Op Pasen vieren we de opstanding van Jezus Christus, Gods Zoon, uit de dood. Nadat Jezus aan het kruis gestorven was, stond Hij op de derde dag uit Zijn graf op uit de dood. Wat hebben wij aan de opstanding van Christus? Aan de hand van de Heidelbergse Catechismus geef ik drie antwoorden op deze vraag.
1. Jezus heeft de dood overwonnen. Daarom delen wij in de gerechtigheid. De gerechtigheid heeft Jezus door Zijn dood voor ons verdiend. Persoonlijk wil hierbij opmerken: de gerechtigheid is dat wij in de juiste verhouding tot God staan. Dan staan er geen zonden (fouten) tussen God en jou in.
2. Door de opstandingskracht van Jezus worden ook wij opgewekt om een nieuw leven te leiden. Een nieuw leven leiden, dat is dan figuurlijk bedoeld. Persoonlijk wil ik hierbij opmerken: in het nieuwe leven staat de liefde tot God en de liefde tot onze medemensen centraal. Dus wij worden opgeroepen om God lief te hebben boven alles en om het welzijn van onze medemensen te bevorderen.
3. We weten zeker dat ook wij eens zullen opstaan in heerlijkheid. Persoonlijk wil ik hierbij opmerken: dat zal gebeuren zodra Jezus terugkomt op de wolken van de hemel. Op dat moment zullen we een nieuw, onsterfelijk lichaam krijgen.
_________
Preek over Johannes 20:19-31
Voorganger: Machiel Lock
Datum: zondag 12 april 2026
Het thema van de verkondiging is: “Jezus en Thomas”.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Vandaag is het Beloken Pasen. Beloken is het voltooid deelwoord van “beluiken” (afsluiten). In deze dienst hebben we een gebeurtenis gelezen die zich op Beloken Pasen afspeelde. Thomas kon niet geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan. Maar is dat vreemd? Hoeveel Nederlanders geloven in het bestaan van God? Ik weet niet precies hoeveel, maar dat ze er gelukkig wel zijn, dat weet ik wel. Onze samenleving zag er honderd jaar geleden anders uit dan tegenwoordig. Als je je realiseert dat er honderd jaar geleden nog geen computer en televisie in ons land waren. Maar nu zijn ze er wel. Je ziet dat onze cultuur daarop is aangepast. Even iets voor de jongeren: als je een werkstuk voor school moet maken, dan doe je dat niet meer zo snel handgeschreven, maar dan doe je dat op de computer. En wat doet u als u op de hoogte wilt zijn van het laatste wereldnieuws? Dan leest u het nieuws direct via internet of u kijkt naar het rechtstreekse journaal van de NOS. Ik moet ook denken aan de komst van AI. AI kan bijvoorbeeld administratieve taken overnemen. Dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar.
Wat door de komst van televisie en internet ook gemakkelijker is geworden, is dat we nu snel kennis kunnen nemen van andere levensbeschouwingen dan de onze. Op internet zijn er veel websites te vinden die informatie geven over het christelijk geloof. Daar ben ik blij mee. Je vindt op internet ook informatie over andere godsdiensten. Je hoeft alleen maar de naam van een godsdienst te googelen, en je krijgt sites die daarover gaan. Dat is enerzijds mooi, want je kunt zo een beeld vormen van een andere godsdienst, maar anderzijds kan het je duizelen en afleiden. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was Nederland nog sterk verdeeld in zuilen. Dat is nu dus ±60 jaar geleden. Globaal waren er toen 4 zuilen in Nederland: de protestantse zuil, de rooms-katholieke zuil, de socialistische zuil en de liberale zuil. Maar door de welvaart groeide het vertrouwen in het menselijke verstand. Velen meenden daardoor de kerk niet meer nodig te hebben.
Dat heeft zo zijn weerslag gehad op het kerkbezoek. In 1960 was 18% van de Nederlanders onkerkelijk. Anno 2026 is meer dan de helft van de Nederlandse bevolking geen lid van een kerk. Een forse stijging van het aantal onkerkelijken dus. En het gevolg daarvan zien we om ons heen gebeuren. Veel kerken die eerst nog vol zaten tijdens een kerkdienst, worden nu minder goed bezocht. Inmiddels zijn meerdere kerkgebouwen vanwege dalend bezoek gesloten voor de eredienst. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik een bericht lees over een kerkgebouw dat zijn deuren moet sluiten, dan grijpt mij dat aan. Het tegenovergestelde zie je gelukkig ook. Vooral in de Biblebelt zijn de laatste tijd nieuwe kerkgebouwen gebouwd. Dit omdat de vorige kerkgebouwen te klein geworden waren. En wat ook een mooie ontwikkeling is, is dat in Nederland de waardering voor de aanwezigheid van kerken stijgt. Ik hoop dat u op een positieve manier naar buiten treedt, hier in het dorp of in de stad. Wees er waar mogelijk voor mensen. Ook voor diegenen die hier zondags niet zitten. Probeer activiteiten te ondernemen voor mensen in uw omgeving.
De algemene trend de laatste tijd is dat het kerkbezoek in Nederland helaas afneemt. Des te meer is het fijn dat u vanmorgen wel in de kerk bent en ook fijn is het als u meekijkt naar deze dienst. Stel, u bent in gesprek met iemand die de kerk vaarwel heeft gezegd, hoe zou u uitleggen waarom u wel naar de kerk gaat? En belangrijker nog: hoe legt u uit waarom u in het bestaan van God gelooft? De evangelist Johannes schrijft dat hij tekenen van Jezus heeft opgeschreven. Zijn doel daarvan is dat zijn lezers zullen geloven dat Jezus de Zoon van God is. Jezus is de Messias. Als we dat geloven, dan hebben we het eeuwige leven. Dat leert Johannes ons. Johannes schrijft ons dus over het geloof.
Jezus zegt dat diegenen gelukkig zijn die niet zien en toch geloven. Voor Thomas was het nog mogelijk om de wonden van Jezus te zien. Thomas kon die wonden met zijn vingers voelen, en hij kon zijn hand in de zij van Jezus leggen. Wij kunnen vandaag de dag dat niet meer, maar daarmee is ons geloof niet minder waard. Integendeel. In het dagelijks leven willen mensen soms een bewijs hebben, voordat ze iets geloven. Dat is ook logisch. Als u een product hebt gekocht en achteraf blijkt dat u daar niet tevreden over bent, dan wilt u dat product graag terugbrengen naar de winkel waar u het kocht. De verkoper vraagt u waarschijnlijk naar het bewijs dat u dat product echt gekocht heeft. Anders zou de verkoper u niet geloven. En het bewijs is dan de kassabon of een bankafschrift. Dat kunt u dan tonen. In het christelijk geloof werkt het net iets anders. In Hebreeën lezen we dat het geloof de grondslag legt voor alles waarop we hopen; het geloof overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. En Petrus schrijft aan de gelovigen dat die Jezus Christus liefhebben. Terwijl deze gelovigen Jezus niet met het blote oog gezien hebben. Maar de gelovigen ervaren toch een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en ze verkrijgen het einddoel van hun geloof. Dat einddoel is hun redding.
Jezus had leerlingen/discipelen die ook apostelen genoemd worden. Deze leerlingen worden door Johannes nog steeds “de twaalf” genoemd. Dit ondanks dat Judas Iskariot vertrokken is uit de apostelkring. De apostelen zijn de mede-oprichters van de christelijke kerk. Op de paasavond zijn de leerlingen bij elkaar. Maar Thomas is er dan niet bij. De leerlingen zijn bang voor de Joden. Daarom hebben zij de deuren van hun verblijfplaats op slot gedaan. Des te wonderlijker is het dat Jezus plotseling toch in hun midden staat. Jezus liet Zich niet tegenhouden door een afgesloten graf, en precies zo laat Hij Zich niet tegenhouden door vergrendelde deuren. Jezus gaat in het midden van de leerlingen staan. Hij zegt tegen hen: “Vrede zij met jullie!” Deze groet is algemeen bekend onder de leerlingen. Maar nooit eerder is het woord “vrede” zo betekenisvol geweest als nu. Het woord “Shalom” betekent vrede. Het “Shalom!” op paasavond is de aanvulling van “Het is volbracht” aan het kruis. Want wat hebben wij door het werk van Jezus? Wij hebben daardoor vrede met God. Jezus heeft Zijn leven gegeven. Daarom is er vergeving van schuld voor iedereen die in Hem gelooft. God heeft uit liefde Zijn Zoon gegeven voor ons.
Vrede met God is de diepste vrede die een mens kan hebben. Als het woord “vrede” valt, dan denken wij al snel aan “geen oorlog”. Dat is op zich terecht. Maar vrede met God is meer dan dat. Het betekent voor altijd gelukkig zijn. Dat betekent niet dat je dan nooit meer tegenslag zult ervaren in dit leven. Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen leeft naar de Tien Geboden, dat er dan geen oorlog meer zal zijn. Maar helaas is er gebrokenheid op deze aarde. Mensen kunnen er een potje van maken. Gelukkig is er ook nog veel goeds op deze wereld. Mensen kunnen veel betekenen voor de maatschappij. Toch blijft ook het spreekwoord waar: “Elk huis heeft zijn kruis.” Maar ook al moet je als gelovige nog heel wat incasseren, gemeente, houd moed en houd vol op de weg van het geloof. Dan mag je getuigen over de hoop die in je is. Dan mag je getuigen over God. God geeft vrede. De vrede die God ons geeft, reikt verder dan het leven van hier en nu.
Jezus heeft Zijn vredegroet aan Zijn leerlingen gegeven. Daarna laat Hij hun Zijn handen en Zijn zij zien. Jezus heeft littekens opgelopen toen Hij werd gekruisigd. Die littekens zijn nog te zien. Door Zijn handen werden spijkers geslagen. En één van de soldaten stak een speer in de zij van Jezus. Direct daarna kwam er bloed en water uit. Jezus is wel van Zijn wonden genezen. De leerlingen zijn blij zodra ze Jezus weer zien. Vanuit de andere evangeliën weten we wel dat dit niet zonder slag of stoot is gegaan. In Johannes lezen we in dit kader alleen expliciet over Thomas. Thomas zegt: “Alleen als ik de wonden van de spijkers in Jezus’ handen zie en als die wonden met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in Zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.” We zijn misschien snel geneigd om neer te kijken op Thomas. Zo van: die ongelovige Thomas toch! Straks zal Thomas de littekens van de kruisiging wel zien.
In Lukas lezen we dat de leerlingen denken dat ze een geest zien, zodra de leerlingen Jezus zien. Jezus vraagt aan de leerlingen waarom ze zo in verwarring zijn. In Markus lezen we dat Jezus de leerlingen ongeloof verwijt. De leerlingen hechten namelijk geen geloof aan het getuigenis van degenen die Jezus zagen. In Lukas lezen we: Jezus laat Zijn handen en Zijn voeten aan de leerlingen zien. Daarna geloven de leerlingen het van blijdschap nog niet, en ze verwonderen zich, en Jezus eet voor hun ogen een geroosterd vis. Jezus zegt dat alles wat over Hem geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen (het Oude Testament), dat dat alles in Hem in vervulling moest gaan. Zodra de Opgestane Zijn handen aan de leerlingen laat zien, dan zien de leerlingen de Gekruisigde, en zodra de Opgestane Zijn zij toont, zien ze de Doorstokene. Een dubbele lichamelijke herinnering aan de kruisiging dus. Die herinnering vormt het identiteitsbewijs van de Opgestane. Voor de leerlingen een herkenningsteken dat Jezus de dood heeft overwonnen. Hun vrees verandert nu in vreugde.
Jezus zegt op de paasavond tegen Zijn leerlingen: “Vrede zij met jullie!” Dat zegt Hij dan twee keer. En Jezus zegt hetzelfde een week later. Dan is Thomas er ook bij. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.” Ja, de leerlingen zullen tijdens Pinksteren vervuld worden met de Heilige Geest. Ze gaan dan in andere talen over Gods grote daden spreken. Zodat alle aanwezigen in hun eigen taal horen over Gods grote daden. Daarom blaast Jezus op Zijn leerlingen. Hij zegt tegen hen: “Ontvang de Heilige Geest.” Jezus geeft de leerlingen kracht om hun missionaire taak uit te kunnen voeren. Om te spreken over het werk dat Hij gedaan heeft.
Thomas was op de paasavond niet aanwezig in de leerlingenvergadering. Daarom komt Jezus een week later nog eens lijfelijk bij Zijn leerlingen. Waarom was Thomas een week geleden niet aanwezig bij de bijeenkomst van zijn medeleerlingen? We weten het niet. Misschien dat het niet tegen Thomas gezegd is dat er een bijeenkomst gehouden zou worden. Maar ik denk eerder dat het aan de koppigheid van Thomas te wijten is. Het zou zomaar kunnen dat hij een andere samenkomst belangrijker vond dan die van Zijn mede-apostelen. Of misschien had hij als excuus dat hij er uit vrees voor de Joden niet bij durfde te zijn. Misschien vond hij wel dat zijn medeleerlingen teveel waarde hechten aan het getuigenis van Maria uit Magdala. Maria uit Magdala zei dat ze Jezus had gezien. Misschien was Thomas toen geërgerd weggegaan. Maar als hij in alle woorden van Jezus had geloofd, dan had hij het kunnen weten: Jezus zou op de derde dag opstaan uit de dood. Nu heeft Thomas de ontmoeting met de Opgestane gemist. Ik geloof dat we hieruit een geestelijke les kunnen trekken. Hoe belangrijk is het om op zondag naar de kerk te gaan. En als dat niet mogelijk is, hoe belangrijk is het om thuis de kerkdienst mee te beleven. Om zo geestelijk gevoed te worden. Wat zijn we zonder geestelijke voeding? Dan zijn wij mensen die de diepste vervulling van het hart moeten missen. Daarom is het goed dat u vanmorgen in een kerkdienst bent.
De medeleerlingen zeiden tegen Thomas: “Wij hebben de Heere gezien.” Maar Thomas trekt het getuigenis van zijn medeleerlingen in twijfel. Terwijl zijn medeleerlingen toch voorbeeldige mannen zijn die hun Meester hebben gevolgd. Er zijn wel uitleggers die zeggen dat Thomas nu helemaal van Jezus is afgevallen. Ik denk dat zo’n conclusie te ver gaat. Eerder lezen we dat Thomas voorstelde om samen met Jezus te sterven. Toen werd Thomas ook bij zijn Griekse naam genoemd, dat is Didymus. De naam “Thomas” betekent “tweeling”. Thomas is de realist in de apostelkring, maar ook de pessimist. Thomas vraagt later naar de bekende weg. Jezus gaat via de dood naar de Vader. Maar dat kon Thomas niet volgen met zijn verstand. Hetzelfde pessimisme zien we ook in de evangelielezing vanmorgen. Maar ik denk niet dat het verstandig is om op Thomas neer te zien. Ook al is zijn ongeloof afkeurenswaardig, als we afgaan op onze menselijke logica, dan is dat ongeloof wel te begrijpen, toch. Want zou jij het geloven als een persoon tegen je zegt dat iemand is opgestaan uit de dood? Ook al zou het iemand zijn die grote wonderen verrichtte, dan nog is een opstanding uit de dood moeilijk voor te stellen. De opstanding van Jezus kun je niet bewijzen, die moet je geloven. In die zin is er geen verschil tussen Thomas in deze situatie, en ons. Jezus leeft. Hoe reageert Thomas daarop? En hoe reageren wij daarop?
Jezus zegt tegen Thomas dat die niet ongelovig moet zijn. Thomas moet gelovig zijn. Ongeloof is niet iets dat alleen bij Thomas voorkomt. Want in de andere evangeliën lezen we dat de leerlingen een ongelovig en dwars volk zijn. Gebed is nodig om ongeloof te bestrijden. Als we tot God bidden om het geloof in ons hart, dan zal Hij ons het geloof geven. Daar ben ik van overtuigd.
Jezus zegt tegen Thomas: “Leg je vingers hier en kijk naar Mijn handen, en leg je hand in Mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.” Hoe Thomas daar precies op reageert, dat weten we niet. Maar het is mogelijk dat Thomas zijn hand in de zij van Jezus heeft gelegd. Thomas zegt tegen Jezus: “Mijn Heere en mijn God!” “Mijn Heere en mijn God”. Dat is nog eens een belijdenis! Een ongelovige Thomas is nu een gelovige Thomas geworden. Jezus is inderdaad Heere, want Hij is het Hoofd van de Kerk. En inderdaad is Jezus ook God. Hij kwam als Mens naar de aarde. Hij werd vernederd, maar Hij is ook verhoogd, en Hij zit nu aan de rechterhand van de hemelse Vader. Thomas heeft Jezus persoonlijk aangenomen. En daarmee is hij een gelovige.
De leerlingen hielden de deuren van hun verblijfplaats gesloten. Maar ook de deuren van hun harten waren aanvankelijk dicht. Want ze konden een opstanding uit de dood aanvankelijk niet begrijpen. Zo’n houding is herkenbaar voor ons, toch? Een opstanding uit de dood is moeilijk voor te stellen. Maar het kan wel degelijk. De leerlingen hadden angst. Dat is ook herkenbaar voor ons, toch? Bijvoorbeeld angst om te falen, angst om jezelf te laten zien aan anderen, angst voor het wereldeinde. De kerk kan een gesloten bolwerk worden. Dan zit daar geen geestelijk leven in. Maar dan zit de kerk niet op het juiste spoor. Nee, we worden juist opgeroepen om Gods liefde te verkondigen. Wij mogen Gods liefde verkondigen in woorden en daden. Want de liefde is sterker dan angst. Natuurlijk kunnen we bang worden van dingen, maar als gelovigen voert angst niet de boventoon in ons bestaan. Twijfelen aan een opstanding uit de dood, dat is menselijk. Maar God wil onze beide handen nemen. En Hij wil ons leiden als een kind. Om deze leiding bidden we, toch? Leid mij door Uw Woord en door Uw Geest. Laten we dat elke dag bidden tot de Heere. Dan zult u merken dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.
Amen.