maandag 3 april 2023

Palmpasen

De laatste zondag voor Pasen wordt ook wel Palmzondag oftewel Palmpasen genoemd. Gisteren was het dus Palmpasen 2023. We zijn deze week de Stille Week ingegaan richting Pasen. Volgende week zondag en maandag is het Pasen 2023. Pasen is het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Palmpasen is het feest van de intocht van Jezus in Jeruzalem. We lezen over deze gebeurtenis in de Bijbel, zie: Mattheüs 21:1-11, Markus 11:1-11, Lukas 19:28-38 en Johannes 12:12-19.

Er is een grote menigte pelgrims naar Jeruzalem gekomen vanwege het Paschafeest. Tijdens het jaarlijkse Pascha werd de uittocht van het volk Israël uit Egypte herdacht. Daarmee kwam destijds de bevrijding uit de slavernij.
Jezus brengt de nacht van zaterdag op zondag door in Bethanië. Op zondag gaat Jezus naar Jeruzalem, een reis van ongeveer 3 km. Jezus gaat uit eigen beweging naar Jeruzalem met als doel om daar uiteindelijk vrijwillig te sterven. De gerechtigheid van God vraagt namelijk om een offer van gehoorzaamheid. Maar voordat Jezus naar het kruis wordt gesleept, wil Hij eerst plechtig door het volk worden erkend als hun Koning.
Bij de pelgrims die bijeengekomen zijn in Jeruzalem om Pascha te vieren, zien we een grote vurigheid om Jezus feestelijk te onthalen. Zij zijn door de kracht van de Heilige Geest overtuigd geraakt dat Jezus de Gezalfde met een hoofdletter is. Ze geloven dus dat Jezus de Messias is. Deze mensen halen Jezus vorstelijk binnen in Jeruzalem. Velen van deze mensen spreiden hun kleren op de weg waarover Jezus gaat lopen. Ook spreiden mensen takken van de bomen op de weg waarover Jezus gaat lopen.
De palm was het symbool van overwinning. Maar in het oude Israël was het ook gewoon om takken van palmbomen te gebruiken om daarmee aan iemand koninklijke macht toe te schrijven. De mensen roepen naar Jezus: “Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere, Hij is immers de Koning van Israël!” Deze uitroep van lof komt uit Psalm 118. De mensen laten blijken dat ze Jezus zien als de door God beloofde Koning van Israël. De uitroep “Hosanna” betekent: “Red alstublieft!" Maar de uitroep “Hosanna” is ook een begroeting geworden en zelfs een uiting van lof.
Jezus damt alle overspannen verwachtingen van het volk in door verder te rijden op een jonge ezelsveulen. Dat dier komt overeen met het ezelsveulen uit de profetie van Zacharia 9. In Zacharia 9 klinkt de boodschap van een heraut die zich richt tot de inwoners van de hoofdstad van Israël, Jeruzalem. Deze heraut wekt de bewoners van Jeruzalem op om de komende koning feestelijk te onthalen. Gods eniggeboren Zoon, Jezus, is niet primair naar de aarde gekomen om Israël te bevrijden van het juk van de Romeinen. Hij is primair gekomen voor iets ontelbaar belangrijkers: om vrede tussen God en de mens te bewerkstelligen.
Een ezel is geen oorlogspaard. Een ezel is een koninklijk rijdier in vredestijd. Jezus ontkent niet de beloofde Koning van Israël te zijn. Alleen benadrukt Jezus wel dat Israëls Koning een Vredevorst is. Oorlog maakt veel kapot. Streef daarom steeds naar vrede tussen u en uw medemens. Jezus komt niet met angstaanjagend wapengekletter Jeruzalem binnen. Jezus Christus komt als een hooggeplaatste die tegelijkertijd uitblinkt in nederigheid.
De route van de overwinningsmars van Jezus liep niet via het slagveld. Die overwinningsmars verliep via het kruis. Jezus reed op Zijn ezel namelijk Zijn dood tegemoet. Toch zou Hij met Pasen de grote Overwinnaar worden.
Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem zijn er twee groepen mensen: één groep mensen die vanuit Jeruzalem Jezus tegemoet kwam en één groep mensen die vanuit Bethanië Jezus achternaliep. De menigte vanuit Bethanië kon uit eigen ervaring getuigen hoe Lazarus door Jezus uit het graf was geroepen tot het leven. De menigte vanuit Jeruzalem heeft Jezus vorstelijk ingehaald. Die menigte had namelijk in Jeruzalem gehoord dat Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt. Van alle kanten klinkt bij de intocht van Jezus in Jeruzalem grote bewondering voor Jezus.
Jezus is het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als je van dit brood eet, zul je leven in eeuwigheid. Het brood dat Jezus geeft, is Zijn lichaam. Jezus heeft Zijn lichaam aan het kruis gegeven voor het leven van de wereld. Vertrouw daarop. Dan gaat u als een gezegend mens door het leven. Ik wens u een gezegende Stille Week toe.

Machiel Lock, 3 april 2023.

zaterdag 28 januari 2023

Het leven van Job

In het kader van het houden van een overdenking heb ik me vorige week in het bijzonder beziggehouden met het Oudtestamentische Bijbelboek Job.

In het land Uz woont een man die Job heet. Hij is rechtschapen en onberispelijk. Hij heeft ontzag voor God en hij mijdt het kwaad. Job heeft zeven zoons en drie dochters. Hij bezit 7000 schapen en geiten, 3000 kamelen, 500 span runderen, 500 ezelinnen, en een groot aantal slaven en slavinnen. Hij is de aanzienlijkste man van het oosten.
De satan is de tegenstander van God. Op een gegeven moment beweert de satan richting God dat Job vroom is, alleen omdat het Job voor de wind gaat. God ontkent dat. Job is weliswaar een voorbeeldige man, omdat hij trouw de HEERE God dient. Maar Jobs voorspoed is daar niet de reden van. God staat de satan toe om Job op de proef te stellen. De satan begint Job met de ene na de andere tegenslag te treffen. Job verliest daardoor zijn hele veestapel, al zijn bezittingen en zijn kinderen. Toch maakt Job geen enkel verwijt richting God.
De satan lijkt de strijd verloren te hebben. Toch geeft God aan de satan ook nog toestemming om het lichaam van Job te treffen. Het gehele lichaam van Job wordt overdekt met etterende zweren. De vrouw van Job begrijpt niet waarom haar man nog steeds vertrouwen heeft in God. Echter, Job antwoordt zijn vrouw: “Je woorden zijn als die van een dwaas. Het goede aanvaarden we van God. Zouden we het kwade dan (ineens) niet aanvaarden?”
Vervolgens vervloekt Job de dag van zijn geboorte. Daarna komen drie vrienden van Job hun medeleven aan Job betuigen. Deze drie vrienden heten Elifaz, Bildad en Sofar. Zeven dagen en zeven nachten blijven ze bij Job op de mesthoop zitten, zonder ook maar één woord te zeggen. Ze zien hoe Job vreselijk lijdt. Daarna raken de drie vrienden met elkaar in gesprek. De vrienden menen dat het lijden van Job een straf is vanwege de zonden van Job. Maar Job ontkent dit. Job maakt duidelijk dat oprechtheid geen garantie geeft voor voorspoed in dit leven, net zoals boosheid niet altijd bestraft wordt met tegenslag in dit leven.
Uiteindelijk probeert Job zijn onschuld aan te tonen voor God. Vervolgens neemt een vierde man het woord. Hij heet Elihu. Hij zegt dat alle lijden bedoeld is om de mens te zuiveren. Als de mens zich laat terechtwijzen door God, dan redt God die mens. Dat maakt Elihu duidelijk. Elihu roept Job op om het ongeluk te verdragen. Elihu roept Job op om het werk van God te prijzen! Elihu zegt dat God niet omziet naar degenen die zichzelf voor wijs houden. Daarna antwoordt God vanuit een storm aan Job. God maakt Job duidelijk dat de mens Gods besluiten niet kan doorgronden. Daarop erkent Job dit nederig aan God.
Job bidt voor zijn drie vrienden. Daarna zorgt God ervoor dat Job zijn vroegere welstand terugkrijgt. De HEERE zegent Job op aarde nu nog meer dan eerder het geval was. Job krijgt 14.000 schapen en geiten, 6000 kamelen, 1000 span runderen en 1000 ezelinnen. Dat is dus precies twee keer zoveel als wat hij eerst had. Ook krijgt Job opnieuw zeven zoons en drie dochters. Hierna leeft Job nog 140 jaar en hij ziet zijn kinderen en kleinkinderen opgroeien. In het Nieuwe Testament wordt Job genoemd in de brief van Jakobus. Jakobus schrijft dat zijn lezers hebben gehoord over de standvastigheid van Job. De lezers van Jakobus weten welke uitkomst de Heere toen aan Job heeft gegeven, de Heere is immers liefdevol en barmhartig.
In Job 19:25 zegt Job: "Mijn Verlosser leeft." De overtuiging van Job is dat hij God zal zien als de Verdediger in zijn rechtszaak. Job maakt duidelijk dat hij vanuit zijn zwakke, uitgemergelde lichaam Gods verschijning zal zien. God zal Job dan rechtvaardigen in het bijzijn van Jobs volksgenoten.
God Zelf identificeerde Zich met het lijden van Job. God heeft dat tot uiting laten komen in het lijden van Zijn Zoon, Jezus Christus. Jezus heeft tot aan Zijn dood toe geleden. Dat terwijl Jezus onschuldig was. Jezus overwon Zijn smadelijke dood door op te staan uit het graf. Jezus is de bloedverwant-verlosser van de mensheid. Jezus verzekert in Zijn overwinning de verlossing voor allen die in Hem geloven. De volgelingen van Jezus kunnen in dit leven lijden ervaren. Ook onschuldig lijden, als je bijvoorbeeld vanwege je geloof een bepaalde baan niet mag uitoefenen en je dus gediscrimineerd wordt. Of als je vanwege je geloof uitgelachen wordt door andere mensen. Dan lijdt je net als Job onschuldig.
Toch mag een kind van God weten: “Jezus is mijn Verlosser. Jezus is de Pleitbezorger bij God de Vader.” Wij als gelovigen weten dat er Iemand is door Wie we verlossing van al het lijden ontvangen: Jezus. Ook al zie je die verlossing in dit leven misschien nog niet zo duidelijk, maar in het hiernamaals zal er geen enkele pijn meer zijn. En nog belangrijker is: Jezus verlost ons van onze schuld. Broeders en zusters, geloof dus dat Jezus uw Verlosser is, en houd daaraan vast!

Machiel Lock
januari 2023

zaterdag 22 oktober 2022

Het zevende gebod: "U mag niet echtbreken"

Over veel onderwerpen heb ik inmiddels al geschreven. Ditmaal schrijf ik over een zeer gevoelig onderwerp, namelijk over echtscheiding. Overigens verneem ik daar ook graag uw gedachten over. Met echtscheiding wordt een burgerlijk huwelijk tussen twee personen beëindigd. Dat is altijd pijnlijk, want een huwelijk is een verbond van een samenlevingsvorm tussen twee personen, en juist dat wordt met een echtscheiding verbroken. Zeker als er uit een huwelijk kinderen zijn geboren, kan een echtscheiding extra pijnlijk zijn. De kinderen hebben hun ouders niet meer als eenheid. Scheidingen kunnen als gevolg hebben dat mensen elkaar niet meer willen zien of spreken. Zo'n ontwikkeling mag nooit de bedoeling zijn. Ook na een scheiding geldt dat we de ander dienen lief te hebben. In het proces om tot een huwelijk te komen, moet de betreffende jongen of het betreffende meisje goed letten op de communicatie met zijn of haar vriend(in) en op het geestelijke leven van zijn of haar vriend(in). Dat kan een goede indicatie zijn of een huwelijk tussen beiden goed of niet. Het verbod op echtbreuk is het 7e gebod van de Tien Geboden (zie Exodus 20:14, vergelijk ook met Deuteronomium 5:18).
Laatst sprak ik met iemand over het onderwerp “overspel”. Overspel is het hebben van een (seksuele) relatie met een iemand anders dan je getrouwde partner, zonder dat laatstgenoemde daarvoor toestemming heeft gegeven. Degene die ik sprak, zei dat als je overspel pleegt, je altijd een overspeler blijft zolang je met degene getrouwd bent met wie je overspel hebt gepleegd. Het spreekwoord "Eens een dief, altijd een dief" acht hij niet correct. Want als je niet meer steelt, ben je geen dief meer. Daar ben ik het mee eens, maar geldt dat ook niet voor overspel? Elke zonde kan toch immers vergeven worden zolang wij hier op aarde zijn? Natuurlijk niet om expres te zondigen, want juist een christen wil niets liever dan leven tot eer van God en daarin past geen enkele zonde.
In de gelijkenis die Jezus vertelt over de Farizeeër en de tollenaar, zegt de Farizeeër in zijn gebed tot God: “Ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar." Zit er nog verschil in tussen overspel en diefstal? Zowel overspel en diefstal zijn verkeerd. Je mag het bezit van een ander niet afpakken. En een man of een vrouw die van zijn of haar partner scheidt en met een ander trouwt, pleegt overspel. Dat is ook niet toegestaan.
Geeft Jezus in Mattheüs 5:32 en 19:9 een grond voor echtscheiding? Jezus zegt dat wie zijn vrouw verlaat om een andere reden dan hoererij, en met een ander trouwt, overspel pleegt, en wie met de verstoten vrouw trouwt, die pleegt ook overspel. De man veroorzaakt daarmee tegelijkertijd dat zijn vrouw overspel pleegt. Waarom zegt Jezus: "om een andere reden dan hoererij"? Kan er dan toch een goede grond zijn voor een echtscheiding? De Farizeeën lijken te denken dat Mozes in Deuteronomium 24:1-4 echtscheiding gebiedt. Maar Jezus haalt Genesis 1 en 2 aan. Gods oorspronkelijke doel van het huwelijk is een verbond tussen een man en een vrouw. Dat maakt Jezus duidelijk. Man en vrouw zijn dan samen één vlees. Mozes stond echtscheiding toe als er een echtscheidingsbrief werd geschreven. Zo’n middel was een soort oplossing voor het geval het misging in een huwelijk tussen man en vrouw. Dat was vanwege de hardheid van het volk. Mozes stelde de brief in als mogelijkheid voor een man om zo wettig van zijn vrouw te scheiden. Maar Jezus draait dit terug. Seksuele ontrouw (hoererij) is de enige toegestane grond om een huwelijk te ontbinden. Maar in zo’n geval is er al een eerste aanzet tot echtbreuk. Als je getrouwd bent met een man of een vrouw en je hebt seksuele gemeenschap met een ander, dan ben je je eigen man of vrouw niet trouw. Ontrouw is en blijft ontrouw. Dus is dat verkeerd. Dat betekent niet dat je daar geen vergeving voor kan ontvangen. Er is vergeving voor seksuele ontrouw. Als je daar berouw over hebt, dan mag je een nieuw huwelijk aangaan.
Paulus gaat nog verder door op dit onderwerp, in 1 Korinthe 7:10-16. Zelfs als je man of je vrouw geen christen is, moet dat huwelijk gewoon in stand blijven. Maar als je ongelovige partner dan toch besluit om niet met je verder te gaan, ja, dan moet dat maar gebeuren. En dan mag je trouwen met iemand anders. Ook als je door je partner wordt misbruikt, kan dat leiden tot echtscheiding. Ook al lezen we er in de Bijbel niets over wat er dan moet gebeuren. Maar situaties kunnen dusdanig zijn dat er een echtscheiding moet plaatsvinden. Ook al blijft het een zonde. En is de zonde ook de aanleiding geweest tot die scheiding. Maar alle verkeerde dingen kunnen vergeven worden als we er berouw over hebben en God om vergeving vragen.

Machiel Lock
oktober 2022

maandag 8 augustus 2022

Het duizendjarig vrederijk

In het slot van Romeinen 8 lezen we dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, Gods eniggeboren Zoon. In Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Omdat Christus, de Gezalfde met een hoofdletter, alles heeft volbracht wat nodig is voor onze eeuwige zaligheid. Ik moet ook denken aan wat we lezen in het slot van 1 Korinthiërs 15: God geeft ons de overwinning door onze Heere Jezus Christus. Als opvolger van Mozes zal Jozua de diepere bedoeling van het ingaan in het Beloofde Land Kanaän hebben begrepen. Dat ingaan staat symbool voor het ingaan in de hemelse heerlijkheid. Het hemelse Kanaän is nog veel rijker dan het aardse Kanaän. Door het geloof in Jezus komen wij in het hemelse Kanaän. De namen Jozua en Jezus betekenen hetzelfde. Jozua is Hebreeuws en deze naam betekent: “God redt”. De Griekse vorm van de naam Jozua is Jezus: “Jahweh is Redder”.

Jezus zal eenmaal terugkomen op de wolken van de hemel. In Mattheüs 24 lezen we hierover. Jezus kondigt het precieze moment van Zijn wederkomst dus niet aan. Na een grote verdrukking zal de zon verduisterd worden en de maan haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen uit de hemel vallen, en de krachten van de hemel zullen bewogen worden. Alle mensen op aarde zullen er emotioneel op reageren. Iedereen ziet dan de Mensenzoon, Jezus, op de wolken van de hemel komen. Hij komt met grote kracht en heerlijkheid. De Mensenzoon zal de engelen over de gehele aarde sturen. De engelen blazen op hun trompetten en ze verzamelen alle mensen die geloven dat Jezus de Redder is.

Een bepaalde stroming in het christendom is het chiliasme. Heeft deze stroming gelijk? Ergens ben ik wel benieuwd hoe u/jij hiertegen aankijkt. Het hangt ervan hoe je Openbaring 20:1-6 interpreteert. Daarin staat de profetie over de wederkomst van Jezus beschreven. De wederkomst zal plaatsvinden na een tijd van geloofsvervolging. De satan is Gods grote tegenstander. Een engel uit de hemel bindt de satan voor 1000 jaar lang vast en werpt hem in de afgrond, zodat de satan de volken niet kan misleiden. Na 1000 jaar zal de satan nog heel even worden losgelaten om vervolgens in de poel van vuur en zwavel geworpen te worden. Daarna zal er het laatste oordeel zijn.

Prechiliasten oftewel premillennialisten geloven dat Christus eerst terugkomt en dat daarna het 1000-jarig vrederijk aanbreekt. Zij geloven dat het een letterlijke periode van 1000 jaar is waarin Christus op aarde zal regeren als een lichamelijk aanwezige Koning. De opgestane gelovigen zullen dan samen met Christus regeren. De opgestane gelovigen, daarmee bedoel ik de gelovigen die al lichamelijk gestorven waren en dus uit die dood zijn opgewekt. De postchiliasten oftewel de postmillennialisten geloven dat Christus zal terugkeren na de periode van 1000 jaar. In die periode van 1000 jaar is Christus volgens de postchiliasten dus niet lichamelijk op aarde. Beide groepen gaan ervan uit dat in het 1000-jarig vrederijk in 1000 jaar tijd het evangelie zo krachtig verspreid wordt dat vrede en gerechtigheid op aarde zullen heersen. Ook al is de zonde niet geheel weg op aarde, die zal wel heel minimaal zijn. Amillennialisten geloven dat de 1000 jaar niet letterlijk opgevat moet worden, maar dat Jezus al bij Zijn eerste komst als Mens op aarde de satan gebonden heeft. Ze geloven dat de 1000 jaar verwijst naar de verspreiding van het evangelie van Christus in deze tegenwoordige tijd, totdat Christus terugkomt. De Bijbel geeft niet direct antwoord op de vraag welke van de drie visies de ware is. Persoonlijk ga ik ervanuit dat het amillennialisme het meest voor de hand ligt. Het getal “duizend” heeft in de Bijbel namelijk vaker een symbolische betekenis. Bijvoorbeeld in Psalm 105 lezen we dat God tot in duizend generaties aan Zijn beloften gedenkt. Hier gaat het niet om letterlijk duizend generaties, maar om een zeer groot getal. Besef dat u, jij en ik altijd klaar moeten staan voor de komst van de Mensenzoon.

Wat een rijkdom is er in Christus te vinden, broeders en zusters. Omhels Hem door het geloof. Dan erken je dat Christus Zijn leven heeft gegeven voor jou, om voor je zonden te betalen. Dan bent u, dan ben jij werkelijk gelukkig.


Machiel Lock

augustus 2022

dinsdag 19 juli 2022

Vakantiemeditatie over Mattheüs 17:5

Voor u/jou hierbij mijn vakantiemeditatie in 2022 over Mattheüs 17:5.

Het thema van deze meditatie is: “Het hemels getuigenis, dat Jezus centraal stelt”.
Broeders en zusters,
Bent u wel eens op een berg geweest? Misschien wel eens tijdens een vakantie. De zomervakantie is weer aangebroken. Misschien kies je deze zomer wel een vakantiebestemming waarin in de regio een berg is of meerdere bergen zijn. Nederland heeft geen of nauwelijks bergen. Wel zijn er zo her en der heuvels in Nederland, met name in Zuid-Limburg. Tenzij je een heuvel ook een berg noemt natuurlijk. Bij een berg denk je toch al snel aan een klein gebiedje dat veel hoger uitsteekt dan zijn omgeving. Vaak ligt er ook sneeuw op een berg. Als je spreekt over een berg, dan is dat vaak een klein gebiedje dat zich minstens 300 meter boven zijn omgeving verheft. Een verheffing die onder die 300 meter zit, noemen we meestal een heuvel. Hoge bergen zijn er bijvoorbeeld in Zwitserland. Daar zijn zelfs bergen van 4,5 kilometer hoog of nog hoger. Als je een serieuze bergwandeling gaat maken, dan moet je je daarop voorbereiden. Zo moet je een goede wandelkaart hebben en geschikte wandelkleding aanhebben. Sommige bergen zijn het beste te beklimmen onder leiding van een gids. Anders is het te gevaarlijk om zo’n berg te beklimmen.
Vanmorgen worden we in het evangelie naar Mattheüs meegenomen naar een berg. Jezus neemt drie van Zijn discipelen mee naar een hoge berg. Die drie discipelen zijn Petrus en de broers Jakobus en Johannes. Op de berg gebeurt er iets heel wonderlijks. Iets unieks in de bediening van Jezus als Mens op aarde. Jezus wordt op de berg voor de ogen van de drie discipelen helemaal van gedaante veranderd. Hij wordt verheerlijkt. In het Grieks lezen we dat Jezus een metamorfose ondergaat. Nou, het woord “metamorfose” kennen we wel, denk ik. Een metamorfose is een complete verandering van uiterlijk. Het gezicht van Jezus gaat stralen als de zon en de kleren van Jezus worden wit als het licht. Nou, ik weet niet of en zo ja, waarheen u/jij deze zomer op vakantie gaat. Misschien wel een plek waar het altijd warm is en vaak de zon schijnt. Deze week is het hier in Nederland tropisch warm. Dan zitten we vaak binnen of in de schaduw. We lezen het niet letterlijk, maar ik kan me wel zo voorstellen dat de discipelen van Jezus op een gegeven moment ook bescherming tegen het felle licht hebben gezocht toen ze het gezicht en de kleren van hun Meester zo zagen schitteren.
Petrus, Jakobus en Johannes zien dat Mozes en Elia met Jezus spreken. Blijkbaar zien de drie discipelen dat, omdat God dat aan hen heeft geopenbaard. Maar hoe kan dat nu? Mozes en Elia zijn toch allang overleden? Het zijn mannen die leefden ten tijde van het Oude Testament. Zijn het wel echt Mozes en Elia die dan blijkbaar teruggekomen zijn naar de aarde om met Jezus te spreken? Ja, ze zijn het echt. Omdat God het wil. Daarom komen ze even terug naar de aarde om overleg te houden met Jezus. Maar waarover hebben Mozes en Elia het? Lukas maakt dat concreet. Mozes en Elia verschijnen in heerlijkheid en spreken over het sterven van Jezus.
Maar waarom zijn het Mozes en Elia, die met Christus spreken? Beiden, Mozes en Elia, werden geassocieerd met de berg Sinaï. Op de berg Sinaï ontving Mozes de Tien Geboden van God. Horeb is een andere naam voor Sinaï. Elia kreeg op de berg Horeb een directe openbaring van de HEERE. God liet Zijn aanwezigheid aan Elia zien door het suizen van een zachte stilte. Elia werd rechtstreeks naar de hemel gebracht zonder te sterven. Mozes en Elia zijn in ieder geval twee beroemde profeten uit het Oude Testament. Twee voorbeeldige profeten ook, want ze wandelden naar Gods geboden. Het is daarom wel duidelijk dat de aanwezigheid van Mozes en Elia hier iets aanduidt van de grootheid van Jezus. Dat gelooft Petrus ook, maar het is blijkbaar juist deze gedachtegang die Petrus brengt op zijn goedbedoelde, maar toch verkeerde voorstel.
Blijkbaar voelt Petrus dat er een reactie van zijn kant nodig zou zijn. Petrus zegt tegen Jezus dat het goed is dat hij, en Jezus en Mozes en Elia hier zijn. Hij stelt voor om “drie tenten” te maken. Waarschijnlijk bedoelt Petrus kleine hutjes die gemaakt zijn van takken. Waarschijnlijk wil Petrus hiermee niet de gastvrijheid van een overnachting bieden en ook niet zijn de angst langer laten duren. Petrus bedoelt zijn voorstel waarschijnlijk als een soort eregebaar, een herdenking van de opmerkelijke gebeurtenis op de berg. Petrus wil soortement drie heiligdommen maken. Die heiligdommen zouden dan de gemeenschap tussen hemel en aarde moeten symboliseren, een gemeenschap die vertegenwoordigd zou worden door Jezus, Mozes en Elia.
Hoe goed het voorstel van Petrus ook is, het suggereert het ondenkbare: dat Mozes en Elia op hetzelfde niveau zouden staan als Jezus. Maar in werkelijkheid is alleen Jezus de geliefde eniggeboren Zoon van God, en alleen Jezus moet volkomen gehoorzaamd worden. Als Jezus de drie leerlingen heeft bemoedigd, slaan de drie leerlingen hun ogen op en zien ze niemand anders dan Jezus alleen.
De evangelist Lukas schrijft dat Jezus de gedaanteverandering ondergaat terwijl Jezus aan het bidden is. En uit de context kunnen we wel afleiden dat Jezus gebeden heeft om wat Hij nu heeft verkregen: dat Zijn Godheid zichtbaar zal worden. Jezus heeft tijdens Zijn bediening al duidelijk gemaakt dat Hij en de Vader één zijn. En Jezus geeft een voorbeeld voor ons. Want bidden wij wel? Bidt u, bid jij en bid ik om steeds meer gelijk te worden aan het beeld van Gods Zoon? Tijdens de verheerlijking op de berg wordt de heerlijkheid van Gods Zoon voor een groot deel onthuld. Jezus had hier op aarde tot aan Zijn sterven geen verheerlijkt lichaam. Hij had toen een “gewoon” menselijk lichaam. Dat wil zeggen: een sterfelijk lichaam. Maar tijdens de verheerlijking op de berg wordt dat even anders. Er wordt een tipje van de sluier opgelicht. Want als Jezus na de kruisiging opstaat uit de dood, heeft Hij opnieuw een verheerlijkt lichaam. Dat is een onsterfelijk lichaam. Dat gegeven is ook heel belangrijk voor ons geloofsleven, broeders en zusters.
Vanuit Filippenzen 3:21 weten we dat de Heere Jezus Christus het vernederd lichaam van de gelovigen in het hiernamaals zal veranderen, zodat dat lichaam gelijkgemaakt wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam. Het vernederd lichaam is het lichaam dat aangetast is door het menselijk falen. De gelijkstelling aan het verheerlijkt lichaam van Jezus is het lichaam dat geheel beantwoordt aan het doel waartoe God de mens heeft geschapen: om God te loven en te prijzen. Dit lichaam mogen we ook wel een geestelijk lichaam noemen. Een geestelijk lichaam staat tegenover een natuurlijk lichaam.
Rechtstreeks uit de wolk van de goddelijke aanwezigheid komt nog een verrassende gebeurtenis: de stem van God wordt gehoord vanuit de wolk. Deze stem zegt over Jezus: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb, luister naar Hem!” Wie Bijbelvast is, weet bij welke gebeurtenis een groot deel van deze woorden ook heeft geklonken. Bij de doop van Jezus. Nu met de verheerlijking op de berg klinkt er ook nog: “Luister naar Hem”. Dus: “Luister naar Jezus”. Die opdracht krijgen Petrus, Jakobus en Johannes. En niet alleen zij. Want iedereen krijgt de opdracht om naar Jezus te luisteren, ook u, jij en ik.
Christus onderging het water van de Jordaan niet als zondaar, omdat Hij dat niet is. Maar Hij onderging het als Middelaar. Dat betuigde de Vader vanuit de hemel. Toen Jezus gedoopt werd, daalde de Geest van God op Hem neer. Jezus schenkt de Heilige Geest aan degenen die zich arm en ellendig voelen vanwege hun eigen fouten. Christus schenkt de Heilige Geest aan degenen die de toevlucht nemen tot de drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het geloof is toevluchtnemend van aard. Het gaat erom dat je Gods Woord voor waar aanvaardt en erop vertrouwt dat je zonden zijn vergeven, omdat Christus Zijn leven heeft gegeven voor jou. Dat gaat altijd samen op met de praktische consequenties die dat heeft. Dus geloof gaat samen op met bekering. De nieuwe mens dient Christus en wil niets liever dan leven tot eer van God. Dat komt concreet tot uiting in het leven volgens de Tien Geboden en de samenvatting daarvan.
Als de discipelen van Jezus de stem van God horen, vallen ze op hun gezicht, gedeeltelijk in angst en gedeeltelijk in aanbidding. Juist omdat ze de stem van God zo direct horen, worden ze bang. Jezus gaat naar Petrus, Jakobus en Johannes toe, Hij raakt hen aan en Hij zegt dat ze op moeten staan en niet bang moeten zijn. Jezus is het echt, geen geestverschijning of iets dergelijks.
Tijdens het moment dat Jezus samen met Zijn discipelen de berg afdaalt, gebiedt Jezus Zijn discipelen: “Vertel niemand van wat u op de berg hebt gezien, totdat de Mensenzoon is opgewekt uit de doden.” In het Israël van die dagen hadden veel mensen een ander beeld van de Messias dan dat Jezus heeft. Velen dachten dat de Messias het volk Israël direct zou verlossen van het juk van de Romeinen. Maar dat is niet waar Jezus voor naar de aarde gekomen is. Zeker, de onafhankelijke status van Israël komt er wel. Maar dan wel op de tijd die God daarvoor heeft bestemd. Jezus zegt tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Jezus is gekomen om Zijn volk zalig te maken van hun zonden. Nadat Jezus is opgestaan, zal de aard van de bediening van Jezus duidelijker zijn en kunnen de wonderen van Jezus in de juiste context worden verteld.
De bedieningen van Elia, Johannes en Jezus zijn nauw met elkaar verweven. Op zichzelf was Johannes niet Elia, maar Johannes kwam om te dienen in de geest van Elia. Johannes was de voorloper van Jezus. De bediening van Johannes was naar het voorbeeld van degene waarover Jesaja sprak. Diegene zal de weg van de HEERE bereiden. De joodse leiders hebben Johannes niet erkend en hebben met hem gedaan wat ze zelf wilden. Zo heeft ook de Mensenzoon, Jezus, geleden door toedoen van joodse leiders.
Maar nu zit Christus aan de rechterhand van de Vader. Daar pleit Hij voor Zijn gelovigen. Juist omdat Christus de weg is gegaan van kribbe naar kruis, is er eeuwige verlossing voor ons mogelijk. Eenmaal zal Jezus met grote kracht en heerlijkheid op de wolken van de hemel komen. Dan zal Jezus Zijn engelen uitzenden om Zijn uitverkorenen, Zijn gelovigen, bijeen te brengen. De gelovigen zijn op reis naar het nieuwe Jeruzalem, waar God alle tranen van hun ogen zal afwissen, waar geen dood meer zal zijn, waar geen rouw, waar geen jammerklacht en waar geen moeite zullen zijn. Als Jezus terugkomt, zal iedereen zich buigen in de Naam van Jezus. Voor degenen die hier in dit leven niet hebben gebogen voor Jezus, zal dat een buigen zijn tegen wil en dank. Worstelt u er nog mee of u tot het verkoren volk van God behoort? Ga ermee naar de Heere. Hij laat u zeker niet in steek. Je kunt Hem elk moment en waar ook maar ter wereld aanroepen. Waar je ook maar onderweg en op reis bent, Christus is overal aan te roepen. En Christus zegt: “Wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.” Is dat geen grote troost, broeders en zusters?

Machiel Lock
juli 2022

zaterdag 25 juni 2022

Hebreeën

Vorige week heb ik mij in het bijzonder beziggehouden met het Bijbelboek Hebreeën. Zie voor mijn bevindingen hierover de onderstaande tekst.

Wie heeft het Bijbelboek Hebreeën geschreven, wanneer is het geschreven, en aan wie is het gericht? De naam Hebreeën is een aanduiding voor een groep Israëlieten. Later werd die aanduiding ook wel voor het hele volk Israël gebruikt. Denk ter vergelijking aan de taal van Israël: het Hebreeuws. Ook in het Israël van vandaag is Hebreeuws nog steeds een taal die door velen gesproken wordt. We noemen het Bijbelboek Hebreeën vaak een brief, maar eigenlijk heeft het meer het karakter van een preek. Het is een lange preek met als hoofdthema dat de eredienst ten tijde van het Oude Testament een voorafschaduwing is van het werk van de Heere Jezus Christus. Het Bijbelboek Hebreeën is waarschijnlijk geschreven tussen de jaren 90 en 100 na Christus. Door wie het geschreven is, is niet bekend. In de kerkgeschiedenis werd regelmatig gedacht aan Paulus, dat Paulus de auteur van Hebreeën zou zijn. Dat is mogelijk, maar veel theologen in latere tijd denken dat dit niet het geval is en ik denk inderdaad ook dat niet Paulus de auteur van Hebreeën is. We vinden er in Hebreeën ook geen directe aanwijzing voor dat Paulus de auteur ervan is. We lezen in Hebreeën bijvoorbeeld geen uiteenzetting over de rechtvaardigmaking. Die komen we wel veelvuldig tegen in de brieven van Paulus. Aan wie de preek in Hebreeën geschreven is, is ook niet helemaal duidelijk.
De traditionele opvatting is dat Hebreeën is geschreven aan een gemeenschap in Rome en wel een gemeenschap van christenen die voorheen tot het jodendom behoorde. Vanwege vervolging dreigde die gemeenschap het christelijk geloof vaarwel te zeggen. Ze dreigden terug te gaan naar het jodendom. We lezen in het Bijbelboek Hebreeën echter geen discussie tussen joden en christenen. In Hebreeën wordt Christus superieur gemaakt aan het Oude Testament, dus niet aan het jodendom. Daarnaast lezen we in Hebreeën de waarschuwing tegen het “afvallig worden aan de levende God”. Dat wijst op de mogelijkheid dat Hebreeën is gericht aan christenen die oorspronkelijk niet afkomstig zijn uit Israël en daarmee dus geen joodse afkomst hebben. Wat we in ieder geval wel met zekerheid kunnen zeggen, is dat Hebreeën geschreven is aan een groep christenen die geconfronteerd werd met vervolging. Deze groep christenen dreigt afvallig te worden. Ze staan bijna op het punt om niet meer te geloven dat Jezus van Nazareth de Christus, de Gezalfde, de Messias, is. Dat is een ernstige zaak. De schrijver van Hebreeën schrijft dat het een zeer ernstige zonde is om het bloed van Christus onrein te achten.
De schrijver van Hebreeën maakt duidelijk dat Christus de oude openbaring overtreft, dat Christus de engelen overtreft, dat Christus Mozes en Jozua overtreft, dat Christus het oudtestamentische priesterschap overtreft. Als de auteur van Hebreeën schrijft aan christenen die niet uit het jodendom afkomstig zijn, dan moeten het proselieten zijn geweest die heel goed bekend waren met het Oude Testament. Proselieten zijn degenen die heidenen waren en zich hebben bekeerd tot de joodse godsdienst en daarmee lid zijn geworden van het volk Israël.
De schrijver van Hebreeën schrijft dat Christus iedereen die beproefd wordt, kan helpen, omdat Christus Zelf beproevingen heeft doorstaan. Christus heeft medelijden met onze zwakheden. Hij is op dezelfde manier als wij beproefd geweest, maar Hij heeft geen zonde gedaan. Jezus maakt degenen die door Hem tot God gaan, helemaal zalig, omdat Hij altijd leeft om voor hen te pleiten. De schrijver van Hebreeën heeft al eerder dan in hoofdstuk 9 verwezen naar het offer van Christus. Elke hogepriester is aangesteld om gaven en offers te brengen vanwege de zonden, schrijft de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 7 vergelijkt de schrijver van Hebreeën de vele offers van de levitische hogepriesters met het definitieve offer van Christus. Christus “offerde Zichzelf” vanwege de zonden van Zijn volk. In hoofdstuk 8 wordt de conclusie getrokken dat het noodzakelijk was dat ook de hemelse Hogepriester “iets te offeren” had. In Hebreeën 9:11-28 vestigt de schrijver de aandacht op Christus, Die “Zichzelf aan God heeft geofferd”. De grondslag van het blijvende Hogepriesterschap van Christus wordt gevormd door het offer dat Hij gebracht heeft. Christus heeft Zijn eigen bloed geofferd aan God. Het gaat dan niet om “materieel” karakter van bloed, maar om bloed als een symbolisch machtsmiddel.
Met de uitstorting van de Heilige Geest op de pinksterdag bijna 2000 jaar geleden, is de nieuwe bedeling aangebroken. Omdat Christus Zijn leven heeft gegeven, kon de Heilige Geest over de apostelen worden uitgestort. Christus is meer dan de priesters van de oude bedeling en Hij is ook meer dan hogepriesters van de oude bedeling. De schrijver van het Bijbelboek Hebreeën noemt Jezus meerdere keren de Hogepriester. Christus heeft als Hogepriester de zonden, de fouten, van Zijn volk verzoend. Jezus moest in alles aan de mensen gelijk worden. Want alleen zo kon Hij Hogepriester worden bij God. Hij is barmhartig en trouw. Hij heeft verzoening gebracht voor Zijn volk. De schrijver van Hebreeën roept zijn lezers op om te letten op de Apostel en de Hogepriester van onze geloofsbelijdenis: Christus Jezus. Jezus is als de Voorloper voor ons binnengaan in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel. Jezus is naar de ordening van Melchizedek Hogepriester geworden tot in eeuwigheid. Het priesterschap naar de orde van Melchizedek is gebaseerd op onvergankelijk leven. Dat in tegenstelling tot het priesterschap volgens de levitische orde. In de levitische orde volgden de priesters elkaar op. Maar Jezus heeft een offer gebracht dat voor eens en voor altijd is gebracht. Daar hoeft niets meer bij en daar mag ook niets meer bij. Daarom hoeven wij nu niet meer een dier te offeren om verzoening tussen God en ons te bewerkstelligen. De schrijver van Hebreeën voelt zich gefascineerd door Psalm 110. Melchizedek besefte dat enkel rechtvaardig regeren niet genoeg is, maar dat zijn onderdanen ook onderwijs moeten ontvangen over God. Melchizedek was dus koning en tegelijkertijd priester. Jezus als de Zoon van God is de Koning aan Gods rechterhand en tegelijkertijd Priester. Een Priester Die met Zijn offer de vrede bewerkt en met Zijn voorbede Zijn kinderen bewaakt. Wij hebben een Hogepriester nodig Die heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en verhoogd boven de hemelen is. Deze Hogepriester is Jezus.
In de tabernakel ten tijde van het Oude Testament was er het voorste tentdeel en het achterste tentdeel. In het achterste tentdeel bevond zich het allerheiligste. In het voorste tentdeel stond de kandelaar en de tafel met de toonbroden. Dat werd het heilige genoemd. Daarin gingen de priesters steeds naar binnen om hun taken uit te voeren. Maar achter het voorhangsel was het heilige der heiligen. Met daarin het gouden wierookvat en de ark van het verbond. Deze ark was met goud overtrokken. In de ark lagen de gouden kruik met het manna en de staf van Aäron, die gebloeid had, en in de ark lagen ook de twee stenen tafelen van het verbond. En boven op de ark waren de cherubs van Gods heerlijkheid. Die cherubs overschaduwden het verzoendeksel. In het heilige der heiligen ging de hogepriester één keer per jaar naar binnen met bloed. Dat bloed offerde hij vanwege de zonden van hemzelf en vanwege de zonden van het gehele volk Israël. De verzoening die dat teweegbracht tussen God en mens, was tijdelijk. Daarom moest het ieder jaar herhaald worden.
Christus ging ook het heilige der heiligen binnen. Maar dan wel het heilige der heiligen in de hemel. Zo maakt Hebreeën 9 ons duidelijk. Christus is via de meerdere en meer volmaakte tabernakel met Zijn eigen bloed het heiligdom binnengegaan. Net als ten tijde van de oude bedeling de hogepriester in de tabernakel via het heilige naar het heilige der heiligen ging. Goede Vrijdag is de Grote Verzoendag voor de christenen. Gemakkelijk te onthouden, beide GV: Goede Vrijdag en Grote Verzoendag. De Goede Vrijdag is de Grote Verzoendag voor Gods Kerk. Jezus heeft op Goede Vrijdag Zijn eigen bloed uitgestort. Hij gebruikte dus geen bloed van een dier om verzoening tussen God en de mens te bewerkstellingen. Christus ging geen aards heiligdom binnen, maar Hij is het hemelse heiligdom binnengegaan. De levitische hogepriester moest elk jaar opnieuw het allerheiligste van de tabernakel binnengaan, maar de ingang van Christus in het hemelse allerheiligste is “voor eens en altijd”.
In Leviticus 16 kun je lezen over de Grote Verzoendag. Tijdens Grote Verzoendag werd een bok geofferd voor het volk en een jonge stier werd geofferd voor de hogepriester en diens familie. Deze offers konden geen allesbeslissende reiniging brengen. Grote Verzoendag was een voorafschaduwing van Goede Vrijdag. Dieren worden onvrijwillig geslacht en zijn er passief onder, maar Christus offerde Zichzelf geheel vrijwillig. Christus is de Hogepriester, Die het offer brengt en tegelijkertijd Zelf het offer is. Christus heeft Zichzelf geheel vrijwillig aangeboden. Christus heeft Gods toorn gestild door Zichzelf als een volmaakt offer te offeren.
In de oude bedeling werden de verontreinigden gereinigd door het bloed van bokken en stieren en de as van de jonge koe. “Het bloed van bokken en stieren” waarover we lezen in Hebreeën 9:13, verwijst naar de offers op de Grote Verzoendag. Toch kun je het bloed van bokken en stieren ook breder trekken dan alleen de Grote Verzoendag. In meerdere bepalingen in het Oude Testament worden bokken en stieren voorgeschreven als noodzakelijk in het brengen van een offer, bijvoorbeeld bij het brandoffer. Waarschijnlijk bedoelt de schrijver van Hebreeën als hij schrijft over “het bloed van bokken en stieren” ook het sprenkelen van dat bloed erbij. Er werd ten tijde van de oude bedeling namelijk bij veel gelegenheden bloed gesprenkeld: op de Grote Verzoendag, bij het reinigingsoffer, bij de wijding van Aäron en zijn zoons tot hogepriester, bij het reinigen van de melaatsen.
Over iemand die een dode had aangeraakt, moest ten tijde van de oude bedeling het as van een jonge koe gestrooid worden. Je kunt hierover lezen in Numeri 19. Zo’n verontreinigde werd een week lang geïsoleerd. Diegene moest zich afscheiden van het land van de levenden. Maar toch, reiniging was mogelijk. Op de derde dag kreeg de verontreinigde het reinigingswater. Dat is water waaraan de dood kleeft, want er zit as in van een verbrande koe. Dat water moest door een rein persoon gedoopt worden in een bosje hysopplant. Vervolgens moest deze reine persoon dat water uitgieten over de onreine persoon. Op de zevende dag werd de ceremonie herhaald. Deze reiniging heiligde de verontreinigden. Het maakt deelname aan de eredienst weer mogelijk. Maar deze heiliging beperkt zich tot de buitenkant, dus tot alleen het lichaam. Maar het bloed van Christus reinigt ons geweten.
Als met het bloed van bokken en stieren en het strooien van as van een jonge koe de onreinen weer een rein lichaam kregen, hoeveel te meer zal het bloed van Christus ons geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! Met het offer van Christus is ook het offeren op de Grote Verzoendag niet meer van kracht. En ook al die andere offers waarin bokken en stieren werden geslacht. Daarom noemt de schrijver van Hebreeën hier ook die offers. Die offers moeten niet meer gebracht worden om in de juiste verhouding met God te komen staan. Christus heeft Zichzelf door de eeuwige Geest als een vlekkeloos offer aan God opgedragen. Het woord “vlekkeloos” doet denken aan de wet in het Oude Testament dat een offerdier zonder gebrek moet zijn. Het offer van Christus is ook volmaakt. Hij is de Hogepriester zonder zonden en daarom is Hij ook een vlekkeloos slachtoffer.
De Hebreeënschrijver geeft ons de nieuwe levensrichting: de levende God dienen in onze dagelijkse levenspraktijk. Opnieuw blijkt de pastorale houding van de auteur van Hebreeën. Door te schrijven over “ons geweten” betrekt hij zijn lezers heel sterk bij zijn betoog. In het laatste deel van het Bijbelboek Hebreeën wordt dit verder uitgewerkt: het leven vanuit het offer van Christus. De schrijver van Hebreeën maakt duidelijk: “Laten wij door het bloed van Jezus tot God naderen met een waarachtig hart, in volle zekerheid van het geloof. Laten wij de belijdenis van de hoop vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. Laten wij op elkaar letten door elkaar aan te sporen tot liefde en tot goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de dag (de dag van de wederkomst van Christus, ML) ziet naderen.” De christenen ontlenen hun vrijmoedigheid aan de definitieve ingang van Jezus in het hemelse heiligdom. Door het geloof zijn ze met het bloed van Jezus Christus besprenkeld en geheiligd. Wie de toevlucht neemt tot de drie-enige God, vindt niet meer een voorhangsel met daarop een bordje met de tekst “verboden toegang”. Degene die de toevlucht neemt tot de drie-enige God, vindt een open weg, omdat Jezus de Middelaar van het nieuwe verbond is. De Hogepriester met een hoofdletter, Jezus Christus, overtreft de hogepriesters van het Oude Testament. Alleen door het bloed van deze Hogepriester is eeuwige verlossing te verkrijgen. Het Lam, Christus, Dat geslacht is, is het waard om te ontvangen de kracht, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging. Lof zij de drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Machiel Lock
juni 2022
Leuk
Opmerking plaatsen
Delen

maandag 14 maart 2022

Esther

De hoofdpersoon van het Bijbelboek Esther is: Esther. Esther is een joods meisje en is wees: ze heeft geen vader en moeder meer. Ze wordt opgevoed door haar neef Mordechai. Mordechai is een achterkleinzoon van Kis en komt uit de stam Benjamin. Zijn vader heet Jaïr, zijn opa Simeï en zijn overgrootvader Kis. De vader van koning Saul van Israël heette ook Kis (zie 1 Samuël 9:1-2). De overgrootvader van Mordechai werd uit Jeruzalem met koning Jechonia (ook wel Jojachin genoemd), de op één na laatste koning van Juda, en een aantal andere ballingen weggevoerd naar Babel (zie ook 2 Koningen 24:10-17). Dat gebeurde in het jaar 597 v. Chr..

In het jaar 538 v. Chr. wordt Babylon door Perzië veroverd. De koning van Perzië, Kores (ook wel Cyrus genoemd), geeft de Joden toestemming om terug te keren naar hun eigen land, dat een provincie van het Perzische Rijk geworden is. Ook laat koning Kores de voorwerpen van de tempel van de HEERE, die de Babylonische koning Nebukadnezer uit Jeruzalem had gehaald en in het huis van zijn eigen goden had geplaatst, halen (zie Ezra 1:7). Een groot deel van Israël en Juda blijft wonen in het gebied waarheen ze in ballingschap was gevoerd. Mordechai is één van hen. Het is goed mogelijk dat hij een goede positie heeft aan het hof van de toenmalige Perzische koning, Ahasveros (zijn Griekse naam is “Xerxes I”). Ahasveros zit op zijn koninklijke troon in de burcht Susan. Zijn rijk bestaat uit 127 provincies. In Esther 2:5 lezen we dat Mordechai in de burcht Susan is. De naam “Mordechai” is waarschijnlijk afgeleid van de Babylonische god Mardoek. Zijn joodse naam is niet bekend. De joodse naam van Esther (ster) is “Hadassah” (mirte). Esther is haar Perzische naam. Esther heeft haar afkomst niet aan Ahasveros bekendgemaakt, overeenkomstig Mordechai haar geboden heeft (zie Esther 2:10).

Het Bijbelboek Esther is het enige Bijbelboek waarin de Naam van God niet genoemd wordt. Toch is Gods werking wel degelijk merkbaar in het boek. Gods zorg voor Zijn volk is duidelijk merkbaar. We zien bijvoorbeeld Zijn werking in Esther, waardoor het joodse volk gered wordt van de volledige ondergang en daarmee ook van de verhindering van de geboorte van Jezus Christus. De Zaligmaker, Jezus Christus, zal uiteindelijk als Mens uit het volk van Esther geboren worden. Als dat volk uitgeroeid zou zijn, zouden wij nooit een Borg en Heiland voor onze schuld gehad hebben. De gebeurtenissen rond Esther zijn dus van heilshistorisch belang.

In hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Esther lezen we dat koning Ahasveros een feestmaaltijd houdt voor heel het volk dat zich in de burcht Susan bevindt. Koningin Vasthi, de belangrijkste vrouw van koning Ahasveros, richt ook een maaltijd aan, voor de vrouwen in het koninklijk huis dat van koning Ahasveros is. Koning Ahasverhos heeft zeven hovelingen die in zijn tegenwoordigheid dienen: Mehuman, Biztha, Charbona, Bighta en Abagtha, Zethar en Charchas. Zij krijgen van koning Ahasveros de opdracht om koningin Vasthi bij hem te brengen. Vasthi, die er knap uitziet, weigert zich echter te laten zien aan de gasten van Ahasveros. Koning Ahasveros vraagt aan zijn zeven wijzen Carsena, Sethar, Admatha, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan wat er met koningin Vasthi moet gebeuren. Memuchan stelt voor dat vastgelegd moet worden in de wetten van Perzië en Medië dat Vasthi niet meer bij koning Ahasveros mag komen. Dit voorstel is goed in de ogen van koning Ahasveros.

In hoofdstuk 2 lezen we dat Ahasveros op zoek gaat naar een nieuwe koningin. De hovelingen van de koning stellen voor om voor de koning meisjes te zoeken die maagd zijn en er knap uitzien. Aldus geschiedt. De meisjes worden verzameld in de burcht Susan, in het eerste vrouwenverblijf, onder de hoede van Hegai, de hoveling van de koning, de bewaarder van de vrouwen. Als de koning een tweede ontmoeting met een vrouw wil, wordt die vrouw opnieuw bij de koning gebracht. Saäsgaz is verantwoordelijk voor het tweede vrouwenverblijf. Ahasveros kiest Esther als nieuwe koningin. Mordechai verijdelt een moordaanslag die twee hovelingen van de koning, Bigthan en Teres, op de koning willen plegen. Bigthan en Teres worden aan de galg gehangen.

In hoofdstuk 3 lezen we dat alle dienaren van de koning die in de poort van de koning zijn, zich voor Haman knielen en buigen. Mordechai doet dat echter niet, omdat hij een Jood is. Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, wordt hierdoor boos. Hij zoekt een manier om alle Joden, het volk van Mordechai, weg te vagen. Haman krijgt van koning Ahasveros toestemming om op één dag alle Joden te vermoorden. Haman laat het lot (“pur”) werpen om deze dag te bepalen. Het lot wordt geworpen in de maand nisan in het 12e regeringsjaar van koning Ahasveros. Het geeft aan dat op de 13e dag van de maand adar de Joden gedood zouden moeten worden.

In hoofdstuk 4 lezen we dat Mordechai naar aanleiding van het besluit van Haman zijn kleren verscheurt en zich in zak en as hult. Er is grote rouw onder de Joden. Mordechai informeert Hatach hierover, en Hatach informeert koningin Esther. Mordechai spoort Esther aan om koning Ahasveros op andere gedachten te brengen. Esther is bereid haar leven te wagen als alle Joden die zich in Susan bevinden, drie dagen voor haar vasten en bidden. Iedereen die zomaar naar de koning gaat, sterft, tenzij de koning die persoon de gouden scepter toereikt. Esther is al 30 dagen niet meer bij de koning geweest.

In hoofdstuk 5 lezen we dat Esther naar de koning gaat. Ze heeft een koninklijk gewaad aan en de koning reikt haar de gouden scepter toe. Esther nodigt de koning twee keer uit voor een maaltijd met Haman erbij. De koning belooft het verzoek van Esther in te willigen, zelfs al is het de helft van het koninkrijk. Haman ziet Mordechai niet voor hem knielen bij de poort van de koning. Hamans vrouw Zeres en een aantal vrienden van Haman raden Haman aan om tegen de koning te zeggen dat men Mordechai moet laten hangen aan een galg van 50 el hoog. Haman stemt hiermee in.

In hoofdstuk 6 lezen we dat koning Ahasveros hoort dat Mordechai zijn leven heeft gered. Koning Ahasveros wil Mordechai hiervoor alsnog belonen. Hij vraagt aan Haman wat hij moet doen met iemand die hij wil eren. Haman denkt dat Ahasveros het over hemzelf (Haman) heeft. Haman heeft het voorstel om diegene te bekleden met de koninklijke mantel, de koninklijke kroon op zijn hoofd te zetten en te laten rijden op het koninklijke paard en dat over hem moet worden uitgeroepen dat de koning hem eert. De koning zegt tegen Haman dat hij dit moet doen met Mordechai. Aldus geschiedt.

In hoofdstuk 7 vraagt koningin Esther aan koning Ahasveros of zij en haar volk in leven mogen blijven. Esther zegt tegen Ahasveros dat zij en haar volk verkocht zijn om te worden gedood. Ahasveros vraagt Esther wie daar achter steekt. Esther zegt dat dat Haman is. Charbona, één van de hovelingen van de koning, wijst de koning op de galg die Haman voor Mordechai heeft gemaakt. De koning beveelt om Haman daaraan te hangen. Aldus geschiedt.

In hoofdstuk 8 lezen we dat alle eigendommen van Haman aan Esther worden gegeven. Esther stelt Mordechai aan over het huis van Haman. De koning geeft aan dat de wet die Haman heeft opgesteld, niet herroepen kan worden. Hij geeft wel aan dat Esther en Mordechai maatregelen mogen treffen om de moordaanslag op de Joden te verijdelen. In opdracht van Mordechai stellen de schrijvers van de koning een brief op die verzonden wordt naar alle provincies van het rijk van de koning. Dat gebeurt op de 23e dag van de maand sivan. In de brief staat dat de Joden op de dag waarop bevolen is dat ze uitgeroeid worden, zichzelf mogen verdedigen en hun aanvallers mogen doden. Bij de Joden is er blijdschap en zelfs velen uit de volken van het land worden Jood, omdat angst voor de Joden op hen is gevallen.

In hoofdstuk 9 lezen we dat de Joden hun vijanden doden, waaronder in de burcht Susan vijfhonderd man en de tien zonen van Haman, dat zijn Parsandatha, Dalfon, Asfata, Poratha, Adalia, Aridatha, Parmastha, Arisai, Aridai en Vaizatha. Op de 14e dag van de maand adar doden de Joden in Susan driehonderd man. Ze steken de hand echter niet uit naar de buit. Onder de rest van de jodenhaters worden 75.000 man gedood. Mordechai roept de Joden op om jaarlijks op de 14e en de 15e dag van de maand adar feest te vieren met maaltijden. Dit feest krijgt de naam “purimfeest”. Geheel tegen de bedoeling van Haman in is immers door de Joden de overwinning behaald. Esther en Mordechai benadrukken in hun brief dat de Joden het purimfeest niet mogen overslaan.

In hoofdstuk 10 lezen we dat koning Ahasveros iedereen in zijn hele koninkrijk belasting laat betalen. Alles over hem is opgeschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Medië en Perzië. De Jood Mordechai is na de koning de belangrijkste man in het rijk van de koning en doet er alles aan om zijn volk gelukkig te maken. Hij staat in hoog aanzien bij de Joden.

Machiel Lock