vrijdag 20 februari 2026

Preek over Exodus 17:8-16

Preek (2026) over Exodus 17:8-16
M. Lock

Thema van de preek: "De HEERE is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek"

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Lange tijd was het elke dag in het nieuws: de oorlog tussen de staat Israël en de Palestijnse organisatie Hamas. Deze oorlog werd wereldwijd tot een flinke splijtzwam. Gelukkig zijn Israël en Hamas inmiddels gekomen tot een vredesakkoord. Dankzij de bemiddeling vanuit Amerika. Hoewel die vrede nog erg broos is. Er waren veel meningen over deze oorlog. De één stond aan de kant van Israël, de ander stond aan de kant van Hamas. Weer een ander stond aan de beide kanten. En weer een ander had geen mening over de oorlog. In onze eerste Schriftlezing vanmorgen lazen we over een andere oorlog, een oorlog tussen twee volken: tussen Israël en Amalek.

In Exodus 17 bevindt het volk Israël zich in de woestijn Sinaï. Het volk Israël heeft 40 jaar door de woestijn Sinaï rondgezworven. Na die 40 jaar kwamen de Israëlieten eindelijk in het land dat door God aan hen beloofd was. Het beloofde land was het land Kanaän. Dat was het land dat overvloeide van melk en honing. Eerder gaf God aan Israël de opdracht om mannen naar het land Kanaän uit te zenden. Die mannen moesten Kanaän verkennen. Die mannen verkenden 40 dagen lang het land Kanaän.

Vervolgens brachten deze verkenners verslag uit over het land Kanaän. Toen zeiden 10 van de 12 verkenners dat het onmogelijk is om het land Kanaän te veroveren. Ze dachten dat de Kanaänieten de Israëlieten zullen verslinden. De 10 verkenners zeiden dat ze reuzen in Kanaän hadden gezien. De Israëlieten hoorden dat. Ze zeiden dat zij en hun kinderen dan ten prooi zullen vallen aan de Kanaänieten. De Israëlieten vertrouwden daarmee niet op God. God had hun beloofd dat Kanaän echt voor hen zal zijn. God straft het volk Israël. Israël moet 40 jaar rondzwerven in de woestijn. En in die woestijnreis is veel gebeurd.

Op een gegeven moment legert het volk Israël zich in Rafidim. We hebben het gelezen in vers Exodus 17:1. In Rafidim stellen de Israëlieten de HEERE op de proef. Er is geen water voor de Israëlieten. De Israëlieten mopperen daarover richting Mozes. De Israëlieten vragen vrijpostig: "Is de HEERE in ons midden, of niet?" Ja, God heeft inderdaad beloofd bij Zijn volk te zullen zijn. Daar wil het volk nu maar eens een bewijs van hebben. Mozes slaat in opdracht van de HEERE met zijn staf op een rots. Vervolgens komt er water uit deze rots. Zo krijgt het volk Israël zijn wens. Direct daarna komt Amalek. Amalek strijdt tegen Israël. Het volk Israël is dan nog steeds in Rafidim. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." (zie vers 8).

Het is Amalek die de strijd aanbindt tegen Israël. Wie is Amalek? Amalek is een kleinzoon van Ezau. Amalek is uitgegroeid tot een groot volk. Het is een volk dat geoefend is in de strijd. Maar Israël is in militair opzicht juist een zwak volk. Een volk dat moe en uitgeput is. Een volk dat zojuist bevrijd is van de slavernij in Egypte. Amalek is dus een afstammeling van Ezau. En juist dat gegeven maakt de strijd tussen Israël en Amalek van groot belang. Israël en Amalek zijn in oorlog met elkaar. Ten diepste dus Jakob en Ezau. Een strijd tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. In feite dus een strijd tussen de kerk en de satan.

Waarom bindt Amalek de strijd aan tegen Israël? Op deze vraag kun je verschillende antwoorden geven. Het lijkt me niet toevallig dat God het volk Israël wil straffen. Dit omdat Israël de HEERE op de proef gesteld heeft. We lezen het vaker in de Bijbel dat er op een zonde een straf van God volgt. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." Een andere oorzaak hiervan is dat Israël door de Amalekieten als een bedreiging wordt gezien. Op zichzelf is Israël een weerloos volk. Toch is Israël wel een groot volk met veel vee. In het gebergte Horeb zijn veel grazige weiden. Het vee van de Israëlieten zouden die weiden dan allemaal kunnen afgrazen. Dat zou een flinke domper zijn voor Amalek.

In Deuteronomium 25 lezen we dat Amalek de achterhoede van Israël aanvalt. Dat is op dus op de zwakste plek. Dat wil zeggen: de Amalekieten vallen de vrouwen van Israël aan en de Amalekieten vallen ook de kinderen van Israël aan. Amalek doet dit bewust. Het is dus niet zomaar een strijd die Israël wel eventjes zal winnen in eigen kracht. Israël is op zichzelf al een zwak volk, en blijkbaar heeft Amalek het ook nog eens gemunt op de zwaksten van Israël.

En is dat ook niet in ons leven, dat de satan ons opzoekt en juist uit is op onze zwakke plek. Daar wil hij ons pakken. Dat is de tactiek van de tegenstander van God. We zien dat ook als de satan met zijn verzoekingen komt. Denk maar aan wat er gebeurde bij Jezus in de woestijn. Jezus heeft 40 dagen niets gegeten. Daardoor heeft Hij honger gekregen. Jezus heeft net als elk ander mens behoefte aan brood. De satan zegt tegen Jezus: "Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat die broden worden." Jezus wordt door Gods tegenstander op de proef gesteld. Maar Hij weerstaat deze verzoeking met Gods Woord: "Er staat geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt." Wij zijn afhankelijk van Gods woorden. In het oude Israël bleek er meer te zijn dan alleen brood op de aarde. Toen God sprak, was brood uit de hemel. Elk mens op aarde moet God dienen. Iedereen moet God op de eerste plaats zetten en niet iemand anders. Gods beloften vragen om vertrouwen. Deze beloften mogen we niet uitproberen. Gods beloften zijn waar. Die zullen altijd uitkomen. Maar dan wel op Gods tijd en wijze. Jezus gehoorzaamt aan Gods Woord. De waarheid van Gods beloften blijkt ook nu: engelen dienen Jezus. Gelukkig heeft Jezus niet gedaan wat de satan zei. Anders zou Hij nooit naar het kruis gegaan zijn. Dan zouden we ook nooit vergeving van onze schulden hebben ontvangen. Jezus gehoorzaamt Zijn Vader. Maar Amalek wil niets van God weten.
Het volk Amalek heeft dus geen ontzag voor God. Het volk Amalek bindt nu de strijd aan tegen Israël. Maar hoe loopt die strijd af? Mozes zegt tegen Jozua: "Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan tegen Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met in mijn hand de staf van God." Dat zegt Mozes. We zien hier dat Mozes op God vertrouwt. Mozes geeft opdrachten aan Jozua. Jozua moet die opdrachten onmiddellijk uitvoeren. Hij krijgt hele belangrijke opdrachten van Mozes. Jozua moet uiteindelijk Mozes opvolgen in het leidinggeven aan het volk Israël. Een uiterst verantwoordelijke taak dus die Jozua te wachten staat.

Jozua doet wat Mozes tegen hem gezegd heeft. Jozua en een aantal andere mannen uit Israël strijden tegen Amalek. Maar Mozes, Aäron en Hur, zij klimmen op de top van de heuvel. Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf ziet op Gods kracht. Het is de staf waarmee God al veel wonderen heeft bewerkt. In Egypte hief Mozes de staf naar boven. Toen werden de Egyptenaren getroffen met vele plagen. En aan de Schelfzee hief Mozes de staf naar boven. Vervolgens kwam er een pad tevoorschijn. Door dat pad kon Israël droogvoets door de Schelfzee gaan. En Mozes sloeg met de staf op de rots. Daarna kwam er water uit de rots. Met deze staf gaat Mozes opnieuw zijn weg. Dat doet hij biddend. Mozes pleit op Gods genade voor het gehele volk Israël.

"En het gebeurde, zodra Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar zodra Mozes zijn hand neerliet, toen had Amalek de overhand." Israël en Amalek zijn met elkaar in oorlog geraakt. Maar Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf is uiteindelijk bepalend voor de afloop van deze oorlog. Mozes heft de staf omhoog. We kunnen ons wel indenken dat dat kracht en inspanning van Mozes vraagt. Om een staf zo'n lange tijd omhoog te houden. Misschien heb je zelf eens geprobeerd om lange tijd je hand omhoog te houden. Dat doet snel pijn. Dat zien we ook bij Mozes.

Maar Mozes weet dat als zijn hand naar beneden gaat, dat dan de strijd tegen Amalek verkeerd afloopt. Aäron en Hur nemen een steen. Mozes kan op die steen zitten. En Aäron en Hur ondersteunen de handen van Mozes; de één aan de ene zijde, de ander aan de andere zijde. Dat doen ze totdat de zon ondergaat. Mozes houdt nu met beide handen de staf van God omhoog. De handen van Mozes worden door God gesterkt. God zorgt ervoor dat Israël de overwinning op Amalek behaalt. Mozes heft zijn handen op naar God. Daarom is de strijd tegen Amalek beslecht (zie vers 13).

"Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man." De naam "Jozua" betekent: "De HEERE is mijn Redder". Jozua verslaat Amalek. Dat doet hij door Gods kracht. God is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek. Beste mensen, gelooft u in de macht van de Heere? De Heere is niet alleen bij machte om een oorlog te winnen. Hij is ook bij machte om het leven van jongeren en van ouderen te vernieuwen. Hij is bij machte om uw zonden te vergeven. De Heere is de Enige, Die u kan bevrijden van uw zonden. Vertrouw daarop, gemeente. God biedt u Zijn genade aan. Laat die genade niet links liggen. Want alleen deze genade is uw eeuwige redding. Gods genade is er alleen in Zijn Zoon, in Jezus dus.
En als je nu iets van de genade van God hebt begrepen, dan weet je hoe de satan bezig is te proberen om je af te leiden van de dienst aan God. In eigen kracht kun je je niet kunt wapenen tegen de verleidingen van de satan. De satan is uit op oorlog tussen jou en God. Maar Christus heeft de verleidingen van de satan weerstaan. De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft dat Christus de Hogepriester is. Christus heeft medelijden met al onze zwakheden, en Hij is in alles op dezelfde wijze als wij op de proef gesteld. Maar Christus zondigde niet. Gemeente, zie op het Lam Dat de zonde van de wereld wegneemt. Het Lam van God heeft het kwaad overwonnen en de kop van de slang vermorzeld. De HEERE zorgt voor de overwinning op Amalek. De HEERE zal de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel uitwissen.

Jozua heeft het volk Amalek door de scherpte van het zwaard verzwakt. Daarna richt God het woord tot Mozes. God zegt tegen Mozes: "Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat Ik ervoor zal zorgen dat niets onder de hemel nog aan het volk van Amalek herinnert." Dat zegt God. Amalek is een volk dat het gemunt heeft op Gods volk. Daar kan God Zich niet mee verenigen. De HEERE zal Amalek helemaal uitwissen. Daardoor zal er uiteindelijk niets meer van Amalek overblijven. Straks zal niemand Amalek zich nog herinneren. Eens zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, waarop gerechtigheid woont. Daar zal God Zelf alle tranen van Zijn gelovigen afwissen. Dat is het tegenovergestelde van wat er met Amalek gebeurd is.

Zodra de Heere Jezus Christus terugkomt op de wolken van de hemel, dan zal alles nieuw zijn. Dan is er voor eeuwig de scheiding tussen de gelovigen en de ongelovigen. Tussen de mensen die de Heere wel gediend hebben en de mensen die de Heere niet hebben gediend. Wat een troost is het voor Gods kinderen, om straks bij God in het paradijs te zijn. Maar als je het leven met de Heere niet kent, dan roep ik je op: keer je je vandaag nog om en neem de toevlucht tot de Heere. Stel dat niet uit! Voordat je het weet, is het te laat.

Mozes heeft Gods bevel gehoord. Hij roemt in God. Mozes bouwt een altaar. Hij geeft dat altaar een naam: "De HEERE is mijn Banier." "De IK ZAL ER ZIJN is mijn Banier." De HEERE alleen is de Banier van Mozes. Mozes spreekt deze woorden vol geloofsvertrouwen uit. Een banier is een vlag waarop een wapen te zien is. Daar moeten de soldaten op zien als ze oorlog voeren. God is het Wapen van Mozes. In Hem alleen is Mozes veilig. Daar kan geen volk tegenop, hoe groot en sterk dat volk ook is. Gemeente, is God ook uw Banier? Als dat zo is, dan bent u veilig. Wie op God vertrouwt, die is werkelijk gelukkig. Mozes zegt: "De HEERE is mijn Banier." Deze belijdenis is ook een verwijzing naar Gods troon. Op deze troon mogen ons geloof en onze strijd zich richten.
Na Exodus 17 komen we Amalek nog enkele keren tegen in de Bijbel. Bileam zegent het volk Israël. Vervolgens ziet hij Amalek. Bileam zegt dat Amalek vooraanstaand is onder de volken. Maar Bileam zegt ook dat Amalak uiteindelijk ten onder zal gaan. Saul en David maken bijna een einde aan de macht van de Amalekieten.

In het Bijbelboek Esther lezen we dat Haman een afstammeling is van Agag. Agag was dus de koning van de Amalekieten. Ten tijde van koning Hizkia doden 500 Israëlitische mannen de laatste overgebleven Amalekieten. En zo gaat de profetie van Bileam in vervulling. Misschien denkt u wel, wat aangrijpend, zo’n oorlog die door God wordt bewerkstelligd. Er staat: "De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn." Maar dan moeten we begrijpen: God straft hier het kwaad.

We horen vaak om ons heen: als God liefde is, dan zou er toch nooit meer ellende zijn in de wereld. Misschien heeft u dat ook al vaak gehoord. En ik begrijp die redenatie ergens wel. Een vader en een moeder die liefdevol zijn, die hebben toch het beste met hun kinderen voor? Deze ouders laten hun kinderen toch geen pijn doen? Ja, dat is waar. Hiermee is nog niet alles gezegd. Het is toch gerechtvaardigd dat ouders dan toch ook liefde van hun kinderen verwachten? God is Liefde. En God wil dat wij Hem liefhebben, want pas dan zal Hij eens alle tranen van onze ogen afwissen. Ook al lukt het liefhebben ons niet voor 100%. Maar dat weet God. Hij wil desondanks dat wij Hem hooghouden, ook al is dat met gebrek van onze kant.

Beste mensen, hier in de kerk of elders met ons verbonden, blijf dus vertrouwen hebben op God, vertrouw erop dat God liefdevol is. Dan zingen we met de kerkhervormer Maarten Luther mee: "Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen! Al drukt het leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen! … Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken!" Maar beste mensen, wij strijden wel vanuit liefde. Wij strijden de goede strijd van ons geloof. Wij houden dus vol om God te dienen en onze naasten te stichten. Daarmee grijpen we het eeuwige leven.

Israël is uitgegroeid tot een groot volk. God heeft dit volk verkozen tot Zijn volk. Wij weten dat uit Israël de Redder, Jezus, geboren is. Dat is waar God naartoe gewerkt heeft. Dat blijkt ook uit de overwinning op Amalek. Ziet u hierin Gods trouw? God schenkt ons Zijn genade in Zijn Zoon. Hij schenkt dus Zijn genade in Jezus. Jezus is de weg gegaan van kribbe naar kruis. Jezus is gestorven aan het kruis. Dit vanwege onze zonden. Jezus is ook opgestaan uit de dood. Het leven heerst over de dood. Jezus heeft de strijd tegen de kwade machten overwonnen. Zodat er voldaan is aan Gods recht om de zonden te straffen. Is dit ook een wonder geworden in uw leven? Ik hoop van harte dat dat zo is.

Misschien zijn er mensen in uw omgeving die uw geloof vreemd vinden. Maar bidt u regelmatig tot God of u een middel mag zijn om iets van Gods liefde te laten zien aan andere mensen? Paulus schrijft dat niets ons zal scheiden van Gods liefde in Christus. Paulus schrijft ook: door Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Belijd u dat met Paulus mee? Dat hoop ik van harte. Want dan bent u gelukkig!

Amen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten