zondag 12 april 2026

Pasen en Beloken Pasen

Op Pasen vieren we de opstanding van Jezus Christus, Gods Zoon, uit de dood. Nadat Jezus aan het kruis gestorven was, stond Hij op de derde dag uit Zijn graf op uit de dood. Wat hebben wij aan de opstanding van Christus? Aan de hand van de Heidelbergse Catechismus geef ik drie antwoorden op deze vraag.

1. Jezus heeft de dood overwonnen. Daarom delen wij in de gerechtigheid. De gerechtigheid heeft Jezus door Zijn dood voor ons verdiend. Persoonlijk wil hierbij opmerken: de gerechtigheid is dat wij in de juiste verhouding tot God staan. Dan staan er geen zonden (fouten) tussen God en jou in.

2. Door de opstandingskracht van Jezus worden ook wij opgewekt om een nieuw leven te leiden. Een nieuw leven leiden, dat is dan figuurlijk bedoeld. Persoonlijk wil ik hierbij opmerken: in het nieuwe leven staat de liefde tot God en de liefde tot onze medemensen centraal. Dus wij worden opgeroepen om God lief te hebben boven alles en om het welzijn van onze medemensen te bevorderen. 

3. We weten zeker dat ook wij eens zullen opstaan in heerlijkheid. Persoonlijk wil ik hierbij opmerken: dat zal gebeuren zodra Jezus terugkomt op de wolken van de hemel. Op dat moment zullen we een nieuw, onsterfelijk lichaam krijgen.
_________

Preek over Johannes 20:19-31
Voorganger: Machiel Lock
Datum: zondag 12 april 2026

Het thema van de verkondiging is: “Jezus en Thomas”.

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vandaag is het Beloken Pasen. Beloken is het voltooid deelwoord van “beluiken” (afsluiten). In deze dienst hebben we een gebeurtenis gelezen die zich op Beloken Pasen afspeelde. Thomas kon niet geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Maar is dat vreemd? Hoeveel Nederlanders geloven in het bestaan van God? Ik weet niet precies hoeveel, maar dat ze er gelukkig wel zijn, dat weet ik wel. Onze samenleving zag er honderd jaar geleden anders uit dan tegenwoordig. Als je je realiseert dat er honderd jaar geleden nog geen computer en televisie in ons land waren. Maar nu zijn ze er wel. Je ziet dat onze cultuur daarop is aangepast. Even iets voor de jongeren: als je een werkstuk voor school moet maken, dan doe je dat niet meer zo snel handgeschreven, maar dan doe je dat op de computer. En wat doet u als u op de hoogte wilt zijn van het laatste wereldnieuws? Dan leest u het nieuws direct via internet of u kijkt naar het rechtstreekse journaal van de NOS. Ik moet ook denken aan de komst van AI. AI kan bijvoorbeeld administratieve taken overnemen. Dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar.

Wat door de komst van televisie en internet ook gemakkelijker is geworden, is dat we nu snel kennis kunnen nemen van andere levensbeschouwingen dan de onze. Op internet zijn er veel websites te vinden die informatie geven over het christelijk geloof. Daar ben ik blij mee. Je vindt op internet ook informatie over andere godsdiensten. Je hoeft alleen maar de naam van een godsdienst te googelen, en je krijgt sites die daarover gaan. Dat is enerzijds mooi, want je kunt zo een beeld vormen van een andere godsdienst, maar anderzijds kan het je duizelen en afleiden. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was Nederland nog sterk verdeeld in zuilen. Dat is nu dus ±60 jaar geleden. Globaal waren er toen 4 zuilen in Nederland: de protestantse zuil, de rooms-katholieke zuil, de socialistische zuil en de liberale zuil. Maar door de welvaart groeide het vertrouwen in het menselijke verstand. Velen meenden daardoor de kerk niet meer nodig te hebben.

Dat heeft zo zijn weerslag gehad op het kerkbezoek. In 1960 was 18% van de Nederlanders onkerkelijk. Anno 2026 is meer dan de helft van de Nederlandse bevolking geen lid van een kerk. Een forse stijging van het aantal onkerkelijken dus. En het gevolg daarvan zien we om ons heen gebeuren. Veel kerken die eerst nog vol zaten tijdens een kerkdienst, worden nu minder goed bezocht. Inmiddels zijn meerdere kerkgebouwen vanwege dalend bezoek gesloten voor de eredienst. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik een bericht lees over een kerkgebouw dat zijn deuren moet sluiten, dan grijpt mij dat aan. Het tegenovergestelde zie je gelukkig ook. Vooral in de Biblebelt zijn de laatste tijd nieuwe kerkgebouwen gebouwd. Dit omdat de vorige kerkgebouwen te klein geworden waren. En wat ook een mooie ontwikkeling is, is dat in Nederland de waardering voor de aanwezigheid van kerken stijgt. Ik hoop dat u op een positieve manier naar buiten treedt, hier in het dorp of in de stad. Wees er waar mogelijk voor mensen. Ook voor diegenen die hier zondags niet zitten. Probeer activiteiten te ondernemen voor mensen in uw omgeving.

De algemene trend de laatste tijd is dat het kerkbezoek in Nederland helaas afneemt. Des te meer is het fijn dat u vanmorgen wel in de kerk bent en ook fijn is het als u meekijkt naar deze dienst. Stel, u bent in gesprek met iemand die de kerk vaarwel heeft gezegd, hoe zou u uitleggen waarom u wel naar de kerk gaat? En belangrijker nog: hoe legt u uit waarom u in het bestaan van God gelooft? De evangelist Johannes schrijft dat hij tekenen van Jezus heeft opgeschreven. Zijn doel daarvan is dat zijn lezers zullen geloven dat Jezus de Zoon van God is. Jezus is de Messias. Als we dat geloven, dan hebben we het eeuwige leven. Dat leert Johannes ons. Johannes schrijft ons dus over het geloof.

Jezus zegt dat diegenen gelukkig zijn die niet zien en toch geloven. Voor Thomas was het nog mogelijk om de wonden van Jezus te zien. Thomas kon die wonden met zijn vingers voelen, en hij kon zijn hand in de zij van Jezus leggen. Wij kunnen vandaag de dag dat niet meer, maar daarmee is ons geloof niet minder waard. Integendeel. In het dagelijks leven willen mensen soms een bewijs hebben, voordat ze iets geloven. Dat is ook logisch. Als u een product hebt gekocht en achteraf blijkt dat u daar niet tevreden over bent, dan wilt u dat product graag terugbrengen naar de winkel waar u het kocht. De verkoper vraagt u waarschijnlijk naar het bewijs dat u dat product echt gekocht heeft. Anders zou de verkoper u niet geloven. En het bewijs is dan de kassabon of een bankafschrift. Dat kunt u dan tonen. In het christelijk geloof werkt het net iets anders. In Hebreeën lezen we dat het geloof de grondslag legt voor alles waarop we hopen; het geloof overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. En Petrus schrijft aan de gelovigen dat die Jezus Christus liefhebben. Terwijl deze gelovigen Jezus niet met het blote oog gezien hebben. Maar de gelovigen ervaren toch een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en ze verkrijgen het einddoel van hun geloof. Dat einddoel is hun redding.

Jezus had leerlingen/discipelen die ook apostelen genoemd worden. Deze leerlingen worden door Johannes nog steeds “de twaalf” genoemd. Dit ondanks dat Judas Iskariot vertrokken is uit de apostelkring. De apostelen zijn de mede-oprichters van de christelijke kerk. Op de paasavond zijn de leerlingen bij elkaar. Maar Thomas is er dan niet bij. De leerlingen zijn bang voor de Joden. Daarom hebben zij de deuren van hun verblijfplaats op slot gedaan. Des te wonderlijker is het dat Jezus plotseling toch in hun midden staat. Jezus liet Zich niet tegenhouden door een afgesloten graf, en precies zo laat Hij Zich niet tegenhouden door vergrendelde deuren. Jezus gaat in het midden van de leerlingen staan. Hij zegt tegen hen: “Vrede zij met jullie!” Deze groet is algemeen bekend onder de leerlingen. Maar nooit eerder is het woord “vrede” zo betekenisvol geweest als nu. Het woord “Shalom” betekent vrede. Het “Shalom!” op paasavond is de aanvulling van “Het is volbracht” aan het kruis. Want wat hebben wij door het werk van Jezus? Wij hebben daardoor vrede met God. Jezus heeft Zijn leven gegeven. Daarom is er vergeving van schuld voor iedereen die in Hem gelooft. God heeft uit liefde Zijn Zoon gegeven voor ons.

Vrede met God is de diepste vrede die een mens kan hebben. Als het woord “vrede” valt, dan denken wij al snel aan “geen oorlog”. Dat is op zich terecht. Maar vrede met God is meer dan dat. Het betekent voor altijd gelukkig zijn. Dat betekent niet dat je dan nooit meer tegenslag zult ervaren in dit leven. Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen leeft naar de Tien Geboden, dat er dan geen oorlog meer zal zijn. Maar helaas is er gebrokenheid op deze aarde. Mensen kunnen er een potje van maken. Gelukkig is er ook nog veel goeds op deze wereld. Mensen kunnen veel betekenen voor de maatschappij. Toch blijft ook het spreekwoord waar: “Elk huis heeft zijn kruis.” Maar ook al moet je als gelovige nog heel wat incasseren, gemeente, houd moed en houd vol op de weg van het geloof. Dan mag je getuigen over de hoop die in je is. Dan mag je getuigen over God. God geeft vrede. De vrede die God ons geeft, reikt verder dan het leven van hier en nu.

Jezus heeft Zijn vredegroet aan Zijn leerlingen gegeven. Daarna laat Hij hun Zijn handen en Zijn zij zien. Jezus heeft littekens opgelopen toen Hij werd gekruisigd. Die littekens zijn nog te zien. Door Zijn handen werden spijkers geslagen. En één van de soldaten stak een speer in de zij van Jezus. Direct daarna kwam er bloed en water uit. Jezus is wel van Zijn wonden genezen. De leerlingen zijn blij zodra ze Jezus weer zien. Vanuit de andere evangeliën weten we wel dat dit niet zonder slag of stoot is gegaan. In Johannes lezen we in dit kader alleen expliciet over Thomas. Thomas zegt: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in Jezus’ handen zie en als die wonden met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in Zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.” We zijn misschien snel geneigd om neer te kijken op Thomas. Zo van: die ongelovige Thomas toch! Straks zal Thomas de littekens van de kruisiging wel zien.

In Lukas lezen we dat de leerlingen denken dat ze een geest zien, zodra de leerlingen Jezus zien. Jezus vraagt aan de leerlingen waarom ze zo in verwarring zijn. In Markus lezen we dat Jezus de leerlingen ongeloof verwijt. De leerlingen hechten namelijk geen geloof aan het getuigenis van degenen die Jezus zagen. In Lukas lezen we: Jezus laat Zijn handen en Zijn voeten aan de leerlingen zien. Daarna geloven de leerlingen het van blijdschap nog niet, en ze verwonderen zich, en Jezus eet voor hun ogen een geroosterd vis. Jezus zegt dat alles wat over Hem geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen (het Oude Testament), dat dat alles in Hem in vervulling moest gaan. Zodra de Opgestane Zijn handen aan de leerlingen laat zien, dan zien de leerlingen de Gekruisigde, en zodra de Opgestane Zijn zij toont, zien ze de Doorstokene. Een dubbele lichamelijke herinnering aan de kruisiging dus. Die herinnering vormt het identiteitsbewijs van de Opgestane. Voor de leerlingen een herkenningsteken dat Jezus de dood heeft overwonnen. Hun vrees verandert nu in vreugde.

Jezus zegt op de paasavond tegen Zijn leerlingen: “Vrede zij met jullie!” Dat zegt Hij dan twee keer. En Jezus zegt hetzelfde een week later. Dan is Thomas er ook bij. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.” Ja, de leerlingen zullen tijdens Pinksteren vervuld worden met de Heilige Geest. Ze gaan dan in andere talen over Gods grote daden spreken. Zodat alle aanwezigen in hun eigen taal horen over Gods grote daden. Daarom blaast Jezus op Zijn leerlingen. Hij zegt tegen hen: “Ontvang de Heilige Geest.” Jezus geeft de leerlingen kracht om hun missionaire taak uit te kunnen voeren. Om te spreken over het werk dat Hij gedaan heeft.

Thomas was op de paasavond niet aanwezig in de leerlingenvergadering. Daarom komt Jezus een week later nog eens lijfelijk bij Zijn leerlingen. Waarom was Thomas een week geleden niet aanwezig bij de bijeenkomst van zijn medeleerlingen? We weten het niet. Misschien dat het niet tegen Thomas gezegd is dat er een bijeenkomst gehouden zou worden. Maar ik denk eerder dat het aan de koppigheid van Thomas te wijten is. Het zou zomaar kunnen dat hij een andere samenkomst belangrijker vond dan die van Zijn mede-apostelen. Of misschien had hij als excuus dat hij er uit vrees voor de Joden niet bij durfde te zijn. Misschien vond hij wel dat zijn medeleerlingen teveel waarde hechten aan het getuigenis van Maria uit Magdala. Maria uit Magdala zei dat ze Jezus had gezien. Misschien was Thomas toen geërgerd weggegaan. Maar als hij in alle woorden van Jezus had geloofd, dan had hij het kunnen weten: Jezus zou op de derde dag opstaan uit de dood. Nu heeft Thomas de ontmoeting met de Opgestane gemist. Ik geloof dat we hieruit een geestelijke les kunnen trekken. Hoe belangrijk is het om op zondag naar de kerk te gaan. En als dat niet mogelijk is, hoe belangrijk is het om thuis de kerkdienst mee te beleven. Om zo geestelijk gevoed te worden. Wat zijn we zonder geestelijke voeding? Dan zijn wij mensen die de diepste vervulling van het hart moeten missen. Daarom is het goed dat u vanmorgen in een kerkdienst bent.

De medeleerlingen zeiden tegen Thomas: “Wij hebben de Heere gezien.” Maar Thomas trekt het getuigenis van zijn medeleerlingen in twijfel. Terwijl zijn medeleerlingen toch voorbeeldige mannen zijn die hun Meester hebben gevolgd. Er zijn wel uitleggers die zeggen dat Thomas nu helemaal van Jezus is afgevallen. Ik denk dat zo’n conclusie te ver gaat. Eerder lezen we dat Thomas voorstelde om samen met Jezus te sterven. Toen werd Thomas ook bij zijn Griekse naam genoemd, dat is Didymus. De naam “Thomas” betekent “tweeling”. Thomas is de realist in de apostelkring, maar ook de pessimist. Thomas vraagt later naar de bekende weg. Jezus gaat via de dood naar de Vader. Maar dat kon Thomas niet volgen met zijn verstand. Hetzelfde pessimisme zien we ook in de evangelielezing vanmorgen. Maar ik denk niet dat het verstandig is om op Thomas neer te zien. Ook al is zijn ongeloof afkeurenswaardig, als we afgaan op onze menselijke logica, dan is dat ongeloof wel te begrijpen, toch. Want zou jij het geloven als een persoon tegen je zegt dat iemand is opgestaan uit de dood? Ook al zou het iemand zijn die grote wonderen verrichtte, dan nog is een opstanding uit de dood moeilijk voor te stellen. De opstanding van Jezus kun je niet bewijzen, die moet je geloven. In die zin is er geen verschil tussen Thomas in deze situatie, en ons. Jezus leeft. Hoe reageert Thomas daarop? En hoe reageren wij daarop?

Jezus zegt tegen Thomas dat die niet ongelovig moet zijn. Thomas moet gelovig zijn. Ongeloof is niet iets dat alleen bij Thomas voorkomt. Want in de andere evangeliën lezen we dat de leerlingen een ongelovig en dwars volk zijn. Gebed is nodig om ongeloof te bestrijden. Als we tot God bidden om het geloof in ons hart, dan zal Hij ons het geloof geven. Daar ben ik van overtuigd.

Jezus zegt tegen Thomas: “Leg je vingers hier en kijk naar Mijn handen, en leg je hand in Mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.” Hoe Thomas daar precies op reageert, dat weten we niet. Maar het is mogelijk dat Thomas zijn hand in de zij van Jezus heeft gelegd. Thomas zegt tegen Jezus: “Mijn Heere en mijn God!” “Mijn Heere en mijn God”. Dat is nog eens een belijdenis! Een ongelovige Thomas is nu een gelovige Thomas geworden. Jezus is inderdaad Heere, want Hij is het Hoofd van de Kerk. En inderdaad is Jezus ook God. Hij kwam als Mens naar de aarde. Hij werd vernederd, maar Hij is ook verhoogd, en Hij zit nu aan de rechterhand van de hemelse Vader. Thomas heeft Jezus persoonlijk aangenomen. En daarmee is hij een gelovige.

De leerlingen hielden de deuren van hun verblijfplaats gesloten. Maar ook de deuren van hun harten waren aanvankelijk dicht. Want ze konden een opstanding uit de dood aanvankelijk niet begrijpen. Zo’n houding is herkenbaar voor ons, toch? Een opstanding uit de dood is moeilijk voor te stellen. Maar het kan wel degelijk. De leerlingen hadden angst. Dat is ook herkenbaar voor ons, toch? Bijvoorbeeld angst om te falen, angst om jezelf te laten zien aan anderen, angst voor het wereldeinde. De kerk kan een gesloten bolwerk worden. Dan zit daar geen geestelijk leven in. Maar dan zit de kerk niet op het juiste spoor. Nee, we worden juist opgeroepen om Gods liefde te verkondigen. Wij mogen Gods liefde verkondigen in woorden en daden. Want de liefde is sterker dan angst. Natuurlijk kunnen we bang worden van dingen, maar als gelovigen voert angst niet de boventoon in ons bestaan. Twijfelen aan een opstanding uit de dood, dat is menselijk. Maar God wil onze beide handen nemen. En Hij wil ons leiden als een kind. Om deze leiding bidden we, toch? Leid mij door Uw Woord en door Uw Geest. Laten we dat elke dag bidden tot de Heere. Dan zult u merken dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.

Amen.

zondag 29 maart 2026

Preek over Mattheüs 21:1-11 (Palmpasen)


Het thema van de verkondiging is: “De intocht van Jezus in Jeruzalem”

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Het is vandaag de zesde zondag van de veertigdagentijd 2026. De zondag voor Pasen wordt Palmpasen genoemd. Vandaag is het dus Palmpasen 2026. In veel kerken lopen vandaag kinderen in de kerk rond. Ze lopen dan met stokken die versierd zijn met gekleurde slingers. Slingers, ter vervanging van echte palmbladeren. We zijn vandaag de Stille Week ingegaan. Volgende week is het Pasen. Dat is het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Laten we even in gedachten een week teruggaan voor Pasen. En dan naar nog een dag eerder. Dus naar de zaterdag voorafgaande aan Palmpasen. Gisteren dus, op onze kalender.

In Bethanië is Lazarus aanwezig. Het is druk in Bethanië. In Jeruzalem had zich een menigte mensen verzameld vanwege het Paschafeest. Deze menigte is erachter gekomen dat Jezus in Bethanië verblijft. Velen uit die menigte leggen de reis af van Jeruzalem naar Bethanië. En niet alleen om Jezus te kunnen zien. Ze willen ook Lazarus zien. Lazarus was gestorven, maar Jezus heeft Lazarus opgewekt uit de dood. Om een overleden persoon weer levend te kunnen zien, dat is natuurlijk wel heel spectaculair. Kinderen zouden dat ook indrukwekkend vinden. Dat iemand die gestorven was, nu weer leeft. Dat wil je toch gewoon met je eigen ogen kunnen zien.

De opperpriesters zijn geestelijke leiders van het volk Israël. Maar zij zijn niet onder de indruk van de opwekking van Lazarus. Ze hebben al het besluit genomen om Jezus te doden. Zij hebben nu besloten om ook Lazarus te laten liquideren. Het liefst zouden de joodse autoriteiten Lazarus weer willen terugduwen in diens graf. Want vooral vanwege de opwekking van Lazarus zijn de joodse leiders hun greep op Israël nog verder kwijtgeraakt. Veel Joden lopen weg van de joodse leiders. Zij volgen voortaan Jezus. Dat ze dat doen, komt ineens wel heel duidelijk tot uiting in wat er de volgende dag gaat gebeuren.

Jezus brengt de nacht van zaterdag op zondag in Bethanië door. Op zondag gaat Hij naar Jeruzalem. In onze kalender gerekend is dat dus vandaag. Jezus is dus onderweg naar Jeruzalem. Hij komt een grote menigte pelgrims in feeststemming tegen. Enkele pelgrims hebben palmtakken in hun handen. Er is een grote menigte naar Jeruzalem gekomen vanwege het Paschafeest. Tijdens het jaarlijkse Pascha werd de uittocht van Israël uit Egypte herdacht. Daarmee kwam destijds de bevrijding uit de slavernij. Je zou toch mogen verwachten dat alle inwoners van Jeruzalem eerbied betuigen aan de Zoon van God. Dat gebeurt echter niet. Maar de gekomen pelgrims zijn vreemdelingen. Zij zijn wel bereid om eerbied te betuigen aan Gods Zoon. De inwoners van Jeruzalem hadden een goed voorbeeld moeten zijn voor alle anderen. In Jeruzalem staat zelfs de tempel, Gods huis. Daar is het heiligdom van het goddelijk licht. Kunnen we wat leren van de houding van de inwoners van Jeruzalem? Hun houding is niet voorbeeldig. Maar laten we niet boven hen gaan staan.

Bij de mensen die bijeengekomen zijn om het Pascha te vieren, zien we juist wel een grote vurigheid om Jezus feestelijk te onthalen. Ze horen dat Jezus naar Jeruzalem komt. Ze gaan direct naar buiten om Hem te huldigen. De mensen halen Jezus vorstelijk binnen in Jeruzalem. De evangelisten Mattheüs en Markus schrijven dat velen hun kleren op de weg spreiden. Je zou zo’n pad kunnen vergelijken met een rode loper.
Ook spreiden mensen takken van de bomen op de weg, als een soort groene loper over het pad. De evangelist Johannes geeft de naam “Palmzondag” aan dit evenement. Een aantal mensen verwelkomt Jezus met takken van de palmbomen. Daarmee wordt het triomfantelijke karakter van dit tafereel in Jeruzalem beschreven.

In en rond Jeruzalem groeien nauwelijks palmbomen. De mensen hebben de palmtakken dus waarschijnlijk vanuit elders meegenomen. Daarmee kunnen zij Israëls Koning met een groene hulde onthalen. Ze hebben de palmtakken misschien meegenomen vanuit de warmere oostelijke vallei. Of ze hebben de palmtakken nog bewaard van afgelopen herfst. Afgelopen herfst hebben ze het Loofhuttenfeest gevierd. Een loofhut moest namelijk gemaakt worden van takken en bladeren. God had Israël de opdracht gegeven om jaarlijks een week lang het Loofhuttenfeest te vieren. Om zo terug te denken aan de tijd dat God de Israëlieten uit Egypte had bevrijd. En ook moest worden teruggedacht aan het feit dat God het volk Israël 40 jaar door de woestijn heeft geleid naar Kanaän. De Israëlieten moesten tijdens het Loofhuttenfeest opnieuw in een hut wonen. Zo konden ze ervaren hoe afhankelijk ze zijn van God. De Joden vierden tijdens het Loofhuttenfeest dat God voor hen zorgt. De Joden vierden op het Loofhuttenfeest ook dat de laatste oogst van het jaar is binnengehaald. Het was daarom verplicht om vrolijk te zijn tijdens de zeven dagen van het Loofhuttenfeest.

De palm was het symbool van overwinning. Maar in Israël werden takken van palmbomen ook gebruikt voor iets anders. Namelijk om daarmee aan iemand koninklijke macht toe te kennen. De mensen in Jeruzalem gebruiken palmtakken. De mensen die naar Jeruzalem gekomen zijn, zij zien in Jezus hun nieuwe Koning. En ze roepen naar Jezus: “Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heer, Hij is immers de Koning van Israël!” Deze uitroep van lof komt uit Psalm 118. De mensen gebruiken dus woorden uit deze Psalm. Ze erkennen daarmee dat Jezus de Messias is.

De uitroep “Hosanna” is een versterkte gebiedende wijs van het werkwoord “redden”. Dus “Hosanna” betekent: “Red alstublieft!". Maar de uitroep “Hosanna” is ook een begroeting geworden. Het is zelfs een uiting van lof geworden. David en zijn nakomelingen waren koningen van Israël. We weten met welk doel het koninkrijk Israël destijds werd opgericht. Dat doel was dat het een soort voorspel is van het eeuwige Koninkrijk. Het was niet nodig dat David zijn aandacht alleen tot zichzelf zou beperken. Alles wat David heeft gezongen over zijn eigen koningschap, dat alles gaat in vervulling in de grootste Koning uit Davids nageslacht. De grootste Koning is Jezus Christus.

De koning der Nederlanden is koning Willem-Alexander. Als hij ergens op bezoek komt, dan wordt er vooraf veel geregeld door de mensen bij wie hij op bezoek komt. Denk bijvoorbeeld aan Koningsdag. Over vier weken is het Koningsdag. Tegenwoordig bezoekt koning Willem-Alexander op Koningsdag één burgerlijke gemeente. Die gemeente wordt de mogelijkheid gegeven om zich op een centrale plek te presenteren. Die burgerlijke gemeente maakt een looproute voor de koning. Die gemeente kan zich aan de koning presenteren, bijvoorbeeld door muziek te laten horen. Die gemeente kan ook allerlei andere dingen aan de koning laten zien. Denk dan bijvoorbeeld aan historische gebouwen, beeldende kunst, design, sport, techniek, bedrijven, sociale initiatieven, toekomstplannen. De gemeente brengt alles in gereedheid om te zorgen voor een geslaagde Koningsdag voor de koning.

En dan gaat het om een aardse koning. Hoeveel te meer aandacht verdient dan de hemelse Koning? De mensen die met palmtakken Jezus tegemoet kwamen, gaven het goede voorbeeld. Door het bloed van Jezus komen we vrij voor God te staan. Broeders en zusters, bid tot God om het licht van Christus in uw hart. God komt u dan zeker tegemoet.

Al eerder is gebleken dat Jezus door veel landgenoten werd gezien als de beloofde Messias. Dat vanwege de wonderen die Hij gedaan heeft. Hier in Jeruzalem is het enthousiasme duidelijk ingegeven door het nieuws over de opwekking van Lazarus. Opnieuw wordt Jezus het middelpunt van een spontane volksbeweging. Israëls Koning krijgt van de feestgangers een warm onthaal in Jeruzalem. De menigte denkt: “Met deze Koning is het beloofde herstel van het koninkrijk Israël dichtbij gekomen!” De menigte denkt snel verlost te kunnen zijn van het juk van de Romeinen.

Maar Jezus damt alle overspannen verwachtingen van het volk in. Hij doet dat door verder te rijden op een jonge ezel. Jezus heeft dit ezelsveulen door twee leerlingen laten afhalen. Hij neemt plaats op het ezelsveulen. Dit ezelsveulen was samen met zijn moeder meegebracht. Dit dier komt overeen met het ezelsveulen uit de profetie van Zacharia 9. In Zacharia 9 klinkt de boodschap van een heraut die zich richt tot de inwoners van Jeruzalem. Deze heraut wekt de bewoners van Jeruzalem op om de komende koning feestelijk te onthalen. Deze heraut zegt: “Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin”. Dat staat in Zacharia 9. De leerlingen hebben hun kleren op dit ezelsveulen gelegd. De leerlingen hebben hun kleren ook gelegd op de moeder van het ezelsveulen, dus op de ezelin.

Een ezel is geen oorlogsdier. Een ezel kan dienen als een koninklijk rijdier in vredestijd. Jezus is de beloofde Koning van Israël. Alleen benadrukt Hij wel dat Israëls Koning een Vredevorst is. Oorlog maakt veel kapot. Broeders en zusters, streef daarom steeds naar vrede tussen u en uw medemensen. Jezus komt niet met angstaanjagend wapengekletter Jeruzalem binnen. Hij komt wel als een hooggeplaatste. Als een hooggeplaatste die tegelijkertijd uitblinkt in nederigheid. En daarin hebben Zijn leerlingen achteraf de vervulling gezien van de profetie van Zacharia. Ze hadden de vervulling van de profetie niet direct opgemerkt. De leerlingen van Jezus verkeren aanvankelijk in dezelfde roes als de juichende menigte. Maar dat wordt anders nadat Jezus is opgestaan uit de dood. De leerlingen zagen de intocht in Jeruzalem toen in het licht van de opstanding. En terecht. De route van de overwinningsmars van Jezus liep niet via het slagveld. Die overwinningsmars verliep via het kruis. Jezus reed op Zijn ezel namelijk Zijn dood tegemoet. Toch zal Hij op Pasen de grote Overwinnaar worden. Het vorstelijk onthaal in Jeruzalem mag misschien wat voorbarig zijn geweest. Maar achteraf gezien hadden de pelgrims wel terecht gezwaaid met palmtakken. En de pelgrims spreken de waarheid ook. Want Israëls ware Vredevorst verdient inderdaad alle aanbidding.

Bij de intocht in Jeruzalem zijn er twee groepen mensen: één groep mensen die vanuit Jeruzalem Jezus tegemoet kwam en één groep mensen die vanuit Bethanië Jezus achternaliep. De menigte vanuit Bethanië kon uit eigen ervaring getuigen hoe Lazarus uit het graf was geroepen. De menigte vanuit Jeruzalem heeft Jezus vorstelijk ingehaald. Die menigte had namelijk gehoord dat Lazarus uit de dood is opgewekt. Van alle kanten klinkt nu grote bewondering voor Jezus. Zowel voor als achter klinkt in beurtzang: “Hosanna!”. Bij alle feestgangers heerst enthousiasme.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Farizeeën zich hierbij slechts machteloze toeschouwers voelen. De Farizeeën constateren met spijt dat zij de Israëlieten niet meer in de hand hebben. De Farizeeën zien met lede ogen aan hoe ze steeds meer hun greep op het volk Israël verliezen. De Farizeeën zijn zo onthutst, dat ze overdrijven. Ze zeggen: “De hele wereld loopt achter Jezus aan.” Eigenlijk is deze uitspraak van de Farizeeën profetisch. Al hebben de Farizeeën dat zelf niet in de gaten. De Farizeeën kunnen de reddende macht van de Heere niet tegenhouden. Ze krijgen het wel zover dat ze een grote groep mensen overhalen om ervoor te kiezen dat Jezus gekruisigd wordt. Maar God keert deze kwade daad in een bepaald opzicht om in het goede. Want Jezus bewerkstelligt via Zijn kruisdood vrede tussen God en ons.

De opwekking van Lazarus maakte diepe indruk onder veel Joden in Jeruzalem. Daardoor hebben vele Joden hun leiders verlaten. Ze zijn overgegaan naar Jezus. Jezus is de grote Zoon van David. Dat zegt de menigte ook. De menigte die vooropliep en de menigte die volgde. Ze riepen allen: “Hosanna, de Zoon van David!”. Maar hun gedachten over de betekenis van de Zoon van David zijn anders dan die van God. De menigte gaat er vanuit dat het Romeinse gezag direct omvergeworpen wordt. De menigte gaat ook uit van de vestiging van een nationaal-politiek koninkrijk in Israël. De menigte zegt terecht dat Jezus de Zoon van David is. Maar ze moeten beseffen: de Messias komt niet als een oorlogsvoerder naar Jeruzalem. Nee, Hij komt Jeruzalem binnen als een dienaar. Sterker nog: als de goddelijke dienaar die gekomen is om te sterven. Deze dienaar, deze Koning, die is eenvoudig gekleed, dus niet in militaire of koninklijke pracht en praal. Jezus rijdt op een jonge ezel. Dus niet op een oorlogspaard. Hij is zachtmoedig. En Hij is niet oorlogszuchtig. Hij is een Koning aan Wie hulde wordt toegebracht. En Hij is tegelijkertijd een Koning die Zich nederig opstelt. Dit klinkt tegenstrijdig. Het maakt dat geheel Jeruzalem in verwarring gebracht wordt. Het antwoord van de menigte sluit aan bij wat de menigte al eerder zei. De menigte zegt terecht dat Jezus de profeet uit Nazareth is. Maar de menigte begrijpt niet wat dit inhoudt. Want de mensen zien hun Messias enkel als een zegevierende militaire held. Ten onrechte. De triomfantelijke intocht blijkt in werkelijkheid een tragische intocht te zijn. Maar wel een intocht met een heel belangrijk doel. Een doel die toch niet tragisch is. Want het doel van Messias is om een veel belangrijkere verlossing te brengen dan die de menigte voor ogen heeft. Het doel van de Messias is een Koninkrijk met een universele reikwijdte. Een Koninkrijk waar nooit een einde aan komt.

Jezus komt zachtmoedig, rijdend op een ezelsveulen. Zachtmoedig dus. Dat wordt vaak verstaan als zwak. Maar dat is niet terecht. Zachtmoedigheid is hier een bewuste keuze voor geweldloosheid. Wij als mensen, wij zijn vaak geneigd om onze “paarden” op te zadelen. Want we zijn, denk ik, geneigd om altijd te willen winnen van een ander, en om altijd ons gelijk te behalen ten koste van een ander. Jezus leert u en mij: durf op de ezel te gaan zitten. Figuurlijk dan. Dat wil zeggen: durf kwetsbaar te zijn. Jezus heeft niet enkel het comfortabele op het oog. Nee, Hij kiest voor de weg van de liefde, dwars door de weerstand heen. Laten wij dat ook doen. Kies dus zoveel mogelijk voor verbinding met de mensen in uw omgeving. Zoek naar overeenkomsten tussen u en uw naaste. Probeer daar op voort te borduren. Maar kiezen voor de liefde, dat betekent ook dat je de verschillen tussen u en uw naaste accepteert, tenminste als die verschillen geen bedreiging voor het menselijk welzijn vormen. De menigte riep: “Hosanna”. “Red alstublieft”. Laten wij dat ook doen in onze situatie. Bid regelmatig tot God: “Red mij van het verlangen om te heersen over anderen ten koste van een ander.”

Jezus is het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als je van dit brood eet, zul je leven in eeuwigheid. Het brood dat Jezus geeft, is Zijn lichaam. Dat laat Hij zichtbaar zien zodra het Heilig Avondmaal wordt gevierd. Zoals bij u in de kerk a.s. donderdag, op de Witte Donderdag. Jezus heeft Zijn lichaam aan het kruis gegeven, om de wereld het eeuwige leven te geven. Laten we daarop vertrouwen. Dan gaan we als gezegende mensen door het leven. En dan mag u ook deelnemen aan de tafel van de Heere.

Amen.

vrijdag 20 februari 2026

Preek over Exodus 17:8-16


Thema van de preek: "De HEERE is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek"

Gemeente van onze Heere Jezus Christus,

Lange tijd was het elke dag in het nieuws: de oorlog tussen de staat Israël en de Palestijnse organisatie Hamas. Deze oorlog werd wereldwijd tot een flinke splijtzwam. Gelukkig zijn Israël en Hamas inmiddels gekomen tot een vredesakkoord. Dankzij de bemiddeling vanuit Amerika. Hoewel die vrede nog erg broos is. Er waren veel meningen over deze oorlog. De één stond aan de kant van Israël, de ander stond aan de kant van Hamas. Weer een ander stond aan de beide kanten. En weer een ander had geen mening over de oorlog. In onze eerste Schriftlezing vanmorgen lazen we over een andere oorlog, een oorlog tussen twee volken: tussen Israël en Amalek.

In Exodus 17 bevindt het volk Israël zich in de woestijn Sinaï. Het volk Israël heeft 40 jaar door de woestijn Sinaï rondgezworven. Na die 40 jaar kwamen de Israëlieten eindelijk in het land dat door God aan hen beloofd was. Het beloofde land was het land Kanaän. Dat was het land dat overvloeide van melk en honing. Eerder gaf God aan Israël de opdracht om mannen naar het land Kanaän uit te zenden. Die mannen moesten Kanaän verkennen. Die mannen verkenden 40 dagen lang het land Kanaän.

Vervolgens brachten deze verkenners verslag uit over het land Kanaän. Toen zeiden 10 van de 12 verkenners dat het onmogelijk is om het land Kanaän te veroveren. Ze dachten dat de Kanaänieten de Israëlieten zullen verslinden. De 10 verkenners zeiden dat ze reuzen in Kanaän hadden gezien. De Israëlieten hoorden dat. Ze zeiden dat zij en hun kinderen dan ten prooi zullen vallen aan de Kanaänieten. De Israëlieten vertrouwden daarmee niet op God. God had hun beloofd dat Kanaän echt voor hen zal zijn. God straft het volk Israël. Israël moet 40 jaar rondzwerven in de woestijn. En in die woestijnreis is veel gebeurd.

Op een gegeven moment legert het volk Israël zich in Rafidim. We hebben het gelezen in vers Exodus 17:1. In Rafidim stellen de Israëlieten de HEERE op de proef. Er is geen water voor de Israëlieten. De Israëlieten mopperen daarover richting Mozes. De Israëlieten vragen vrijpostig: "Is de HEERE in ons midden, of niet?" Ja, God heeft inderdaad beloofd bij Zijn volk te zullen zijn. Daar wil het volk nu maar eens een bewijs van hebben. Mozes slaat in opdracht van de HEERE met zijn staf op een rots. Vervolgens komt er water uit deze rots. Zo krijgt het volk Israël zijn wens. Direct daarna komt Amalek. Amalek strijdt tegen Israël. Het volk Israël is dan nog steeds in Rafidim. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." (zie vers 8).

Het is Amalek die de strijd aanbindt tegen Israël. Wie is Amalek? Amalek is een kleinzoon van Ezau. Amalek is uitgegroeid tot een groot volk. Het is een volk dat geoefend is in de strijd. Maar Israël is in militair opzicht juist een zwak volk. Een volk dat moe en uitgeput is. Een volk dat zojuist bevrijd is van de slavernij in Egypte. Amalek is dus een afstammeling van Ezau. En juist dat gegeven maakt de strijd tussen Israël en Amalek van groot belang. Israël en Amalek zijn in oorlog met elkaar. Ten diepste dus Jakob en Ezau. Een strijd tussen het vrouwenzaad en het slangenzaad. In feite dus een strijd tussen de kerk en de satan.

Waarom bindt Amalek de strijd aan tegen Israël? Op deze vraag kun je verschillende antwoorden geven. Het lijkt me niet toevallig dat God het volk Israël wil straffen. Dit omdat Israël de HEERE op de proef gesteld heeft. We lezen het vaker in de Bijbel dat er op een zonde een straf van God volgt. "Toen kwam Amalek en die bond de strijd aan tegen Israël." Een andere oorzaak hiervan is dat Israël door de Amalekieten als een bedreiging wordt gezien. Op zichzelf is Israël een weerloos volk. Toch is Israël wel een groot volk met veel vee. In het gebergte Horeb zijn veel grazige weiden. Het vee van de Israëlieten zouden die weiden dan allemaal kunnen afgrazen. Dat zou een flinke domper zijn voor Amalek.

In Deuteronomium 25 lezen we dat Amalek de achterhoede van Israël aanvalt. Dat is op dus op de zwakste plek. Dat wil zeggen: de Amalekieten vallen de vrouwen van Israël aan en de Amalekieten vallen ook de kinderen van Israël aan. Amalek doet dit bewust. Het is dus niet zomaar een strijd die Israël wel eventjes zal winnen in eigen kracht. Israël is op zichzelf al een zwak volk, en blijkbaar heeft Amalek het ook nog eens gemunt op de zwaksten van Israël.

En is dat ook niet in ons leven, dat de satan ons opzoekt en juist uit is op onze zwakke plek. Daar wil hij ons pakken. Dat is de tactiek van de tegenstander van God. We zien dat ook als de satan met zijn verzoekingen komt. Denk maar aan wat er gebeurde bij Jezus in de woestijn. Jezus heeft 40 dagen niets gegeten. Daardoor heeft Hij honger gekregen. Jezus heeft net als elk ander mens behoefte aan brood. De satan zegt tegen Jezus: "Als U Gods Zoon bent, zeg dan tegen deze stenen dat die broden worden." Jezus wordt door Gods tegenstander op de proef gesteld. Maar Hij weerstaat deze verzoeking met Gods Woord: "Er staat geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt." Wij zijn afhankelijk van Gods woorden. In het oude Israël bleek er meer te zijn dan alleen brood op de aarde. Toen God sprak, was brood uit de hemel. Elk mens op aarde moet God dienen. Iedereen moet God op de eerste plaats zetten en niet iemand anders. Gods beloften vragen om vertrouwen. Deze beloften mogen we niet uitproberen. Gods beloften zijn waar. Die zullen altijd uitkomen. Maar dan wel op Gods tijd en wijze. Jezus gehoorzaamt aan Gods Woord. De waarheid van Gods beloften blijkt ook nu: engelen dienen Jezus. Gelukkig heeft Jezus niet gedaan wat de satan zei. Anders zou Hij nooit naar het kruis gegaan zijn. Dan zouden we ook nooit vergeving van onze schulden hebben ontvangen. Jezus gehoorzaamt Zijn Vader. Maar Amalek wil niets van God weten.

Het volk Amalek heeft dus geen ontzag voor God. Het volk Amalek bindt nu de strijd aan tegen Israël. Maar hoe loopt die strijd af? Mozes zegt tegen Jozua: "Kies mannen voor ons uit en trek op, bind de strijd aan tegen Amalek. Morgen zal ik op de top van de heuvel staan met in mijn hand de staf van God." Dat zegt Mozes. We zien hier dat Mozes op God vertrouwt. Mozes geeft opdrachten aan Jozua. Jozua moet die opdrachten onmiddellijk uitvoeren. Hij krijgt hele belangrijke opdrachten van Mozes. Jozua moet uiteindelijk Mozes opvolgen in het leidinggeven aan het volk Israël. Een uiterst verantwoordelijke taak dus die Jozua te wachten staat.

Jozua doet wat Mozes tegen hem gezegd heeft. Jozua en een aantal andere mannen uit Israël strijden tegen Amalek. Maar Mozes, Aäron en Hur, zij klimmen op de top van de heuvel. Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf ziet op Gods kracht. Het is de staf waarmee God al veel wonderen heeft bewerkt. In Egypte hief Mozes de staf naar boven. Toen werden de Egyptenaren getroffen met vele plagen. En aan de Schelfzee hief Mozes de staf naar boven. Vervolgens kwam er een pad tevoorschijn. Door dat pad kon Israël droogvoets door de Schelfzee gaan. En Mozes sloeg met de staf op de rots. Daarna kwam er water uit de rots. Met deze staf gaat Mozes opnieuw zijn weg. Dat doet hij biddend. Mozes pleit op Gods genade voor het gehele volk Israël.

"En het gebeurde, zodra Mozes zijn hand ophief, dat Israël de overhand had, maar zodra Mozes zijn hand neerliet, toen had Amalek de overhand." Israël en Amalek zijn met elkaar in oorlog geraakt. Maar Mozes heeft Gods staf in zijn hand. Die staf is uiteindelijk bepalend voor de afloop van deze oorlog. Mozes heft de staf omhoog. We kunnen ons wel indenken dat dat kracht en inspanning van Mozes vraagt. Om een staf zo'n lange tijd omhoog te houden. Misschien heb je zelf eens geprobeerd om lange tijd je hand omhoog te houden. Dat doet snel pijn. Dat zien we ook bij Mozes.

Maar Mozes weet dat als zijn hand naar beneden gaat, dat dan de strijd tegen Amalek verkeerd afloopt. Aäron en Hur nemen een steen. Mozes kan op die steen zitten. En Aäron en Hur ondersteunen de handen van Mozes; de één aan de ene zijde, de ander aan de andere zijde. Dat doen ze totdat de zon ondergaat. Mozes houdt nu met beide handen de staf van God omhoog. De handen van Mozes worden door God gesterkt. God zorgt ervoor dat Israël de overwinning op Amalek behaalt. Mozes heft zijn handen op naar God. Daarom is de strijd tegen Amalek beslecht (zie vers 13).

"Zo versloeg Jozua het leger van Amalek tot de laatste man." De naam "Jozua" betekent: "De HEERE is mijn Redder". Jozua verslaat Amalek. Dat doet hij door Gods kracht. God is de Overwinnaar in de strijd tegen Amalek. Beste mensen, gelooft u in de macht van de Heere? De Heere is niet alleen bij machte om een oorlog te winnen. Hij is ook bij machte om het leven van jongeren en van ouderen te vernieuwen. Hij is bij machte om uw zonden te vergeven. De Heere is de Enige, Die u kan bevrijden van uw zonden. Vertrouw daarop, gemeente. God biedt u Zijn genade aan. Laat die genade niet links liggen. Want alleen deze genade is uw eeuwige redding. Gods genade is er alleen in Zijn Zoon, in Jezus dus.

En als je nu iets van de genade van God hebt begrepen, dan weet je hoe de satan bezig is te proberen om je af te leiden van de dienst aan God. In eigen kracht kun je je niet kunt wapenen tegen de verleidingen van de satan. De satan is uit op oorlog tussen jou en God. Maar Christus heeft de verleidingen van de satan weerstaan. De schrijver van de Hebreeënbrief schrijft dat Christus de Hogepriester is. Christus heeft medelijden met al onze zwakheden, en Hij is in alles op dezelfde wijze als wij op de proef gesteld. Maar Christus zondigde niet. Gemeente, zie op het Lam Dat de zonde van de wereld wegneemt. Het Lam van God heeft het kwaad overwonnen en de kop van de slang vermorzeld. De HEERE zorgt voor de overwinning op Amalek. De HEERE zal de herinnering aan Amalek van onder de hemel geheel uitwissen.

Jozua heeft het volk Amalek door de scherpte van het zwaard verzwakt. Daarna richt God het woord tot Mozes. God zegt tegen Mozes: "Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat Ik ervoor zal zorgen dat niets onder de hemel nog aan het volk van Amalek herinnert." Dat zegt God. Amalek is een volk dat het gemunt heeft op Gods volk. Daar kan God Zich niet mee verenigen. De HEERE zal Amalek helemaal uitwissen. Daardoor zal er uiteindelijk niets meer van Amalek overblijven. Straks zal niemand Amalek zich nog herinneren. Eens zal er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zijn, waarop gerechtigheid woont. Daar zal God Zelf alle tranen van Zijn gelovigen afwissen. Dat is het tegenovergestelde van wat er met Amalek gebeurd is.

Zodra de Heere Jezus Christus terugkomt op de wolken van de hemel, dan zal alles nieuw zijn. Dan is er voor eeuwig de scheiding tussen de gelovigen en de ongelovigen. Tussen de mensen die de Heere wel gediend hebben en de mensen die de Heere niet hebben gediend. Wat een troost is het voor Gods kinderen, om straks bij God in het paradijs te zijn. Maar als je het leven met de Heere niet kent, dan roep ik je op: keer je je vandaag nog om en neem de toevlucht tot de Heere. Stel dat niet uit! Voordat je het weet, is het te laat.

Mozes heeft Gods bevel gehoord. Hij roemt in God. Mozes bouwt een altaar. Hij geeft dat altaar een naam: "De HEERE is mijn Banier." "De IK ZAL ER ZIJN is mijn Banier." De HEERE alleen is de Banier van Mozes. Mozes spreekt deze woorden vol geloofsvertrouwen uit. Een banier is een vlag waarop een wapen te zien is. Daar moeten de soldaten op zien als ze oorlog voeren. God is het Wapen van Mozes. In Hem alleen is Mozes veilig. Daar kan geen volk tegenop, hoe groot en sterk dat volk ook is. Gemeente, is God ook uw Banier? Als dat zo is, dan bent u veilig. Wie op God vertrouwt, die is werkelijk gelukkig. Mozes zegt: "De HEERE is mijn Banier." Deze belijdenis is ook een verwijzing naar Gods troon. Op deze troon mogen ons geloof en onze strijd zich richten.

Na Exodus 17 komen we Amalek nog enkele keren tegen in de Bijbel. Bileam zegent het volk Israël. Vervolgens ziet hij Amalek. Bileam zegt dat Amalek vooraanstaand is onder de volken. Maar Bileam zegt ook dat Amalak uiteindelijk ten onder zal gaan. Saul en David maken bijna een einde aan de macht van de Amalekieten.

In het Bijbelboek Esther lezen we dat Haman een afstammeling is van Agag. Agag was dus de koning van de Amalekieten. Ten tijde van koning Hizkia doden 500 Israëlitische mannen de laatste overgebleven Amalekieten. En zo gaat de profetie van Bileam in vervulling. Misschien denkt u wel, wat aangrijpend, zo’n oorlog die door God wordt bewerkstelligd. Er staat: "De strijd van de HEERE zal tegen Amalek zijn." Maar dan moeten we begrijpen: God straft hier het kwaad.

We horen vaak om ons heen: als God liefde is, dan zou er toch nooit meer ellende zijn in de wereld. Misschien heeft u dat ook al vaak gehoord. En ik begrijp die redenatie ergens wel. Een vader en een moeder die liefdevol zijn, die hebben toch het beste met hun kinderen voor? Deze ouders laten hun kinderen toch geen pijn doen? Ja, dat is waar. Hiermee is nog niet alles gezegd. Het is toch gerechtvaardigd dat ouders dan toch ook liefde van hun kinderen verwachten? God is Liefde. En God wil dat wij Hem liefhebben, want pas dan zal Hij eens alle tranen van onze ogen afwissen. Ook al lukt het liefhebben ons niet voor 100%. Maar dat weet God. Hij wil desondanks dat wij Hem hooghouden, ook al is dat met gebrek van onze kant.

Beste mensen, hier in de kerk of elders met ons verbonden, blijf dus vertrouwen hebben op God, vertrouw erop dat God liefdevol is. Dan zingen we met de kerkhervormer Maarten Luther mee: "Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen! Al drukt het leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen! … Wij gaan ten hemel in en erven koninkrijken!" Maar beste mensen, wij strijden wel vanuit liefde. Wij strijden de goede strijd van ons geloof. Wij houden dus vol om God te dienen en onze naasten te stichten. Daarmee grijpen we het eeuwige leven.

Israël is uitgegroeid tot een groot volk. God heeft dit volk verkozen tot Zijn volk. Wij weten dat uit Israël de Redder, Jezus, geboren is. Dat is waar God naartoe gewerkt heeft. Dat blijkt ook uit de overwinning op Amalek. Ziet u hierin Gods trouw? God schenkt ons Zijn genade in Zijn Zoon. Hij schenkt dus Zijn genade in Jezus. Jezus is de weg gegaan van kribbe naar kruis. Jezus is gestorven aan het kruis. Dit vanwege onze zonden. Jezus is ook opgestaan uit de dood. Het leven heerst over de dood. Jezus heeft de strijd tegen de kwade machten overwonnen. Zodat er voldaan is aan Gods recht om de zonden te straffen. Is dit ook een wonder geworden in uw leven? Ik hoop van harte dat dat zo is.

Misschien zijn er mensen in uw omgeving die uw geloof vreemd vinden. Maar bidt u regelmatig tot God of u een middel mag zijn om iets van Gods liefde te laten zien aan andere mensen? Paulus schrijft dat niets ons zal scheiden van Gods liefde in Christus. Paulus schrijft ook: door Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Belijd u dat met Paulus mee? Dat hoop ik van harte. Want dan bent u gelukkig!

Amen.


Preek van: M. Lock