorlog werd wereldwijd tot een flinke splijtzwam. Gelukkig zijn Israël en Hamas inmiddels gekomen tot een vredesakkoord. Dankzij de bemiddeling vanuit Amerika. Hoewel die vrede nog erg broos is. Er waren veel meningen over deze oorlog. De één stond aan de kant van Israël, de ander stond aan de kant van Hamas. Weer een ander stond aan de beide kanten. En weer een ander had geen mening over de oorlog. In onze eerste Schriftlezing vanmorgen lazen we over een andere oorlog, een oorlog tussen twee volken: tussen Israël en Amalek.

In Exodus 17 bevindt het volk Israël zich in de woestijn Sinaï. Het volk Israël heeft 40 jaar door de woestijn Sinaï rondgezworven. Na die 40 jaar kwamen de Israëlieten eindelijk in het land dat door God aan hen beloofd was. Het beloofde land was het land Kanaän. Dat was het land dat overvloeide van melk en honing. Eerder gaf God aan Israël de opdracht om mannen naar het land Kanaän uit te zenden. Die mannen moesten Kanaän verkennen. Die mannen verkenden 40 dagen lang het land Kanaän.

Vervolgens brachten deze verkenners verslag uit over het land Kanaän. Toen zeiden 10 van de 12 verkenners dat het onmogelijk is om het land Kanaän te veroveren. Ze dachten dat de Kanaänieten de Israëlieten zullen verslinden. De 10 verkenners zeiden dat ze reuzen in Kanaän hadden gezien. De Israëlieten hoorden dat. Ze zeiden dat zij en hun kinderen dan ten prooi zullen vallen aan de Kanaänieten. De Israëlieten vertrouwden daarmee niet op God. God had hun beloofd dat Kanaän echt voor hen zal zijn. God straft het volk Israël. Israël moet 40 jaar rondzwerven in de woestijn. En in die woestijnreis is veel gebeurd.

Op een gegeven moment legert het volk Israël zich in Rafidim. We hebben het gelezen in vers Exodus 17:1. In Rafidim stellen de Israëlieten de HEERE op de proef. Er is geen water voor de Israëlieten. De Israëlieten mopperen daarover richting Mozes. De Israëlieten vragen vrijpostig: "Is de HEERE in ons midden, of niet?" Ja, God heeft inderdaad beloofd bij Zijn volk te zullen zijn. Daar wil het volk nu maar eens een bewijs van hebben. Mozes slaat in opdracht van de HEERE met zijn staf op een rots. Vervolgens komt er water uit deze rots. Zo krijgt het volk Israël zijn wens. Direct daarna komt Amalek. Amalek strijdt tegen Israël. Het volk Israël is dan nog steeds in Rafidim. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." (zie vers 8).

Het is Amalek die de strijd aanbindt tegen Israël. Wie is Amalek? Amalek is een kleinzoon van Ezau. Amalek is uitgegroeid tot een groot volk. Het is een volk dat geoefend is in de strijd. Maar Israël is in militair opzicht juist een zwak volk. Een volk dat moe en uitgeput is. Een volk dat zojuist bevrijd is van de slavernij in Egypte. Amalek is dus een afstammeling van Ezau. En juist dat gegeven maakt de strijd tussen Israël en Amalek van groot belang. Israël en Amalek zijn in oorlog met elkaar. Ten diepste dus Jakob en Ezau. Een strijd tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. In feite dus een strijd tussen de kerk en de satan.

Waarom bindt Amalek de strijd aan tegen Israël? Op deze vraag kun je verschillende antwoorden geven. Het lijkt me niet toevallig dat God het volk Israël wil straffen. Dit omdat Israël de HEERE op de proef gesteld heeft. We lezen het vaker in de Bijbel dat er op een zonde een straf van God volgt. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." Een andere oorzaak hiervan is dat Israël door de Amalekieten als een bedreiging wordt gezien. Op zichzelf is Israël een weerloos volk. Toch is Israël wel een groot volk met veel vee. In het gebergte Horeb zijn veel grazige weiden. Het vee van de Israëlieten zouden die weiden dan allemaal kunnen afgrazen. Dat zou een flinke domper zijn voor Amalek.

In Deuteronomium 25 lezen we dat Amalek de achterhoede van Israël aanvalt. Dat is op dus op de zwakste plek. Dat wil zeggen: de Amalekieten vallen de vrouwen van Israël aan en de Amalekieten vallen ook de kinderen van Israël aan. Amalek doet dit bewust. Het is dus niet zomaar een strijd die Israël wel eventjes zal winnen in eigen kracht. Israël is op zichzelf al een zwak volk, en blijkbaar heeft Amalek het ook nog eens gemunt op de zwaksten van Israël.

En is dat ook niet in ons leven, dat de satan ons opzoekt en juist uit is op onze zwakke plek. Daar wil hij ons pakken. Dat is de tactiek van de tegenstander van God. We zien dat ook als de satan met zijn verzoekingen komt. Denk maar aan wat er gebeurde bij Jezus in de woestijn. Jezus heeft 40 dagen niets gegeten. Daardoor heeft Hij honger gekregen. Jezus heeft net als elk ander mens behoefte aan brood. De satan zegt tegen Jezus: "Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat die broden worden." Jezus wordt door Gods tegenstander op de proef gesteld. Maar Hij weerstaat deze verzoeking met Gods Woord: "Er staat geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt." Wij zijn afhankelijk van Gods woorden. In het oude Israël bleek er meer te zijn dan alleen brood op de aarde. Toen God sprak, was brood uit de hemel. Elk mens op aarde moet God dienen. Iedereen moet God op de eerste plaats zetten en niet iemand anders. Gods beloften vragen om vertrouwen. Deze beloften mogen we niet uitproberen. Gods beloften zijn waar. Die zullen altijd uitkomen. Maar dan wel op Gods tijd en wijze. Jezus gehoorzaamt aan Gods Woord. De waarheid van Gods beloften blijkt ook nu: engelen dienen Jezus. Gelukkig heeft Jezus niet gedaan wat de satan zei. Anders zou Hij nooit naar het kruis gegaan zijn. Dan zouden we ook nooit vergeving van onze schulden hebben ontvangen. Jezus gehoorzaamt Zijn Vader. Maar Amalek wil niets van God weten.
Het volk Amalek heeft dus geen ontzag voor God. Het volk Amalek bindt nu de strijd aan tegen Israël. Maar hoe loopt die strijd af? Mozes zegt tegen Jozua: "Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan tegen Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met in mijn hand de staf van God." Dat zegt Mozes. We zien hier dat Mozes op God vertrouwt. Mozes geeft opdrachten aan Jozua. Jozua moet die opdrachten onmiddellijk uitvoeren. Hij krijgt hele belangrijke opdrachten van Mozes. Jozua moet uiteindelijk Mozes opvolgen in het leidinggeven aan het volk Israël. Een uiterst verantwoordelijke taak dus die Jozua te wachten staat.

Jozua doet wat Mozes tegen hem gezegd heeft. Jozua en een aantal andere mannen uit Israël strijden tegen Amalek. Maar Mozes, Aäron en Hur, zij klimmen op de top van de heuvel. Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf ziet op Gods kracht. Het is de staf waarmee God al veel wonderen heeft bewerkt. In Egypte hief Mozes de staf naar boven. Toen werden de Egyptenaren getroffen met vele plagen. En aan de Schelfzee hief Mozes de staf naar boven. Vervolgens kwam er een pad tevoorschijn. Door dat pad kon Israël droogvoets door de Schelfzee gaan. En Mozes sloeg met de staf op de rots. Daarna kwam er water uit de rots. Met deze staf gaat Mozes opnieuw zijn weg. Dat doet hij biddend. Mozes pleit op Gods genade voor het gehele volk Israël.

"En het gebeurde, zodra Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar zodra Mozes zijn hand neerliet, toen had Amalek de overhand." Israël en Amalek zijn met elkaar in oorlog geraakt. Maar Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf is uiteindelijk bepalend voor de afloop van deze oorlog. Mozes heft de staf omhoog. We kunnen ons wel indenken dat dat kracht en inspanning van Mozes vraagt. Om een staf zo'n lange tijd omhoog te houden. Misschien heb je zelf eens geprobeerd om lange tijd je hand omhoog te houden. Dat doet snel pijn. Dat zien we ook bij Mozes.

Maar Mozes weet dat als zijn hand naar beneden gaat, dat dan de strijd tegen Amalek verkeerd afloopt. Aäron en Hur nemen een steen. Mozes kan op die steen zitten. En Aäron en Hur ondersteunen de handen van Mozes; de één aan de ene zijde, de ander aan de andere zijde. Dat doen ze totdat de zon ondergaat. Mozes houdt nu met beide handen de staf van God omhoog. De handen van Mozes worden door God gesterkt. God zorgt ervoor dat Israël de overwinning op Amalek behaalt. Mozes heft zijn handen op naar God. Daarom is de strijd tegen Amalek beslecht (zie vers 13).

"Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man." De naam "Jozua" betekent: "De HEERE is mijn Redder". Jozua verslaat Amalek. Dat doet hij door Gods kracht. God is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek. Beste mensen, gelooft u in de macht van de Heere? De Heere is niet alleen bij machte om een oorlog te winnen. Hij is ook bij machte om het leven van jongeren en van ouderen te vernieuwen. Hij is bij machte om uw zonden te vergeven. De Heere is de Enige, Die u kan bevrijden van uw zonden. Vertrouw daarop, gemeente. God biedt u Zijn genade aan. Laat die genade niet links liggen. Want alleen deze genade is uw eeuwige redding. Gods genade is er alleen in Zijn Zoon, in Jezus dus.
En als je nu iets van de genade van God hebt begrepen, dan weet je hoe de satan bezig is te proberen om je af te leiden van de dienst aan God. In eigen kracht kun je je niet kunt wapenen tegen de verleidingen van de satan. De satan is uit op oorlog tussen jou en God. Maar Christus heeft de verleidingen van de satan weerstaan. De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft dat Christus de Hogepriester is. Christus heeft medelijden met al onze zwakheden, en Hij is in alles op dezelfde wijze als wij op de proef gesteld. Maar Christus zondigde niet. Gemeente, zie op het Lam Dat de zonde van de wereld wegneemt. Het Lam van God heeft het kwaad overwonnen en de kop van de slang vermorzeld. De HEERE zorgt voor de overwinning op Amalek. De HEERE zal de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel uitwissen.

Jozua heeft het volk Amalek door de scherpte van het zwaard verzwakt. Daarna richt God het woord tot Mozes. God zegt tegen Mozes: "Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat Ik ervoor zal zorgen dat niets onder de hemel nog aan het volk van Amalek herinnert." Dat zegt God. Amalek is een volk dat het gemunt heeft op Gods volk. Daar kan God Zich niet mee verenigen. De HEERE zal Amalek helemaal uitwissen. Daardoor zal er uiteindelijk niets meer van Amalek overblijven. Straks zal niemand Amalek zich nog herinneren. Eens zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, waarop gerechtigheid woont. Daar zal God Zelf alle tranen van Zijn gelovigen afwissen. Dat is het tegenovergestelde van wat er met Amalek gebeurd is.

Zodra de Heere Jezus Christus terugkomt op de wolken van de hemel, dan zal alles nieuw zijn. Dan is er voor eeuwig de scheiding tussen de gelovigen en de ongelovigen. Tussen de mensen die de Heere wel gediend hebben en de mensen die de Heere niet hebben gediend. Wat een troost is het voor Gods kinderen, om straks bij God in het paradijs te zijn. Maar als je het leven met de Heere niet kent, dan roep ik je op: keer je je vandaag nog om en neem de toevlucht tot de Heere. Stel dat niet uit! Voordat je het weet, is het te laat.

Mozes heeft Gods bevel gehoord. Hij roemt in God. Mozes bouwt een altaar. Hij geeft dat altaar een naam: "De HEERE is mijn Banier." "De IK ZAL ER ZIJN is mijn Banier." De HEERE alleen is de Banier van Mozes. Mozes spreekt deze woorden vol geloofsvertrouwen uit. Een banier is een vlag waarop een wapen te zien is. Daar moeten de soldaten op zien als ze oorlog voeren. God is het Wapen van Mozes. In Hem alleen is Mozes veilig. Daar kan geen volk tegenop, hoe groot en sterk dat volk ook is. Gemeente, is God ook uw Banier? Als dat zo is, dan bent u veilig. Wie op God vertrouwt, die is werkelijk gelukkig. Mozes zegt: "De HEERE is mijn Banier." Deze belijdenis is ook een verwijzing naar Gods troon. Op deze troon mogen ons geloof en onze strijd zich richten.
Na Exodus 17 komen we Amalek nog enkele keren tegen in de Bijbel. Bileam zegent het volk Israël. Vervolgens ziet hij Amalek. Bileam zegt dat Amalek vooraanstaand is onder de volken. Maar Bileam zegt ook dat Amalak uiteindelijk ten onder zal gaan. Saul en David maken bijna een einde aan de macht van de Amalekieten.

In het Bijbelboek Esther lezen we dat Haman een afstammeling is van Agag. Agag was dus de koning van de Amalekieten. Ten tijde van koning Hizkia doden 500 Israëlitische mannen de laatste overgebleven Amalekieten. En zo gaat de profetie van Bileam in vervulling. Misschien denkt u wel, wat aangrijpend, zo’n oorlog die door God wordt bewerkstelligd. Er staat: "De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn." Maar dan moeten we begrijpen: God straft hier het kwaad.

We horen vaak om ons heen: als God liefde is, dan zou er toch nooit meer ellende zijn in de wereld. Misschien heeft u dat ook al vaak gehoord. En ik begrijp die redenatie ergens wel. Een vader en een moeder die liefdevol zijn, die hebben toch het beste met hun kinderen voor? Deze ouders laten hun kinderen toch geen pijn doen? Ja, dat is waar. Hiermee is nog niet alles gezegd. Het is toch gerechtvaardigd dat ouders dan toch ook liefde van hun kinderen verwachten? God is Liefde. En God wil dat wij Hem liefhebben, want pas dan zal Hij eens alle tranen van onze ogen afwissen. Ook al lukt het liefhebben ons niet voor 100%. Maar dat weet God. Hij wil desondanks dat wij Hem hooghouden, ook al is dat met gebrek van onze kant.

Beste mensen, hier in de kerk of elders met ons verbonden, blijf dus vertrouwen hebben op God, vertrouw erop dat God liefdevol is. Dan zingen we met de kerkhervormer Maarten Luther mee: "Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen! Al drukt het leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen! … Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken!" Maar beste mensen, wij strijden wel vanuit liefde. Wij strijden de goede strijd van ons geloof. Wij houden dus vol om God te dienen en onze naasten te stichten. Daarmee grijpen we het eeuwige leven.

Israël is uitgegroeid tot een groot volk. God heeft dit volk verkozen tot Zijn volk. Wij weten dat uit Israël de Redder, Jezus, geboren is. Dat is waar God naartoe gewerkt heeft. Dat blijkt ook uit de overwinning op Amalek. Ziet u hierin Gods trouw? God schenkt ons Zijn genade in Zijn Zoon. Hij schenkt dus Zijn genade in Jezus. Jezus is de weg gegaan van kribbe naar kruis. Jezus is gestorven aan het kruis. Dit vanwege onze zonden. Jezus is ook opgestaan uit de dood. Het leven heerst over de dood. Jezus heeft de strijd tegen de kwade machten overwonnen. Zodat er voldaan is aan Gods recht om de zonden te straffen. Is dit ook een wonder geworden in uw leven? Ik hoop van harte dat dat zo is.

Misschien zijn er mensen in uw omgeving die uw geloof vreemd vinden. Maar bidt u regelmatig tot God of u een middel mag zijn om iets van Gods liefde te laten zien aan andere mensen? Paulus schrijft dat niets ons zal scheiden van Gods liefde in Christus. Paulus schrijft ook: door Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Belijd u dat met Paulus mee? Dat hoop ik van harte. Want dan bent u gelukkig!

Amen.

zondag 13 juli 2025

Oordeel niet

De centrale tekst in deze preek is: Lukas 6:37, waar Jezus het volgende zegt: HSV “Oordeel niet en u zult niet geoordeeld worden; veroordeel niet en u zult niet veroordeeld worden; laat los en u zult losgelaten worden.

Het thema van de preek is: “Oordeel niet”. 

 

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, 

Vanmorgen neem ik u mee naar een berg. En wel naar de berg waarop Jezus het woord voert. We hebben in Lukas een gedeelte uit de Bergrede gelezen. In de Bergrede staan de zaligsprekingen. U kent de zaligsprekingen misschien wel. We hebben ze vanmorgen gelezen in onze evangelielezing. Jezus spreekt Zijn Bergrede allereerst uit tot Zijn twaalf apostelen, de twaalf leerlingen. De twaalf leerlingen van Jezus zijn de medegrondleggers van de christelijke kerk. Maar uiteindelijk spreekt Jezus Zijn Bergrede niet alleen uit tot Zijn twaalf apostelen. Er waren namelijk ook andere mensen bij de Bergrede aanwezig, en de Bergrede komt ook tot ons. De Bergrede van Jezus bevat levenslessen voor ons. Op een gegeven moment lezen we in de Bergrede: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.”

Dat staat in Lukas 6:37. Misschien vraagt u zich wel af: wat betekent dit vers? En dan vooral: wat wordt er nou bedoeld met het “oordelen” waar het hier over gaat? Want daar heeft Jezus het in vers 37 allereerst over. Jezus zegt: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.” Wat Jezus daarna in vers 37 zegt, daar kunnen we ons nog wat bij voorstellen. Hij zegt: veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Nou, van jongs af aan is mij geleerd om mensen niet te veroordelen in algemene zin, dus je mag niet zeggen dat iemand voor altijd ten onder is, als je het oordeel van God daarin niet weet. Misschien is dat ook u aangeleerd. Natuurlijk mag je iemands gedrag wel veroordelen, als dat nodig is. Bijvoorbeeld als iemand teveel alcohol drinkt, of als iemand zich niet aan de verkeersregels houdt, of als iemand roddelt over een ander, natuurlijk, dan moeten we het gedrag van diegene veroordelen als zijnde niet goed. Maar wij als mensen mogen niet iets doen wat alleen aan God toekomt. Dat kan ook niet eens. We mogen ons niet uitspreken over de eeuwige staat van een persoon. Dat oordeel is aan God. Maar Jezus heeft het in Lukas 6:37 niet alleen over veroordelen. Jezus heeft het in dit tekstvers ook over oordelen. 

Jezus zegt: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.” Wat wil dat zeggen? Betekent dit dat je helemaal nergens een oordeel over mag hebben? Als het betekent dat je nergens een oordeel over mag hebben, dan zou dat toch wel vreemd zijn, vindt u ook niet? Mogen wij dan nergens een oordeel over hebben?

Ik heb even gekeken welke betekenissen de dikke Van Dale geeft van het werkwoord “oordelen”: 1) vonnissen, rechtspreken; 2) door redenering tot een gevolgtrekking komen; 3) van mening zijn; = achten.

Dat zijn volgens Van Dale dus de drie betekenissen van het werkwoord “oordelen”. En nu kijkend naar de opdracht van Jezus voor ons: “oordeel niet”. Mogen we dan dus niet vonnissen? Mogen we dus niet rechtspreken? Mogen we dan geen conclusies trekken? Mogen we dus nergens een mening over hebben? U voelt wel aan, denk ik, wat het antwoord op deze vragen is. Al deze vragen moeten met nee beantwoord worden. Dat betekent dat wij best een oordeel over een zaak mogen hebben. En wij mogen in bepaalde opzichten best een oordeel over een persoon hebben. 

Natuurlijk is het nodig om regelmatig een vonnis uit te spreken. Natuurlijk moeten wij rechtspreken. Natuurlijk mogen wij wel een mening over iets hebben. Sterker nog, als er geen rechtspraak in ons land zou zijn, dan zou het erg chaotisch worden in ons land. Als meerdere partijen een geschil met elkaar hebben en ze komen er niet uit, wat moet er dan gebeuren? Dan kun je dat geschil aan de rechter voorleggen. De rechter zal dan een uitspraak in deze zaak doen. Dat is een goed gebruik. Waar kijkt de rechter in Nederland naar als hij of zij een uitspraak doet? De rechter geeft dan aan te kijken naar de wet, en naar de feiten, en naar de persoonlijke omstandigheden, en naar verklaringen van deskundigen en getuigen. Dat is een goed gebruik. De rechter kan bijvoorbeeld tot de conclusie komen dat een persoon een gevangenisstraf verdient. En als hij tot die conclusie komt, hoe lang celstraf die persoon dan moet krijgen.

Als het gaat om een mening hebben. Natuurlijk mogen we een mening over iets hebben. Daarbij geldt natuurlijk wel dat we onze mening dienen te toetsen aan de Bijbel. Strookt onze mening wel met het Woord van God? En soms is het dan nog lastig om tot een afgebakende conclusie te komen. Momenteel speelt in Nederland de kwestie rond de wolf. In grote steden zul je misschien niet snel een wolf tegenkomen. Maar sowieso in andere delen van Nederland is de wolf wel gezien, en dan met name in bosrijke gebieden. Moet de wolf in ons land blijven, of moet de wolf weg uit ons land? Je kunt dan twee kanten op redeneren, denk ik. Je kunt zeggen: de wolf is een schepsel van God, en daarom mag die niet worden afgeschoten. Maar je kunt ook een andere kant op redeneren. Je kunt ook zeggen: wolven maken veel schapen dood, en dat is zielig voor die schapen. De wolf is een schepsel van God. Maar niet alleen de wolf. Ook het schaap is een schepsel van God. Dan kun je tot de conclusie komen: de wolf moet worden afgeschoten, want dan kan hij de schapen geen leed meer aandoen. Overigens: het Europees Parlement heeft recent ingestemd met een verlaagde beschermingsstatus van de wolf. De status van de wolf is daarmee gegaan van strikt beschermd naar beschermd. Dit betekent dat het roofdier in uitzonderlijke gevallen afgeschoten mag worden.

Wat vooral belangrijk is: leg de kwesties waar je niet uitkomt in het gebed aan de Heere God voor. En bid tot Hem: leid mij hierin op Uw weg. Maak Mij in deze kwestie Uw wil bekend. Dan zal de Heere God u tegemoet komen. Zij het op Zijn tijd en wijze.

Terugkomend op het oordelen. We voelen nu wel aan, als Jezus zegt: “oordeel niet”, dan betekent dat niet dat we nergens een mening over mogen hebben. Integendeel. Gods kinderen hebben over veel zaken een duidelijke mening. Zij houden in hun mening rekening met de Bijbel, dus met Gods Woord. Sterker nog, Jezus zegt het Zelf: “Ga in uw oordeel niet op de schijn af, maar laat uw oordeel rechtvaardig zijn.” Dat staat in Johannes 7. Dus Jezus zegt het zelfs letterlijk dat oordelen geoorloofd is, als je maar een rechtvaardig oordeel velt.

Natuurlijk staat er in de Bijbel niet over alle kwesties een duidelijke richtlijn. Er staat niet in de Bijbel hoe veel tijd per dag je op internet mag. Er staat niet in de Bijbel hoeveel km per dag je mag autorijden. Er staat niet in de Bijbel welke studiekeuze het beste is voor jou. Er staat niet in de Bijbel welk beroep het beste bij jou past. Als christen laat je je leiden door de Heilige Geest. Je laat dan in je doen en laten blijken dat je rekening houdt met God. Je laat als christen blijken dat je God eert en dat je de Heere looft en prijst. Je vindt je geld en je goed dan niet het belangrijkste in je leven. Nee, als christen heb je God lief boven alles.

In het leven van alle dag beoordelen wij zaken en personen. Wij oordelen de hele dag door, bewust of onbewust. En dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn, sterker nog: oordelen is regelmatig nodig. Ik noem zo even wat voorbeelden uit het dagelijks leven waarin we een afweging kunnen maken. Zal ik morgenochtend nog mijn zomerjas aandoen, of zal ik zonder jas op straat lopen? Is deze persoon geschikt om bedrijfsmanager te worden, of is hij dat niet? Heeft dat ene merk de lekkerste stroopwafels, of toch dat andere merk? Door de omstandigheden af te wegen, kun je tot een antwoord op deze vragen komen. Je antwoord hoeft dan niet per definitie verkeerd te zijn. Nou, nu zijn we wel tot de conclusie gekomen dat oordelen op zichzelf niet verkeerd is. Wij mogen in bepaalde situaties wel degelijk oordelen. Maar wat bedoelt Jezus dan, met wat Hij zegt: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.

In 2016 onderzocht het Centraal Bureau voor de Statistiek hoeveel mensen in Nederland zich gelukkig voelen. Wat blijkt? 88% van de volwassen Nederlanders noemde zich gelukkig. Het CBS meldt ook dat het geluksgevoel bij mensen sterk samengaat met hun gezondheid. Van de mensen die hun gezondheid als slecht beoordelen, daarvan noemde maar 58% zichzelf gelukkig. Van de mensen die een goede gezondheid bij zichzelf ervaren, daarvan voelde maar liefst 94% zich gelukkig. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS.

En natuurlijk: gezondheid is een groot goed. Het hebben van een goede gezondheid, dat is een zegen van de Heere, onze God. Het is een zegen dat je de taken mag uitvoeren waartoe God je roept, dat je er de kracht voor hebt om die taken te doen. Toch is gezondheid niet het allerbelangrijkste in ons leven. De allerbelangrijkste vragen voor ons leven zijn: hebben we God lief boven al het andere? Bevorderen we zoveel mogelijk het welzijn van onze medemensen? Natuurlijk, je kunt niet de hele wereld op je nek nemen. Maar daar waar je mensen kunt bereiken, maak hen dan duidelijk dat God goed is en dat God liefde is. 

Weet u wat mij tijdens de preekvoorbereiding opviel? Het viel me op dat in Lukas 6 maar liefst twee keer het gebod staat om onze vijanden lief te hebben. Jezus zegt tegen ons: “Heb je vijanden lief en wees goed”. Dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan, denk ik. Je vijanden liefhebben. Waar zijn wij toe geneigd? Als een ander over jou roddelt, als een ander jou discrimineert, als een ander jou fysiek of psychisch leed aandoet, wat zou je dan als eerste doen? Ik denk dat we dan geneigd zijn om die ander ook een hak te zetten. Als blijkt dat je collega op je werk over jou roddelt, nou, dan roddel je ook over hem. Zo zitten wij als mensen vanuit onszelf in elkaar. Maar u voelt wel aan, dat is niet kenmerkend voor het nieuwe leven. Het hoort niet bij een christenleven om de ander te benadelen.

Wat houdt het in, je vijanden liefhebben? Nou, Jezus maakt dat duidelijk. Je hebt je vijanden lief door voor hen te bidden. En door hen te zegenen. Als een ander jou kwaad aandoet, dan doe jij de ander geen kwaad terug. Dus: vergeld geen kwaad met kwaad. Wist u dat de Bijbelschrijvers Paulus en Petrus dat allebei schrijven? Ze schrijven beiden: “Vergeld geen kwaad met kwaad.” Dus: als iemand jou verkeerd heeft behandeld, reageer daar niet op door diegene ook verkeerd te behandelen. Als christen betaal je hem dan niet met gelijke munt terug. Nee, je moet de ander behandelen zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Vergeld geen kwaad met kwaad. Nu komen we heel dicht in de buurt van de betekenis van Lukas 6:37. “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.” 

In de Bergrede zegt Jezus: Mattheüs 7:1-5 HSV “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt; want met het oordeel waarmee u oordeelt, zult u zelf geoordeeld worden; en met welke maat u meet, zal er bij u ook gemeten worden. Waarom ziet u wel de splinter in het oog van uw broeder, maar merkt u de balk in uw eigen oog niet op? Of, hoe zult u tegen uw broeder zeggen: Laat toe dat ik de splinter uit uw oog haal; en zie, er is een balk in uw eigen oog? Huichelaar, haal eerst de balk uit uw oog en dan zult u goed kunnen zien om de splinter uit het oog van uw broeder te halen.

Als je een open en ontfermend oog hebt voor de ander, dan pas word je in staat gesteld om geestelijk dicht bij die ander te komen. Als je niet beseft dat je zelf gebrekkig bent in je barmhartigheid, dan word je niet in staat gesteld om anderen tot liefde te bewegen. In het oog van Jezus is er geen balk, gelukkig. Want het oog van Jezus staat open voor alle mensen. 

Jezus zegt: Lucas 6:22-23a NBV21 “Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel.” Waarom worden we oproepen om onze vijanden lief te hebben? Omdat we dan erkennen dat God een barmhartige God is, en dat God een God is Die graag vergeeft. Wie wordt er door God in genade aangenomen? Nou, degene die vertrouwt op de vergevende kracht van het bloed van Jezus. Diegene heeft liefde tot God en liefde tot zijn naaste. Diegene wordt ook uitgenodigd om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen. Want als je van harte deelneemt aan het Heilig Avondmaal, dan belijd je: ik kan niet zonder de vergevende kracht van Jezus’ bloed. Jezus heeft Zijn lichaam gebroken en Zijn bloed vergoten. Dat heeft Hij gedaan tot vergeving van onze schuld. Zodat wij voor altijd gelukkig zijn. Het Heilig Avondmaal ziet ook op de gemeenschap met elkaar. Als deelnemers van het Avondmaal hebben we elkaar toch hartelijk lief. Tenminste, zo hoort het te zijn. Want wij vinden onze eenheid in Christus. In Hem dus Die bij uitstek de liefde heeft voorgeleefd.

In Lukas 6:38 lezen we een spreekwoordelijke uitspraak die voortkomt uit de voorwaarden van graancontracten. Wat wil deze uitspraak zeggen? Nou, God zal met ons omgaan in de munt waarmee wij met andere mensen zijn omgegaan. Als wij genadig zijn richting de ander, dan zal God ook genadig met ons omgaan. Jezus merkt op dat God ons behandelt op de manier zoals wij anderen behandelen. De rechtvaardige en barmhartige mensen slaan schatten in de hemel op. Maar God veracht de hoogmoedige mensen. God vergeeft ons omwille van Christus. Wie dat gelooft, die is sowieso ook van harte bereid om andere mensen te vergeven. 

“Oordeel niet”. Dat wil zeggen: we horen niet vooraf te bepalen voor wie we wel vriendelijk zijn, en voor wie we dat niet zijn. Nee, wij dienen vriendelijk te zijn richting alle mensen. Daarom zegt Jezus het: “Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden.” Dat is niets anders dan het gebod om je vijanden lief te hebben.

God stuurt u, jou, en mij deze wereld in om genadeverkondigers te zijn. Hij stuurt ons op weg om de blijde boodschap over Jezus bekend te maken aan anderen, op de plekken waar Hij ons heeft gesteld. En dat in een wereld waarin veel ondankbaarheid is, in een wereld waarin christenen vervolgd worden, in een wereld die bloedt uit duizend wonden. Onze liefde voor onze vijanden vormt voor ons geen extraatje, zo van: dat hoort er nu eenmaal bij, nee, onze liefde voor onze vijanden komt voort uit onze levenshouding. Je bent vriendelijk richting alle mensen, in het besef dat je zelf ook van Gods ontferming afhankelijk bent, als het gaat om je eeuwige redding. 

De volgelingen van Jezus zijn vriendelijk. En God zal hen in rijke mate belonen. Hij schenkt de volgelingen van Jezus het eeuwige heil, het eeuwige geluk, het eeuwige leven. Als we dat beseffen, dan is er niets beter dan om een volgeling van Jezus te zijn. Jezus volgen, dat is luisteren naar de stem van Jezus en handelen naar wat Jezus zegt. En waarin verneem je de stem van Jezus? Nou, in het bijzonder in de Bijbel. Door daarin te lezen wat Jezus zegt. Jezus volgen, dat kan niet in eigen kracht. Maar God komt ons wel tegemoet als we bidden om Zijn hulp hierbij, als we bidden: “Heere, help mij te leven zoals Jezus het mij leert.” Bent u, ben jij, ben ik een volgeling van Jezus? Ik hoop van harte dat dat het geval is. Want dan zijn we werkelijk gelukkig.

Amen.

 

Machiel Lock, 13 juli 2025

zondag 4 mei 2025

Preek over Johannes 15:17


Preek over Johannes 15:17
Voorganger: Machiel Lock
 
Als kerntekst voor de uitleg en verkondiging lees ik u vers 17 van de evangelielezing vanmorgen, waar we lezen dat Jezus zegt: “Dit draag Ik jullie op: heb elkaar lief.”

Het thema van de preek is: “Jezus beveelt ons om elkaar lief te hebben”.

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

De evangelielezing van vanmorgen bestaat uit onderwijs van Jezus aan Zijn leerlingen. De leerlingen van Jezus zijn hier de twaalf apostelen. Maar het onderwijs komt ook tot ons. Jezus geeft de opdracht aan ons om elkaar lief te hebben. Hij spreekt over een gebod. Met andere woorden: je bent verplicht om elkaar lief te hebben. Maar is dat niet gemakkelijker gezegd dan gedaan? En kun je liefde eigenlijk wel “bevelen”? Liefde is toch iets wat uit het hart opkomt? Juist in deze periode staan we extra stil bij vrijheid. Als je een bevel krijgt, en dat bevel moet je opvolgen, dan ben je juist niet vrij. Tenminste, dat zouden we in eerste instantie zeggen. Toch houdt het bevel van Jezus geen onvrijheid in. Daar kom ik straks op terug.

In onze evangelielezing kwam het woord “liefde”, ἀγάπη in Grieks, 4 keer voor, en het werkwoord “liefhebben”, ἀγαπάω in het Grieks, kwam in onze evangelielezing 5 keer voor. Het zelfstandig naamwoord “liefde” en het werkwoord “liefhebben”, deze twee woorden vormen de kernwoorden tijdens deze dienst. Het zou daarom mooi zijn als u er deze zondag over nadenkt wat het woord “liefde” betekent en ook over wat het werkwoord “liefhebben” betekent. Schrijf voor zover mogelijk na de dienst eens op papier welke definitie je van het woord “liefde” geeft en welke definitie je van het werkwoord “liefhebben” geeft. En schrijf ook een paar kernwoorden op die met “liefde” en “liefhebben” te maken hebben. Zodra je dat gedaan hebt, bespreek als echtpaar of in het gezin met elkaar eens de antwoorden die je hebt opgeschreven. Of als je alleen bent, denk er eens over na of anderen dezelfde definitie van “liefde” en “liefhebben” zouden geven, of juist niet. 

Jezus gebiedt Zijn leerlingen om elkaar lief te hebben. Dat doet Hij heel nadrukkelijk. En dat is niet bepaald zonder reden. Denk maar aan de laatste maaltijd die Jezus met Zijn twaalf leerlingen houdt. Er ontstaat dan onenigheid onder de twaalf leerlingen over de vraag wie van hen de belangrijkste is. Jezus maakt duidelijk dat zo’n vraag niet goed is. Hij laat zien dat Hijzelf de nederigste positie bij uitstek inneemt. Dat maakt Hij nog eens extra duidelijk nu Hij binnenkort als mens afscheid van Zijn leerlingen zal nemen.

Nog maar enkele uren en dan zal Jezus sterven aan een kruis. En vervolgens zal Hij na drie dagen opstaan uit de dood. Dat mochten we pasgeleden nog gedenken met Pasen. Maar eerst dus het kruis. Jezus zegt: “Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” Wil je aan de grootste liefde voldoen, dan geef je je leven voor je vrienden. En dat is precies wat Jezus gedaan heeft, zonder gebrek. Hij sterft aan het kruis. Zo heeft Hij de kloof tussen God en mens gedicht. Als we geloven in het werk van Jezus, dan leven we voor eeuwig.

God de Vader heeft Zijn Zoon Jezus lief. Dat was al zo nog voordat de wereld bestond. En omdat Jezus gehoorzaam is aan de wil van Zijn Vader, daarom blijft Jezus in de liefde van de Vader. Jezus is geworteld in de liefde van de Vader. En de leerlingen van Jezus hebben hun wortels in Jezus. Jezus beveelt Zijn leerlingen om in Zijn liefde te blijven. Jezus is de ware Wijnstok en Zijn Vader is de Wijngaardenier. Wie in Jezus blijft, die draagt veel vrucht. 

Jezus heeft Zich aan de geboden van Zijn Vader gehouden. Hij blijft hiermee in de liefde van Zijn Vader. De leerlingen van Jezus dienen zich daarom aan de geboden van Jezus te houden. Pas dan blijven ze in de liefde van Jezus. Een volgeling van Jezus is te herkennen aan diens gehoorzaamheid: dat is door in liefde de opdrachten te doen die Jezus geeft. En welke opdrachten dat zijn, kom je te weten door het evangelie te lezen.

Sowieso streeft een volgeling van Jezus naar de volkomen vreugde in Jezus. Dat in de wetenschap dat deze vreugde eens volmaakt zal zijn. Zoals een schilder alleen vreugde in zijn schilderij heeft als dat schilderij helemaal af is en goed gelukt is. Want pas dan is het een echt schilderij. Jongens en meisjes, misschien ben je wel eens in de dierentuin geweest en zag je daar een dier dat je heel mooi vindt. Je wilt dat dier daarom natekenen. Dan kun je alleen blij over die tekening zijn als die tekening helemaal af is en gelukt is, toch. Je hebt geen vreugde in een tekening die nog niet af is. Je bent pas alleen tevreden als die helemaal gelukt is. Als je het dier mooi hebt nagetekend. Dan pas ben je tevreden over het resultaat.

Jezus zegt tegen Zijn leerlingen: “Dit is Mijn gebod, dat u elkaar liefhebt.” Jezus heeft Zijn twaalf leerlingen lief. Maar niet alleen hen. Jezus heeft iedereen lief die erkennen dat Hij hun Heere en Heiland is.

Jezus zegt tegen Zijn leerlingen: “Heb elkaar lief, zoals Ik u liefgehad heb”. De liefde doet je naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet. Wie de ander liefheeft, die heeft de wet vervuld. Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen zijn/haar medemensen liefheeft, dat er dan geen oorlogen meer zijn. Maar helaas zijn er wel oorlogen. Je hoeft het nieuws maar te volgen en je ontdekt dat er nog steeds oorlogen zijn. Ook afgelopen week kwam het in het nieuws. Denk alleen al aan de oorlog in Oekraïne. Die oorlog duurt inmiddels al drie jaar. Alleen al als moord niet meer voorkomt, dan kan al veel leed worden voorkomen. Oorlog staat lijnrecht tegenover “liefde”. Dat zult u het met mij eens zijn. Je leert de liefde in het bijzonder kennen uit het feit dat Jezus Zijn leven voor ons heeft gegeven. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters. Wel realiseert Johannes zich dat het niet vaak voorkomt dat iemand lichamelijk moet sterven voor een ander. 

Daarom geeft Johannes ons een concreet handvat. Ik geef naar aanleiding daarvan een voorbeeld vanuit onze tijd. Stel dat er iemand is die meer dan genoeg heeft om van rond te komen. Ik stel me daarbij voor: iemand met een hoog inkomen, veel geld, een groot huis, en een Mercedes naast de deur. En eigenlijk kan hij als het moet wel een nog groter huis en nog wel een paar grote auto’s erbij kopen. Maar hij ziet ondertussen dat een broeder of zuster gebrek lijdt. Hij ziet dus iemand die maar amper kan rondkomen. Het scheelt niet veel of diegene komt om van de honger. Kan in de schatrijke man Gods liefde blijven, als die man helemaal niets doet aan zijn gebrek lijdende broeder? De situatie kan herkenbaar zijn. Iemand waarvan je weet dat hij nauwelijks kan rondkomen, omdat diegene bijvoorbeeld zijn baan is kwijtgeraakt. Als je zelf meer dan genoeg hebt, ben je geroepen om de ander in nood een handje te helpen. Dat kan bijvoorbeeld door de ander een etentje aan te bieden. Of nieuwe kleren voor hem/haar te kopen. 

Sowieso is het principe om naar elkaar om te zien erg belangrijk. Een bezoekje kan de ander bemoedigen, maar een kaartje natuurlijk ook. Liefde komt tot uiting in het hebben van een nederige en ootmoedige houding, om zo bewogen te zijn met de ander. De Engelse bisschop J.C. Ryle schrijft: “Ware liefde vraagt niet altijd: ‘Wat zijn mijn rechten? Word ik behandeld zoals ik verdiend heb?’, maar ware liefde vraagt ook: ‘Hoe kan ik het beste de vrede bevorderen? Wat kan ik doen om de ander te stichten?’” [einde citaat]

Voor liefde lever je altijd iets van jezelf in. Denk bijvoorbeeld eens aan het huwelijk. Als twee mensen elkaar liefhebben en met elkaar getrouwd zijn, dan delen ze hun levens met elkaar. Ja, het woord “liefde” betekent volgens het woordenboek van Van Dale: “warme genegenheid en belangstelling”. Je kunt warme genegenheid en belangstelling hebben voor jezelf, maar natuurlijk ook voor de ander. Het kerngebod voor ons is: heb de Heere lief met heel je hart, met heel je ziel en met heel met je verstand en met heel je kracht, en heb je medemens lief als jezelf.

Paulus borduurt in zijn brieven voort op het kerngebod. Als christen leef je in de vrijheid van God. God Zelf heeft je dan vrijgemaakt uit de macht van het verkeerde, en daardoor jaag je van harte het goede na. Dan leef je in de echte vrijheid. Met andere woorden: dan jaag je de ware liefde na. Morgen is het 5 mei. Dan is het Bevrijdingsdag. Dat is een nationale feestdag. Een dag waarop mijns inziens zoveel mogelijk mensen vrij moeten zijn om extra stil te staan bij de waarde van vrijheid. We denken op Bevrijdingsdag in het bijzonder terug aan het moment dat ons land bevrijd werd van de Tweede Wereldoorlog. 5 mei 1945 was de eerste dag dat de Tweede Wereldoorlog in Nederland voorbij was. Het is iets om dankbaar voor te zijn dat er geen andere landen zijn die bommen over ons land gooien. Helaas is dat in een aantal andere landen anders. 

Vandaag is het 4 mei. We herdenken vandaag de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. We herdenken vandaag ook de slachtoffers van de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië en de slachtoffers van oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna. Daarom zijn we vanavond om 20.00 uur twee minuten stil. Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen Nederland binnen. Maar bij de Maasbruggen in Rotterdam werd in 1940 flink verzet gepleegd door het Nederlandse leger. Toch bombardeerde de Duitse luchtmacht op 14 mei 1940 het Rotterdamse centrum. In slechts een kwartier tijd was hierdoor een groot deel van Rotterdam verwoest. Meer dan 800 mensen kwamen daardoor om het leven en ongeveer 80.000 Rotterdammers werden in één klap dakloos. Aangrijpend. Nederland reageerde geschokt. Gelukkig is de stad weer opgebouwd, het resultaat daarvan zien we om ons heen. Rotterdam is weer prachtige stad geworden, met veel mooie architectuur. Maar wat werd er flink geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De vlag van Nederland bestaat uit de kleuren rood, wit en blauw. Je ziet vandaag en morgen bij veel gebouwen de Nederlandse vlag uithangen. Waar komt de drieslag rood-wit-blauw vandaan? De Nederlandse vlag is de eerste vlag ooit met een indeling in drie evenwijdige banen. De uniformkleuren van Willem van Oranje waren wit en blauw. Oranje zit in de naam van deze Willem. Willem van Oranje, die leefde in de 16e eeuw, was stadhouder van de gewesten Holland, Utrecht en Zeeland. Willem van Oranje leidde tijdens de Tachtigjarige Oorlog de Nederlandse opstand tegen Spanje. Het is niet bekend waarom het oranje in de Nederlandse vlag later vervangen werd door rood. Waarschijnlijk komt dat omdat de kleur oranje niet goed te herkennen was op zee. Daarom vlaggen we rood-wit-blauw. De kleur rood symboliseert moed en kracht, de kleur wit symboliseert vrede en eerlijkheid, en de kleur blauw symboliseert trouw en vastberadenheid. 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er de Holocaust. In de Holocaust werden bijna 6 miljoen Europese Joden vermoord. Als je vandaag eens enkele minuten de tijd neemt om dat op je in te laten werken, de massamoord op Joden, hoe verschrikkelijk dat was. Dan ga je morgen bewuster Bevrijdingsdag vieren. Morgen is het precies 80 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd van de Tweede Wereldoorlog. We staan morgen extra stil bij de waarde van de vrijheid, en bij de waarde van de democratie en bij de waarde van de mensenrechten. Ieder mens is een schepsel van God. In de Bijbel lezen we zelfs dat de mens gemaakt is naar Gods beeld. Broeders en zusters hier in de kerk, en thuis meekijkend en meeluisterend, wees daarom zuinig op uw eigen lichaam en ook op de lichamen van anderen. Hoe kunnen we deze wereld mooi maken en ook mooi houden?

Laten we de Bijbel daarin ter hand nemen. In de Bijbel staat: handel niet uit geldingsdrang of uit eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Tot zover het citaat uit de Bijbel, en wel uit de brief van Paulus aan de Filippenzen. Nou, als je deze oproepen van Paulus serieus neemt, dan kun je ook in moeilijke situaties staande blijven. Als je vanwege je geloof uitgelachen wordt, is dat vervelend. Denk dan eens aan Jezus. Hij heeft zelfs gebeden om vergeving voor degenen die Hem hebben gekruisigd. Als je dat op je laat inwerken, dan krijg je moed en kracht om zelfs je vijand lief te hebben. 

Graag zou ik u willen vragen om erover na te denken welke talenten u hebt. Denk er eens over na waar u goed in bent. En stel vervolgens de vraag aan uzelf: “Hoe kan ik mijn talenten gebruiken ten dienste van de ander?” Hoewel we mensen blijven met tekortkomingen, zolang we hier zijn, hebben we van God ook talenten gekregen. En de hemelse Vader vraagt van ons om onze talenten te gebruiken ten dienste van de ander en ook om onze talenten te gebruiken in de dienst aan God. 

Jezus heeft Zijn leerlingen lief. Daarom noemt Hij hen “vrienden”. Jezus heeft niets voor hen achtergehouden. Hij heeft hun alles geopenbaard wat de Vader Hem heeft bekendgemaakt. Jezus zegt tegen Zijn leerlingen dat zij Hem niet hebben uitgekozen, maar dat Hij hen heeft uitgekozen. Jezus doelt hier op Zijn roep tot hen om apostelen te worden. Jezus heeft twaalf apostelen uitgekozen om medegrondleggers te zijn van de christelijke kerk. 

Jezus noemt twee redenen waarom Hij deze twaalf personen tot apostelen heeft uitgekozen. Het eerste doel is: ze moeten op weg gaan en vrucht dragen, blijvende vrucht. Jezus doelt hier op de taak die zij hebben: ze zijn de aangewezen personen om het evangelie van Christus te verkondigen onder de mensen. De apostelen hebben de opdracht om hun Meester te dienen, om zo vrucht te dragen in geloof. De apostelen hebben de taak om anderen te vertellen over hun Meester. Dan zal dat ook als vrucht hebben dat andere mensen hun geluk in Jezus zullen vinden. Tegelijkertijd zullen de apostelen tegenstand ondervinden. Maar Jezus belooft hen de Trooster te zullen zenden. De Trooster is de Heilige Geest. De Trooster zal over Jezus getuigen. Ook de apostelen zullen over Jezus getuigen aan anderen. Als de apostelen elkaar liefhebben, dan laten ze de gezindheid van Jezus zien aan de mensen. Jezus heeft met Zijn verkiezing van de twaalf apostelen ook een ander doel: namelijk dat de twaalf apostelen zullen bidden. Dat ze zullen bidden om Gods kracht en hulp bij het uitvoeren van hun taken.

Gebed is elke dag belangrijk. Ook voor ons. Als wij tot God bidden om tot eer van Hem te leven, dan zal Hij ons daarin helpen. Broeders en zusters, bid dagelijks: o Heere, help mij om U lief te hebben boven alles en help mij om mijn naaste lief te hebben als mijzelf. Ja, dan komt God u tegemoet. Want dat is een gebed in de geest van Christus. Dat gebed verhoort de Heere altijd. Ik wens u voor vandaag en morgen goede dagen toe rond herdenken en vieren. 

Amen.

vrijdag 31 januari 2025

De profetes Anna als een voorbeeld voor ons

Lukas 2:36-38 (HSV)

36 Ook Anna was er, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam van Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen en had na haar meisjesjaren zeven jaar met haar man geleefd.

37 En zij was een weduwe van ongeveer vierentachtig jaar, die de tempel niet verliet en met vasten en bidden God nacht en dag diende.

38 En zij kwam er op dat moment bij staan en beleed eveneens de Heere, en zij sprak over Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten.


Als thema heb ik boven de meditatie geschreven: "De profetes Anna als een voorbeeld voor ons".

Ruim een maand geleden vierden we Kerst. We mochten toen stilstaan bij de geboorte van Jezus. Jezus is Gods Zoon. Het bovenstaande Bijbelgedeelte speelt zich af vlak na de geboorte van Jezus. 

Overmorgen is het 2 februari. Dat zult u weten. Het is dan 39 dagen na Eerste Kerstdag. En het is dan de 40e dag na de kerstnacht. In de Rooms-Katholieke Kerk wordt jaarlijks op 2 februari het feest van Maria-Lichtmis gevierd. Maria-Lichtmis is het laatste feest dat verband houdt met Kerst. Na Kerst wordt er op 6 januari Driekoningen gevierd. Driekoningen is het feest waarop herdacht wordt dat de wijzen uit het oosten het Kindje Jezus aanbidden.

Maar op 2 februari viert de Rooms-Katholieke Kerk dus het feest van Maria-Lichtmis. Maria-Lichtmis is een feest van licht op het einde van de donkere wintermaanden. Het centrale thema op Maria-Lichtmis is de openbaring van Christus als “het Licht, dat voor alle volken straalt”. Maria is de moeder van Jezus. Maria wordt gezien als de draagster van het goddelijke Licht Christus.

Ieder joods jongetje moest aan God worden opgedragen. Hieraan gekoppeld vond ook de rituele reiniging van de moeder plaats. Een vrouw die gebaard had, was cultisch onrein. Dat kwam doordat zij met bloed in aanraking was gekomen. In Leviticus 12:6-8 (HSV) staat:

6 Wanneer de dagen van haar reiniging voor een zoon of een dochter voorbij zijn, moet zij een lam van een jaar oud als brandoffer en een jonge duif of tortelduif als zondoffer bij de priester brengen, bij de ingang van de tent van ontmoeting.

7 Die moet het voor het aangezicht van de HEERE aanbieden, en verzoening voor haar doen. Dan is zij rein van haar bloedvloeiing. Dit is de wet voor haar die een jongetje of meisje baart.

8 Maar als haar vermogen niet toereikend is voor een lam, dan mag zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, één als brandoffer en één als zondoffer. Zo zal de priester verzoening voor haar doen en is zij rein.


Jozef en Maria treffen in de tempel een man met de naam Simeon. Deze rechtvaardige en godvrezende man heeft een openbaring van God ontvangen. In deze openbaring is hem beloofd dat hij niet zal sterven voordat hij met zijn eigen ogen de Messias heeft gezien. Deze belofte komt uit. Simeon ziet de veertig dagen oude Jezus. Simeon beseft dat de belofte werkelijkheid is geworden. Hij zingt vervolgens een lofzang. Jozef en Maria treffen in de tempel ook een vrouw met de naam Anna. Anna is een voorbeeldige vrouw.

Wij zijn protestants. En toch, het is passend om overmorgen, zondag 2 februari, een gedeelte uit de Bijbel te lezen dat zich 40 dagen na Kerst afspeelt. Want een dag later, maandag 3 februari, is het 40 dagen geleden dat het Eerste Kerstdag was.

In Lukas 2:36-38 lezen we over een vrouw met de naam Anna. Maar over welke Anna hebben we het dan? Volgens de rooms-katholieke traditie droeg de moeder van Maria de naam Anna. Deze Anna zou dus de oma van Jezus zijn. Maar dat is een andere Anna dan waarover het gaat in Lukas 2. Wie is de Anna waarover we zojuist hebben gelezen?

Deze Anna wordt in de Nieuwe Bijbelvertaling Hanna genoemd. Maar in andere vertalingen wordt ze Anna genoemd, zonder H dus. Bijvoorbeeld in de vertaling waaruit wij in de kerk lezen, de Herziene Statenvertaling. En ik vermoed dat hier de meeste mensen haar onder de naam Anna zullen kennen. Daarom noem ik haar Anna. Dat neemt niet weg dat Hanna ook een goede weergave van haar naam is. De naam Anna betekent “genade”.

Jozef en Maria dragen hun Kind Jezus op in de tempel. De wet van Mozes kende allerlei voorschriften. Zodra een vrouw een zoon mocht ontvangen, dan moest ze veertig dagen later naar de tempel gaan. Deze vrouw moest in de tempel een reinigingsoffer laten brengen. Dat offer moest in principe bestaan uit een lam en een duif. Maar wie geen lam kon betalen, mocht twee duiven laten offeren. In plaats van een lam en een duif dus twee duiven. Jozef en Maria behoorden tot die laatste categorie. Ze lieten dus twee duiven offeren door de priester. Daarna was Maria weer rein verklaard. Jozef en Maria ontmoeten in de tempel de oudgedienden Simeon en Anna. Simeon en Anna zien uit naar de vertroosting en verlossing van Israël.

Simeon sterft daarna al snel. Maar Simeon kan dit leven in vrede verlaten. Want hij heeft in Jezus de verlossing voor de mensheid gezien. Simeon zou niet sterven voordat hij de Messias Jezus met zijn eigen ogen heeft kunnen zien. Zo is het dus ook gebeurd. Hij heeft nog voordat hij stierf, het Kindje Jezus gezien. Simeon wordt vervuld met de Heilige Geest. Hij zingt het uit dat Jezus een Licht is dat geopenbaard wordt aan de heidenen. Dit geeft aan dat elke nationaliteit mag delen in de verlossing in Jezus. Het verlossingswerk van Jezus is toereikend voor de gehele wereld.

Simeon en ook Anna behoren tot de kring van de mensen vol verwachting. En dan bedoel ik: verwachting op een goede manier. Simeon en Anna verwachten “verlossing”, namelijk “verlossing” van de zonden. Het woord “verlossing” werd ook gebruikt door de priester Zacharias. Zacharias, Simeon en Anna, alle drie verwachten zij deze verlossing in Jeruzalem. Jeruzalem is de hoofdstad van Israël. Het is de stad waar de tempel staat. Het beslissende moment van de verlossing heeft zich inderdaad bij Jeruzalem voltrokken. Want Jezus is bij Jeruzalem gestorven en opgestaan. En ook is de Heilige Geest tijdens het Pinksterfeest uitgestort in Jeruzalem. Anna spreekt over Jezus, en dat doet ze tot allen die vol verwachting wachten op de verlossing in Jeruzalem. De gelovigen in Israël verwachten Gods verlossende daad. Gods verlossende daad komt tot bloei in de komst van Jezus op aarde.

Lukas schrijft dat Anna een profetes is. Waarschijnlijk bedoelt Lukas hiermee dat Anna iemand is die veel kennis heeft van de Bijbel, en dat ze andere mensen onderwijs geeft vanuit de Bijbel. Anna is een dochter van Fanuël. Ze komt uit de stam Aser. Aser was één van de tien noordelijke stammen van Israël. Anna is al erg oud. Ze is hoogbejaard. Anna is maar 7 jaar getrouwd geweest. In het oude oosten beschouwde men het normaal om al op 13e of 14e jarige leeftijd te trouwen. Als Anna dat ook gedaan heeft, dan zou ze met begin 20 al weduwe zijn geworden. Ze blijft de rest van haar leven weduwe.

En inmiddels is Anna al 84 jaar weduwe. Dat betekent dat ze dus nu waarschijnlijk zo’n 105 jaar oud is. Zij heeft dus sowieso niet lang meer te leven. En hoe oud bent u zelf? Hoe oud bent jij? Die vraag kun je gemakkelijk beantwoorden. Elke dag die we hier op aarde krijgen, is genadetijd. Dat is tijd om te leven tot Gods eer. De Bijbel leert het ons: ieder mens moet eenmaal sterven, en daarna volgt voor hem of haar het oordeel. Beste lezer(es), leer van Anna. Zij bereidt zich voor op het moment dat ze voor Gods rechterstoel moet verschijnen.

We lezen dat Anna altijd in de tempel is. En dat ze daar God dag en nacht dient door te vasten en te bidden. Dat Anna “de tempel nooit verliet”, moet je niet denken dat ze in de tempel sliep. En toch, het leven van Anna wordt wel bepaald door vrome godsdienst.

Anna is dag en nacht aan het bidden. Hierin dient zij God op een oprechte manier. Anna is daarin anders dan veel Farizeeën. Die Farizeeën vasten vaak en doen lange gebeden, maar zij dienen alleen zichzelf in hun eigen hoogmoed. Ze willen door andere mensen gezien worden. Zo van: kijk eens hoe goed ik ben. En dan met de nadruk op “ik”. Maar zo is Anna niet. Gemeente, bidden hoort ook ons leven te stempelen. Maar vasten, dat is niet verplicht voor ons. Vasten is dat je een langere periode weinig eet of dat je een periode helemaal niet eet. Maar bidden, dat hoort sowieso wel bij ons geloofsleven. Als het goed is, vragen wij elke dag de Heere om de leiding van Zijn Geest in ons leven. En als het goed is, danken wij God dagelijks voor alles wat Hij ons geeft.

Als ik de beschrijving over Anna op me laat inwerken, dan realiseer ik me dat zij een voorbeeldige vrouw is. Anna diende God door dag en nacht te vasten en te bidden. En ze ging blijkbaar graag naar de tempel. Uit dit gegeven mogen we wel een toepassing maken. Gaat u, ga jij en ga ik graag naar kerk? Als je het liefste elke zondag naar de kerk gaat, dan lijk je wel op Anna.

Maar het kan gebeuren dat je geloofsleven verflauwt. En dat je niet graag meer een kerkdienst bijwoont. Het is op z’n zachtst gezegd heel jammer als zoiets gebeurt. Het kan zijn dat er dingen in je leven gebeuren die je niet begrijpt. En dat je je dan gaat afvragen of God wel bestaat. Je zou dan kunnen denken: als God bestaat, dan had ik toch wel een beter leven gehad dan nu. Dat is een menselijke gedachte. Gelukkig weten we vanuit de Bijbel dat God onze moeiten ziet. De psalmist belijdt tot God, citaat uit Psalm 10:14:  “U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft; op U verlaat de arme zich, U bent geweest een Helper van de wees.”

Ja, ik ben ervan overtuigd: de Heere weet wat het beste voor ons is. Ik weet zeker dat Anna dat ook zo beleefd heeft. De evangelist Lukas schrijft immers dat Anna elke dag God diende. En dat Anna hulde bracht aan God. De evangelist Lukas zal niet voor niets vermelden dat Anna al 84 jaar weduwe is.

Misschien zijn er wel lezers die hun man of die hun vrouw hebben verloren. Wat een intens verdriet geeft dat. Pasgeleden zag ik een filmpje waarin een dominee aan het woord kwam. Deze dominee is weduwnaar. Zijn vrouw is een paar jaar geleden overleden. Hij zei: “Vooral zondags, als ik die dag gepreekt heb, dan mis ik mijn vrouw in het bijzonder, en dan ervaar ik: mijn klankbord is weg. Ik kan de diensten waarin ik ben voorgegaan, niet meer bespreken met mijn vrouw.” Ja, veel weduwnaars en veel weduwen zullen ervaren dat hun klankbord weg is. Dat degene met wie ze lief en leed hebben gedeeld, er niet meer is.

De evangelist Lukas vermeldt niet dat Anna verdrietig is om het overlijden van haar man. Maar ik vermoed dat ook Anna verdriet gehad heeft vanwege het overlijden van haar man. En toch: Anna blijft God dienen. En ze blijft de Heere loven. Zeker als je veel pijn hebt, kun je veel van Anna leren. Maar natuurlijk kan uiteindelijk iedereen wel van Anna leren. Anna bad dagelijks tot God.

Wij hebben de kracht van de Heilige Geest nodig om op God te blijven vertrouwen. De Heilige Geest wil Zijn kracht geven aan ons. Hij doet dat op het gebed. Als het onze zorg is dat we nog zo weinig op God vertrouwen, dan komt God ons tegemoet. De apostel Paulus schrijft aan de Filippenzen, citaat uit Filippenzen 4:6-7: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God; en de vrede van God zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus. De vrede van God gaat alle begrip te boven.”

Heb uw eigen welzijn op het oog. Maar heb niet minder het welzijn van uw medemensen op het oog. Natuurlijk kun je niet de gehele wereld op je nek nemen, maar toch: help de ander, daar waar dat mogelijk is. En breng andere mensen geen schade toe. Heb God lief boven alles en heb het welzijn van uw medemens op het oog. Dan laat u blijken dat u een volgeling van Jezus bent. Dan laat u blijken dat er Eén is Die werkelijk alle lof en eer waard is, en dat is de Heere God, want Zijn Zoon Jezus is de Zaligmaker.

Gods Zoon brengt ons in de eerste plaats vrede tussen God en ons. De apostel Paulus schrijft het in Romeinen 5, citaten uit de verzen 1, 6 en 8:

“Wij dan gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede bij God door onze Heere Jezus Christus. Op het moment dat wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven. God bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.”

Ja, het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonde. Het bloed van Jezus Christus maakt u dus schoon van al uw fouten.

Daarmee bevestigt God Zijn liefde aan u, aan jou en aan mij. Je krijgt iets van Hem wat je niet had verdiend. Namelijk vergeving van je schuld. Als u dat beseft, dat de Heere God u het allergrootste cadeau geeft, dan gaat u de Heere God loven. Want de Heere God maakt u vrij van de macht van de zonde. En de Heere God schenkt u het eeuwige leven. Dit wetend, dat geeft u moed om uw pelgrimstocht hier op aarde voort te zetten. Neem daarin Anna als voorbeeld. Door God elke dag te dienen. Houd daarom elke dag de lofzang tot Gods eer gaande. In welke omstandigheden u zich dan ook bevindt. Want als u God blijft dienen, uw hele leven lang, dan gaat u als een gezegend mens door het leven. En dan laat u de mensen in uw omgeving blijken: bij God is verlossing. Deze verlossing houdt nooit op. De verlossing die God ons geeft, biedt ons werkelijk alleen positief toekomstperspectief.


Machiel Lock, 31 januari 2025

zondag 15 december 2024

De maagdelijke geboorte van Jezus Christus

 
Lezen: Lukas 1:26-38.
 
Over anderhalve week is het Kerst 2024. Hoe vieren mensen tegenwoordig het Kerstfeest? Stel je voor dat je het aan een aantal willekeurige voorbijgangers op straat zou vragen: “Hoe viert u Kerst?” Welke reacties zult u dan krijgen? Veel mensen vinden dat Kerst staat voor gezellig samenzijn met familie en vrienden. En dat is waardevol. Tijdens de Kerstdagen willen veel mensen ook heerlijk eten. Heerlijk eten, dat is een grote zegen. Dat is niet vanzelfsprekend, alleen al als je je realiseert dat veel mensen in armoede leven. Voldoende eten en drinken in huis hebben, dat is des te meer een zegen van God. Veel mensen versieren deze decembermaand hun huis met extra lichtjes. En ook straten zijn in deze decembermaand versierd met extra lichtjes. En dat is zeker sfeervol. Want in deze tijd van het jaar is het natuurlijke daglicht maar kort. Als kinderen van God geloven wij in het Licht van de wereld. Dat is het Licht met een hoofdletter. Dat Licht is Jezus Christus.

We hebben in onze evangelielezing grote beloften gelezen. De engel Gabriël wordt door God gezonden naar de stad Nazareth. Nazareth is eigenlijk niet zo’n bekend stadje in Galilea. Galilea is het noordelijke gedeelte van Israël. In Nazareth gaat Gabriël naar de maagd Maria. Maria is dus maagd. Dat betekent dat Maria een meisje is dat nog geen geslachtsgemeenschap heeft gehad met een man. Maar om zwanger te worden, is die gemeenschap toch wel nodig? Dus de vraag van Maria aan de engel Gabriël is toch wel begrijpelijk, nietwaar? Maria vraagt: “Hoe zal ik zwanger worden?” 
 
De engel Gabriël heeft tegen Maria gezegd dat die zwanger zal worden. Maria zal zwanger worden en een Zoon baren. Maria moet haar Zoon de Naam Jezus geven. Want Jezus zal groot zijn en Jezus zal de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God, de Heer, zal aan Jezus de troon van David geven, en Jezus zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid. En aan het Koninkrijk van Jezus zal geen einde komen. Maria heeft geen gemeenschap met een man. Toch zal ze zwanger worden. Hoe kan dat? Voor God is alles mogelijk. Dat maakt de engel duidelijk aan Maria. Ook eerder heeft God al laten zien dat voor Hem niets te wonderlijk is. Bijvoorbeeld toen Sara op 90-jarige leeftijd een zoon baarde. Haar man Abraham was toen zelfs al 100 jaar. Want: is er voor de HEERE iets te wonderlijk? Nee, niets dus.

En Maria kan het met eigen ogen zien dat dat daadwerkelijk zo is. Want haar nicht Elisabeth is al zwanger van een zoon. Terwijl Elisabeth al heel oud is. En Elisabeth is onvruchtbaar. Tenminste, men hield haar voor onvruchtbaar. Elisabeth is dankzij Gods ingrijpen toch zwanger geworden. Elisabeth is inmiddels al in de zesde maand van haar zwangerschap. Dat zegt de engel Gabriël tegen Maria. Dat zegt Gabriël niet voor niets. Vrouwen die ervaring hebben met een zwangerschap, die zullen het herkennen: in de vijfde maand van je zwangerschap voel je je kind in je baarmoeder leven.

We bevinden ons nu inmiddels alweer in december. De laatste maand van het jaar. Veel mensen noemen de maand december de feestmaand bij uitstek. Er wordt in december Sinterklaas gevierd, en er zijn in december de feesten Kerst, oud en nieuw. Maar valt Kerst dit jaar eigenlijk wel goed te vieren? Misschien heeft u zich dat ook al afgevraagd. Veel mensen hier in de omgeving maken zich zorgen over de inflatie, en over migratie, en over het milieu en over de klimaatverandering. 
 
Toch is het wel een voorrecht dat we kerkdiensten mogen beleven. Want kijk ook naar de zegeningen die God ons schenkt. Wij zijn geneigd om alleen te kijken naar wat we niet hebben. En sommige dingen kunnen ons terecht zorgen geven. Die zorgen mogen we aan God in het gebed voorleggen. Hij weet wat wij als Zijn kinderen nodig hebben. Het allergrootste cadeau dat God ons schenkt, is het kerstkind in Bethlehem. Bethlehem lag in Judea, dus in het zuidelijke gedeelte van Israël. God heeft de wereld zo liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft. Iedereen die in Gods eniggeboren Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Is dat geen wonder?

Bij God komen we nooit bedrogen uit. Hij schenkt ons het kerstkind in Bethlehem. Want het Heilige dat uit Maria geboren wordt, dat wordt Gods Zoon genoemd. Dat Heilige is Jezus. De Naam “Jezus” betekent Redder. Jezus is de Christus, dat betekent de Gezalfde. Jezus Christus brengt in een gestalte van een slaaf Zijn leven hier op aarde door. Toch zal God aan Jezus de troon van David geven. David is één van de voorouders van Jezus en Jozef. David behoorde tot de stam van Juda. Alle glans van de troon van David leek voor het blote oog inmiddels uitgedoofd te zijn. Maar Jezus heeft daar verandering in gebracht. Jezus heeft als Gods Zoon Zijn taken als Messias uitgevoerd. De maagd Maria werd zwanger van het Kindje Jezus. Zodra Maria zwanger blijkt te zijn door de Heilige Geest, wil haar man Jozef haar verlaten. Jozef is immers rechtvaardig. Het zal door de buitenwereld als een schande worden aangemerkt als Maria zwanger blijkt te zijn van een kind.

Maria en Jozef zijn al in ondertrouw. Dat is net iets anders dan verloving in onze tijd. Een verloving in onze tijd is wel het geven van een wederzijdse trouwbelofte tussen twee mensen. Maar bij een verloving in onze tijd is er nog geen sprake van een huwelijkscontract voor de burgerlijke staat. In de tijd van Jozef en Maria was ondertrouw al wel een soort huwelijksovereenkomst. Dat was een wettig contract. Alleen met een scheidingsbrief kon dit contract worden ontbonden. Toch was het met ondertrouw dan weer niet zo dat man en vrouw al officieel getrouwd waren. In Israël werd seksuele omgang tussen een ongetrouwde man en een ongetrouwde vrouw als verwerpelijk beschouwd. Daarom wil Jozef zijn vrouw in het geheim verlaten.

Maar vervolgens verschijnt er een engel aan Jozef. Deze engel zegt dat wat in Maria ontvangen is, dat dat uit de Heilige Geest is. Maria zal een Zoon baren. Jozef krijgt de opdracht om deze Zoon de Naam Jezus te geven. Jezus zal Zijn volk namelijk zalig maken van hun zonden. De evangelist Mattheüs noteert dat de geboorte van het Kindje Jezus de vervulling is van een tekst uit Jesaja: “De maagd zal zwanger worden en een Zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, wat ‘God met ons’ betekent.” Het woord dat Jesaja hier voor maagd gebruikt, betekent een jong meisje. Dat kan een maagd zijn, maar het kan ook een vrouw zijn die al wel geslachtsverkeer met een man heeft gehad. Mattheüs haalt specifiek de betekenis “maagd” eruit. Zo is Jezus als Gods Zoon geboren. Uit een maagd. Natuurlijk heeft God geen begin en geen einde. God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest, deze drie personen vormen samen de drie-enige God. God is er altijd geweest en God zal er altijd zijn. In Lukas 1 staat God de Zoon op het punt om Mens te worden. Jezus wordt Mens om uiteindelijk te gaan sterven vanwege ons falen. Maar Jezus zal ook uit de dood opstaan. Daarmee laat Hij zien dat de dood niet het laatste woord heeft.

Het valt me steeds weer op dat de evangelist Lukas aandacht heeft voor de enkeling. Zijn betrokkenheid op de kansarmen in de samenleving valt op. Armen en verstotelingen, vrouwen en kinderen, Samaritanen en heidenen, ze zijn de speciale objecten van Gods bijzondere zorg. Maria is zo’n object. De engel Gabriël komt hoogstpersoonlijk bij haar op bezoek. En de engel Gabriël zegt tegen Maria: “Wees gegroet, begenadigde. De Heere is met u.” En vervolgens lezen we dat Gabriël tegen Maria zegt: “U bent gezegend onder de vrouwen.” In de Rooms-Katholieke Kerk is aan deze uitspraak van Gabriël één van de bekendste gebeden ontleend: het Avé Maria.

In het Oude Testament lezen we ook een keer de uitdrukking: “U bent gezegend boven alle vrouwen.” Dat is in de lofzang van Debora over Jaël. Jaël wordt door Debora geprezen, omdat ze Sisera had verslagen. Sisera was de legeraanvoerder van de Kanaänieten. Sisera was dus de legeraanvoerder van de vijanden van Israël. Er is naar mijn overtuiging wel een verschil tussen Jaël en Maria. En dan bedoel ik dit. Jaël werd geprezen om wat zij heeft gedaan, maar Maria is begenadigd vanwege wat zij zal ontvangen. Het Kind van Maria is meer dan alle andere kinderen. Ook al is de geboorte van elk kind natuurlijk een wonder. Ouders die aan de wieg van hun kindje hebben gestaan, zullen dat bevestigen. Maar het Kindje Jezus heeft iets in Zich wat geen enkel ander kind heeft. Daarom is Maria gezegend onder de vrouwen. Maria wordt op een heel bijzondere manier door God in genade aangenomen. Zij is begenadigd, omdat ze een bijzonder geschenk van God zal ontvangen.

Maria hoort de groet van de engel. Maar dan raakt ze in verwarring. Toch is dat iets anders dan ongeloof. Maria weet namelijk goed dat het geen sterfelijk mens is die tot haar gesproken heeft. Ze denkt na over wat de betekenis van de groet van de engel zou kunnen zijn. Maria is angstig, maar dan wel uit ontzag voor God. De engel zegt meteen tegen Maria dat ze niet bang hoeft te zijn. Het zou goed kunnen dat Maria bang was, omdat ze weet dat Israël het vaak heeft laten afweten in de dienst aan God. Maar God heeft Zijn gunst aan Maria geschonken. Maria heeft er niet zelf om gevraagd om moeder van het Kind Jezus te zijn. God heeft het zo besloten. Maria is een heel eenvoudig meisje. We weten niet eens hoe oud ze precies geweest is toen ze Jezus baarde. Het zou goed kunnen dat ze nog niet volwassen was, dus dat ze jonger was dan 18 jaar oud. 
 
Maria beantwoordt de boodschap van Gabriël met gehoorzaamheid. Maria noemt zichzelf de dienares van God. Maria aanvaardt wat God tegen haar heeft gezegd. Daarin is ze heel voorbeeldig. Doen wij ook wat God van ons vraagt? Maria onderwerpt zich aan datgene wat God met haar wil doen. Dat is niets niks. Want de kans is niet gering dat Maria’s eigen reputatie onder het volk omlaag gaat. Denk maar aan wat Jozef denkt zodra hij zijn vrouw Maria wil verlaten.

Maria hoort van de engel Gabriël dat haar nicht Elisabeth zwanger is. Daarop gaat Maria met grote haast naar het huis van Zacharias en Elisabeth. Maria groet Elisabeth. In reactie daarop springt het kindje van Elisabeth op in Elisabeths schoot. Het kindje dat de naam Johannes zal dragen, en bekend zal komen te staan als Johannes de Doper. Johannes de Doper zal de mensen wijzen op Degene Die meer is dan hij: namelijk op Jezus. Jezus is Degene Die doopt met de Heilige Geest en met vuur. De geboorte van Johannes werd ook al door de engel Gabriël aangekondigd. En ondanks het aanvankelijke ongeloof van Zacharias wordt Elisabeth inderdaad zwanger. Elisabeth wordt vervuld met de Heilige Geest. Elisabeth zegt tegen Maria: “Gezegend ben je onder de vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!” Elisabeth ziet de geboorte van Jezus al als vervuld. Maria is al moeder geworden van het Kindje Jezus. Zo maakt Elisabeth het duidelijk. Je merkt hier duidelijk het geloofsvertrouwen van Elisabeth.
 
De vraag die Maria stelt over hoe het mogelijk is dat ze zwanger zal worden, die komt misschien wat onverwachts. De Oudtestamentische belofte dat de Messias als mannelijk kind geboren zal worden, was bij Maria waarschijnlijk wel bekend. Maar je zou misschien verwachten dat Maria aanneemt dat ze deze Zoon zal ontvangen zodra ze getrouwd is met Jozef. Misschien heeft u wel een collega die zegt dat de inhoud van de Bijbel niet waar is. Vraag dan aan hem/haar waarom hij/zij dat uitgangspunt heeft. Zelf kun jij juist een argument voor de betrouwbaarheid van de Bijbel noemen. En dat is dat de Bijbel de mensen heel natuurlijk beschrijft.

De evangelist Lukas geeft bijvoorbeeld eerlijk het karakter van Maria weer. Maria is niet ongelovig. Maar Maria wil wel graag weten hoe ze zwanger zal worden. De engel Gabriël heeft tegen Maria gezegd dat ze nú al door God begenadigd is. De engel noemt Jozef helemaal niet. Dat heeft Maria vast opgemerkt. Jozef wordt niet “de gezegende onder de mannen genoemd”. Blijkbaar begrijpt Maria dat datgene wat Gabriël heeft aangekondigd, dat dat geen directe betrekking heeft op haar relatie met Jozef.

Maria krijgt als antwoord van de engel dat de Heilige Geest over haar zal komen en dat de kracht van de Allerhoogste haar zal overschaduwen. Daarom zal het Heilige Dat uit Maria geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden. Gods scheppende kracht is aanwezig in de geboorte van de Messias. Gods Geest is dus actief aan het werk in Maria. Er zal een buitengewoon wonder plaatsvinden. Daarin zal geen natuurlijk middel aan te pas komen. De Schepper-God bracht leven uit het niets en schiep mensen uit het stof. De Schepper-God is ook in staat om menselijk leven in een baarmoeder te scheppen zonder tussenkomst van een man. Gods daad houdt hier in dat Hij Maria overschaduwt. Onder de oude bedeling rustte een wolk over de tabernakel. In de vorm van een wolk daalde de heerlijkheid van Israëls God neer op de tabernakel. We komen Gods schaduw ook tegen als we lezen over Gods bescherming voor Zijn volk. Overschaduwen heeft een positieve klank. Als u wel eens in Israël bent geweest, zult u weten. In de zomer is de gemiddelde temperatuur overdag in Israël meer dan 30 graden Celsius. Schaduw biedt bescherming tegen de brandende zon. Als God Zijn volk overschaduwt, dan wil dat zeggen dat God bij Zijn volk is. God laat Zijn kinderen niet in de steek.
 
Daarom laat Hij de Messias geboren worden uit een maagd. De Geest van God houdt de Messias rein vanaf het allereerste begin. Waar doet dat aan denken? Dat doet denken aan de periode in het paradijs voordat het misging. Toen was alles helemaal volmaakt. Maar het ging mis toen Adam en Eva aten van de boom waarvan ze niet mochten eten. En als straf hierop zei God tegen Eva dat Hij haar moeite in haar zwangerschap zal geven. Eva zal met pijn kinderen baren. Er is vanaf die tijd geen enkel mens volmaakt meer.

Maar gelukkig zorgt God voor een Middelaar tussen Hem en de mens. Deze Middelaar is Jezus. Jezus heeft door Zijn lijden en sterven verzoening voor Zijn volk gebracht. Als kind van God vertrouw je je daarop. Door het geloof vertrouw je op het offer van Jezus. Want door dat offer is er vergeving van je schuld mogelijk. Dat offer heeft de ultieme vrede teweeggebracht. Over deze vrede zongen de engelen in de kerstnacht.

Paulus schrijft: “Omdat de dood er is door een mens, namelijk door Adam, is ook de opstanding uit de doden er door een Mens, namelijk door Jezus.” Jezus is onze Middelaar, onze Verlosser. De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft: “Zo’n Hogepriester hadden we nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en verhoogd boven de hemelen.” Jezus is deze Hogepriester. Hij is sterker dan wie dan ook. Jezus is God. Denk aan wat Jesaja schrijft over Jezus: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Vader in eeuwigheid, Vredevorst.” Aan de uitbreiding van Zijn heerschappij en aan de vrede in Zijn rijk zullen geen einde komen. Dit Kind, Jezus, zal op de troon van David zitten en Hij zal voor eeuwig Koning zijn. Dat mocht Jesaja al zo’n 7 eeuwen voor de daadwerkelijke vervulling van zijn profetie schrijven. Wat Jesaja schrijft, is precies wat Gabriël over Jezus zegt: God zal aan Jezus de troon van David geven en aan het Koninkrijk van Jezus zal geen einde komen.

Geen mens komt helemaal foutloos ter wereld. Dat kun je wel merken aan jezelf. We zijn niet zonder fouten. En dat bedoel ik natuurlijk niet als excuus. Het is natuurlijk niet de bedoeling om expres slordig met jezelf en met anderen om te gaan. We krijgen juist de opdracht om God lief te hebben boven alles en we krijgen ook de opdracht om onze medemens lief te hebben als onszelf. Laten we erbij stilstaan hoe we van betekenis mogen zijn voor God en voor onze medemensen. De Tien Geboden zijn nog altijd leidend voor ons. God zegt: vereer naast Mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden en kniel er niet voor neer. Misbruik de Naam van de HEERE niet. Houd de sabbatdag, de zondag, in ere als een heilige dag. Toon eerbied voor uw vader en voor uw moeder. Pleeg geen moord, pleeg geen overspel, pleeg geen diefstal, leg over een ander geen vals getuigenis af, en zet uw zinnen niet op wat een ander toebehoort. Dat zijn de Tien Geboden. Daar proberen we als kind van de hemelse Vader ons aan te houden. Al zal dat hier altijd wel met gebrek zijn.

Maar Jezus is zonder gebreken. Het Kind van Maria is namelijk heilig. Dit Kind kwam wel helemaal foutloos ter wereld. En Jezus heeft Zich ook gehouden aan wat Zijn Vader Hem heeft opgedragen. Daarom mogen we ook dit jaar Kerstfeest gaan vieren. De Heiland is geboren. In Hem worden we gelukkig. Niets kan ons scheiden van de liefde van God in Christus, onze Heere.

De maagdelijke conceptie van de Heere Jezus Christus is heel wonderlijk. Toch is de maagdelijke geboorte van Christus op zichzelf niet het belangrijkste punt uit de evangelielezing uit Lukas 1. Ik geloof dat het meest wonderlijke daarin is dat God Zijn genade aan ons laat zien. God vervult Zijn genadebeloften aan ons. De evangelist laat zien dat voor God niets in de weg staat om Zijn genade aan u, jou en mij te laten zien. God laat ons Zijn genade zien. Dat omdat we door het geloof in het kerstkind verzekerd zijn van de eeuwige glansrijke toekomst. Wij zijn als kinderen van de hemelse Vader verzekerd van de eeuwige glansrijke toekomst. Daar mogen we al iets van uitstralen in onze omgeving om ons heen. Is dat niet iets wonderlijks?

Machiel Lock
december 2024