De laatste zondag voor Pasen wordt ook wel Palmzondag oftewel Palmpasen genoemd. Gisteren was het dus Palmpasen 2023. We zijn deze week de Stille Week ingegaan richting Pasen. Volgende week zondag en maandag is het Pasen 2023. Pasen is het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Palmpasen is het feest van de intocht van Jezus in Jeruzalem. We lezen over deze gebeurtenis in de Bijbel, zie: Mattheüs 21:1-11, Markus 11:1-11, Lukas 19:28-38 en Johannes 12:12-19.
Hartelijk welkom op mijn blog! Alle artikelen op deze blog zijn door mij geschreven. Het doel van mijn blog is u in kennis te stellen van (mijn visie op) thema's die mij persoonlijk raken.
maandag 3 april 2023
Palmpasen
zaterdag 28 januari 2023
Het leven van Job
In het kader van het houden van een overdenking heb ik me vorige week in het bijzonder beziggehouden met het Oudtestamentische Bijbelboek Job.
zaterdag 22 oktober 2022
Het zevende gebod: "U mag niet echtbreken"
Over veel onderwerpen heb ik inmiddels al geschreven. Ditmaal schrijf ik over een zeer gevoelig onderwerp, namelijk over echtscheiding. Overigens verneem ik daar ook graag uw gedachten over. Met echtscheiding wordt een burgerlijk huwelijk tussen twee personen beëindigd. Dat is altijd pijnlijk, want een huwelijk is een verbond van een samenlevingsvorm tussen twee personen, en juist dat wordt met een echtscheiding verbroken. Zeker als er uit een huwelijk kinderen zijn geboren, kan een echtscheiding extra pijnlijk zijn. De kinderen hebben hun ouders niet meer als eenheid. Scheidingen kunnen als gevolg hebben dat mensen elkaar niet meer willen zien of spreken. Zo'n ontwikkeling mag nooit de bedoeling zijn. Ook na een scheiding geldt dat we de ander dienen lief te hebben. In het proces om tot een huwelijk te komen, moet de betreffende jongen of het betreffende meisje goed letten op de communicatie met zijn of haar vriend(in) en op het geestelijke leven van zijn of haar vriend(in). Dat kan een goede indicatie zijn of een huwelijk tussen beiden goed of niet. Het verbod op echtbreuk is het 7e gebod van de Tien Geboden (zie Exodus 20:14, vergelijk ook met Deuteronomium 5:18).Laatst sprak ik met iemand over het onderwerp “overspel”. Overspel is het hebben van een (seksuele) relatie met een iemand anders dan je getrouwde partner, zonder dat laatstgenoemde daarvoor toestemming heeft gegeven. Degene die ik sprak, zei dat als je overspel pleegt, je altijd een overspeler blijft zolang je met degene getrouwd bent met wie je overspel hebt gepleegd. Het spreekwoord "Eens een dief, altijd een dief" acht hij niet correct. Want als je niet meer steelt, ben je geen dief meer. Daar ben ik het mee eens, maar geldt dat ook niet voor overspel? Elke zonde kan toch immers vergeven worden zolang wij hier op aarde zijn? Natuurlijk niet om expres te zondigen, want juist een christen wil niets liever dan leven tot eer van God en daarin past geen enkele zonde. In de gelijkenis die Jezus vertelt over de Farizeeër en de tollenaar, zegt de Farizeeër in zijn gebed tot God: “Ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar." Zit er nog verschil in tussen overspel en diefstal? Zowel overspel en diefstal zijn verkeerd. Je mag het bezit van een ander niet afpakken. En een man of een vrouw die van zijn of haar partner scheidt en met een ander trouwt, pleegt overspel. Dat is ook niet toegestaan. Geeft Jezus in Mattheüs 5:32 en 19:9 een grond voor echtscheiding? Jezus zegt dat wie zijn vrouw verlaat om een andere reden dan hoererij, en met een ander trouwt, overspel pleegt, en wie met de verstoten vrouw trouwt, die pleegt ook overspel. De man veroorzaakt daarmee tegelijkertijd dat zijn vrouw overspel pleegt. Waarom zegt Jezus: "om een andere reden dan hoererij"? Kan er dan toch een goede grond zijn voor een echtscheiding? De Farizeeën lijken te denken dat Mozes in Deuteronomium 24:1-4 echtscheiding gebiedt. Maar Jezus haalt Genesis 1 en 2 aan. Gods oorspronkelijke doel van het huwelijk is een verbond tussen een man en een vrouw. Dat maakt Jezus duidelijk. Man en vrouw zijn dan samen één vlees. Mozes stond echtscheiding toe als er een echtscheidingsbrief werd geschreven. Zo’n middel was een soort oplossing voor het geval het misging in een huwelijk tussen man en vrouw. Dat was vanwege de hardheid van het volk. Mozes stelde de brief in als mogelijkheid voor een man om zo wettig van zijn vrouw te scheiden. Maar Jezus draait dit terug. Seksuele ontrouw (hoererij) is de enige toegestane grond om een huwelijk te ontbinden. Maar in zo’n geval is er al een eerste aanzet tot echtbreuk. Als je getrouwd bent met een man of een vrouw en je hebt seksuele gemeenschap met een ander, dan ben je je eigen man of vrouw niet trouw. Ontrouw is en blijft ontrouw. Dus is dat verkeerd. Dat betekent niet dat je daar geen vergeving voor kan ontvangen. Er is vergeving voor seksuele ontrouw. Als je daar berouw over hebt, dan mag je een nieuw huwelijk aangaan. Paulus gaat nog verder door op dit onderwerp, in 1 Korinthe 7:10-16. Zelfs als je man of je vrouw geen christen is, moet dat huwelijk gewoon in stand blijven. Maar als je ongelovige partner dan toch besluit om niet met je verder te gaan, ja, dan moet dat maar gebeuren. En dan mag je trouwen met iemand anders. Ook als je door je partner wordt misbruikt, kan dat leiden tot echtscheiding. Ook al lezen we er in de Bijbel niets over wat er dan moet gebeuren. Maar situaties kunnen dusdanig zijn dat er een echtscheiding moet plaatsvinden. Ook al blijft het een zonde. En is de zonde ook de aanleiding geweest tot die scheiding. Maar alle verkeerde dingen kunnen vergeven worden als we er berouw over hebben en God om vergeving vragen.
Machiel Lockoktober 2022
maandag 8 augustus 2022
Het duizendjarig vrederijk
In het slot van Romeinen 8 lezen we dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, Gods eniggeboren Zoon. In Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Omdat Christus, de Gezalfde met een hoofdletter, alles heeft volbracht wat nodig is voor onze eeuwige zaligheid. Ik moet ook denken aan wat we lezen in het slot van 1 Korinthiërs 15: God geeft ons de overwinning door onze Heere Jezus Christus. Als opvolger van Mozes zal Jozua de diepere bedoeling van het ingaan in het Beloofde Land Kanaän hebben begrepen. Dat ingaan staat symbool voor het ingaan in de hemelse heerlijkheid. Het hemelse Kanaän is nog veel rijker dan het aardse Kanaän. Door het geloof in Jezus komen wij in het hemelse Kanaän. De namen Jozua en Jezus betekenen hetzelfde. Jozua is Hebreeuws en deze naam betekent: “God redt”. De Griekse vorm van de naam Jozua is Jezus: “Jahweh is Redder”.
Jezus zal eenmaal terugkomen op de wolken van de hemel. In Mattheüs 24 lezen we hierover. Jezus kondigt het precieze moment van Zijn wederkomst dus niet aan. Na een grote verdrukking zal de zon verduisterd worden en de maan haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen uit de hemel vallen, en de krachten van de hemel zullen bewogen worden. Alle mensen op aarde zullen er emotioneel op reageren. Iedereen ziet dan de Mensenzoon, Jezus, op de wolken van de hemel komen. Hij komt met grote kracht en heerlijkheid. De Mensenzoon zal de engelen over de gehele aarde sturen. De engelen blazen op hun trompetten en ze verzamelen alle mensen die geloven dat Jezus de Redder is.
Een bepaalde stroming in het christendom is het chiliasme. Heeft deze stroming gelijk? Ergens ben ik wel benieuwd hoe u/jij hiertegen aankijkt. Het hangt ervan hoe je Openbaring 20:1-6 interpreteert. Daarin staat de profetie over de wederkomst van Jezus beschreven. De wederkomst zal plaatsvinden na een tijd van geloofsvervolging. De satan is Gods grote tegenstander. Een engel uit de hemel bindt de satan voor 1000 jaar lang vast en werpt hem in de afgrond, zodat de satan de volken niet kan misleiden. Na 1000 jaar zal de satan nog heel even worden losgelaten om vervolgens in de poel van vuur en zwavel geworpen te worden. Daarna zal er het laatste oordeel zijn.
Prechiliasten oftewel premillennialisten geloven dat Christus eerst terugkomt en dat daarna het 1000-jarig vrederijk aanbreekt. Zij geloven dat het een letterlijke periode van 1000 jaar is waarin Christus op aarde zal regeren als een lichamelijk aanwezige Koning. De opgestane gelovigen zullen dan samen met Christus regeren. De opgestane gelovigen, daarmee bedoel ik de gelovigen die al lichamelijk gestorven waren en dus uit die dood zijn opgewekt. De postchiliasten oftewel de postmillennialisten geloven dat Christus zal terugkeren na de periode van 1000 jaar. In die periode van 1000 jaar is Christus volgens de postchiliasten dus niet lichamelijk op aarde. Beide groepen gaan ervan uit dat in het 1000-jarig vrederijk in 1000 jaar tijd het evangelie zo krachtig verspreid wordt dat vrede en gerechtigheid op aarde zullen heersen. Ook al is de zonde niet geheel weg op aarde, die zal wel heel minimaal zijn. Amillennialisten geloven dat de 1000 jaar niet letterlijk opgevat moet worden, maar dat Jezus al bij Zijn eerste komst als Mens op aarde de satan gebonden heeft. Ze geloven dat de 1000 jaar verwijst naar de verspreiding van het evangelie van Christus in deze tegenwoordige tijd, totdat Christus terugkomt. De Bijbel geeft niet direct antwoord op de vraag welke van de drie visies de ware is. Persoonlijk ga ik ervanuit dat het amillennialisme het meest voor de hand ligt. Het getal “duizend” heeft in de Bijbel namelijk vaker een symbolische betekenis. Bijvoorbeeld in Psalm 105 lezen we dat God tot in duizend generaties aan Zijn beloften gedenkt. Hier gaat het niet om letterlijk duizend generaties, maar om een zeer groot getal. Besef dat u, jij en ik altijd klaar moeten staan voor de komst van de Mensenzoon.
Wat een rijkdom is er in Christus te vinden, broeders en zusters. Omhels Hem door het geloof. Dan erken je dat Christus Zijn leven heeft gegeven voor jou, om voor je zonden te betalen. Dan bent u, dan ben jij werkelijk gelukkig.
Machiel Lock
augustus 2022
dinsdag 19 juli 2022
Vakantiemeditatie over Mattheüs 17:5
Voor u/jou hierbij mijn vakantiemeditatie in 2022 over Mattheüs 17:5.
zaterdag 25 juni 2022
Hebreeën
Vorige week heb ik mij in het bijzonder beziggehouden met het Bijbelboek Hebreeën. Zie voor mijn bevindingen hierover de onderstaande tekst.
maandag 14 maart 2022
Esther
De hoofdpersoon van het Bijbelboek Esther is: Esther. Esther is een joods meisje en is wees: ze heeft geen vader en moeder meer. Ze wordt opgevoed door haar neef Mordechai. Mordechai is een achterkleinzoon van Kis en komt uit de stam Benjamin. Zijn vader heet Jaïr, zijn opa Simeï en zijn overgrootvader Kis. De vader van koning Saul van Israël heette ook Kis (zie 1 Samuël 9:1-2). De overgrootvader van Mordechai werd uit Jeruzalem met koning Jechonia (ook wel Jojachin genoemd), de op één na laatste koning van Juda, en een aantal andere ballingen weggevoerd naar Babel (zie ook 2 Koningen 24:10-17). Dat gebeurde in het jaar 597 v. Chr..
In het jaar 538 v. Chr. wordt Babylon door Perzië veroverd. De koning van Perzië, Kores (ook wel Cyrus genoemd), geeft de Joden toestemming om terug te keren naar hun eigen land, dat een provincie van het Perzische Rijk geworden is. Ook laat koning Kores de voorwerpen van de tempel van de HEERE, die de Babylonische koning Nebukadnezer uit Jeruzalem had gehaald en in het huis van zijn eigen goden had geplaatst, halen (zie Ezra 1:7). Een groot deel van Israël en Juda blijft wonen in het gebied waarheen ze in ballingschap was gevoerd. Mordechai is één van hen. Het is goed mogelijk dat hij een goede positie heeft aan het hof van de toenmalige Perzische koning, Ahasveros (zijn Griekse naam is “Xerxes I”). Ahasveros zit op zijn koninklijke troon in de burcht Susan. Zijn rijk bestaat uit 127 provincies. In Esther 2:5 lezen we dat Mordechai in de burcht Susan is. De naam “Mordechai” is waarschijnlijk afgeleid van de Babylonische god Mardoek. Zijn joodse naam is niet bekend. De joodse naam van Esther (ster) is “Hadassah” (mirte). Esther is haar Perzische naam. Esther heeft haar afkomst niet aan Ahasveros bekendgemaakt, overeenkomstig Mordechai haar geboden heeft (zie Esther 2:10).
Het Bijbelboek Esther is het enige Bijbelboek waarin de Naam van God niet genoemd wordt. Toch is Gods werking wel degelijk merkbaar in het boek. Gods zorg voor Zijn volk is duidelijk merkbaar. We zien bijvoorbeeld Zijn werking in Esther, waardoor het joodse volk gered wordt van de volledige ondergang en daarmee ook van de verhindering van de geboorte van Jezus Christus. De Zaligmaker, Jezus Christus, zal uiteindelijk als Mens uit het volk van Esther geboren worden. Als dat volk uitgeroeid zou zijn, zouden wij nooit een Borg en Heiland voor onze schuld gehad hebben. De gebeurtenissen rond Esther zijn dus van heilshistorisch belang.
In hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Esther lezen we dat koning Ahasveros een feestmaaltijd houdt voor heel het volk dat zich in de burcht Susan bevindt. Koningin Vasthi, de belangrijkste vrouw van koning Ahasveros, richt ook een maaltijd aan, voor de vrouwen in het koninklijk huis dat van koning Ahasveros is. Koning Ahasverhos heeft zeven hovelingen die in zijn tegenwoordigheid dienen: Mehuman, Biztha, Charbona, Bighta en Abagtha, Zethar en Charchas. Zij krijgen van koning Ahasveros de opdracht om koningin Vasthi bij hem te brengen. Vasthi, die er knap uitziet, weigert zich echter te laten zien aan de gasten van Ahasveros. Koning Ahasveros vraagt aan zijn zeven wijzen Carsena, Sethar, Admatha, Tarsis, Meres, Marsena en Memuchan wat er met koningin Vasthi moet gebeuren. Memuchan stelt voor dat vastgelegd moet worden in de wetten van Perzië en Medië dat Vasthi niet meer bij koning Ahasveros mag komen. Dit voorstel is goed in de ogen van koning Ahasveros.
In hoofdstuk 2 lezen we dat Ahasveros op zoek gaat naar een nieuwe koningin. De hovelingen van de koning stellen voor om voor de koning meisjes te zoeken die maagd zijn en er knap uitzien. Aldus geschiedt. De meisjes worden verzameld in de burcht Susan, in het eerste vrouwenverblijf, onder de hoede van Hegai, de hoveling van de koning, de bewaarder van de vrouwen. Als de koning een tweede ontmoeting met een vrouw wil, wordt die vrouw opnieuw bij de koning gebracht. Saäsgaz is verantwoordelijk voor het tweede vrouwenverblijf. Ahasveros kiest Esther als nieuwe koningin. Mordechai verijdelt een moordaanslag die twee hovelingen van de koning, Bigthan en Teres, op de koning willen plegen. Bigthan en Teres worden aan de galg gehangen.
In hoofdstuk 3 lezen we dat alle dienaren van de koning die in de poort van de koning zijn, zich voor Haman knielen en buigen. Mordechai doet dat echter niet, omdat hij een Jood is. Haman, de zoon van Hammedatha, de Agagiet, wordt hierdoor boos. Hij zoekt een manier om alle Joden, het volk van Mordechai, weg te vagen. Haman krijgt van koning Ahasveros toestemming om op één dag alle Joden te vermoorden. Haman laat het lot (“pur”) werpen om deze dag te bepalen. Het lot wordt geworpen in de maand nisan in het 12e regeringsjaar van koning Ahasveros. Het geeft aan dat op de 13e dag van de maand adar de Joden gedood zouden moeten worden.
In hoofdstuk 4 lezen we dat Mordechai naar aanleiding van het besluit van Haman zijn kleren verscheurt en zich in zak en as hult. Er is grote rouw onder de Joden. Mordechai informeert Hatach hierover, en Hatach informeert koningin Esther. Mordechai spoort Esther aan om koning Ahasveros op andere gedachten te brengen. Esther is bereid haar leven te wagen als alle Joden die zich in Susan bevinden, drie dagen voor haar vasten en bidden. Iedereen die zomaar naar de koning gaat, sterft, tenzij de koning die persoon de gouden scepter toereikt. Esther is al 30 dagen niet meer bij de koning geweest.
In hoofdstuk 5 lezen we dat Esther naar de koning gaat. Ze heeft een koninklijk gewaad aan en de koning reikt haar de gouden scepter toe. Esther nodigt de koning twee keer uit voor een maaltijd met Haman erbij. De koning belooft het verzoek van Esther in te willigen, zelfs al is het de helft van het koninkrijk. Haman ziet Mordechai niet voor hem knielen bij de poort van de koning. Hamans vrouw Zeres en een aantal vrienden van Haman raden Haman aan om tegen de koning te zeggen dat men Mordechai moet laten hangen aan een galg van 50 el hoog. Haman stemt hiermee in.
In hoofdstuk 6 lezen we dat koning Ahasveros hoort dat Mordechai zijn leven heeft gered. Koning Ahasveros wil Mordechai hiervoor alsnog belonen. Hij vraagt aan Haman wat hij moet doen met iemand die hij wil eren. Haman denkt dat Ahasveros het over hemzelf (Haman) heeft. Haman heeft het voorstel om diegene te bekleden met de koninklijke mantel, de koninklijke kroon op zijn hoofd te zetten en te laten rijden op het koninklijke paard en dat over hem moet worden uitgeroepen dat de koning hem eert. De koning zegt tegen Haman dat hij dit moet doen met Mordechai. Aldus geschiedt.
In hoofdstuk 7 vraagt koningin Esther aan koning Ahasveros of zij en haar volk in leven mogen blijven. Esther zegt tegen Ahasveros dat zij en haar volk verkocht zijn om te worden gedood. Ahasveros vraagt Esther wie daar achter steekt. Esther zegt dat dat Haman is. Charbona, één van de hovelingen van de koning, wijst de koning op de galg die Haman voor Mordechai heeft gemaakt. De koning beveelt om Haman daaraan te hangen. Aldus geschiedt.
In hoofdstuk 8 lezen we dat alle eigendommen van Haman aan Esther worden gegeven. Esther stelt Mordechai aan over het huis van Haman. De koning geeft aan dat de wet die Haman heeft opgesteld, niet herroepen kan worden. Hij geeft wel aan dat Esther en Mordechai maatregelen mogen treffen om de moordaanslag op de Joden te verijdelen. In opdracht van Mordechai stellen de schrijvers van de koning een brief op die verzonden wordt naar alle provincies van het rijk van de koning. Dat gebeurt op de 23e dag van de maand sivan. In de brief staat dat de Joden op de dag waarop bevolen is dat ze uitgeroeid worden, zichzelf mogen verdedigen en hun aanvallers mogen doden. Bij de Joden is er blijdschap en zelfs velen uit de volken van het land worden Jood, omdat angst voor de Joden op hen is gevallen.
In hoofdstuk 9 lezen we dat de Joden hun vijanden doden, waaronder in de burcht Susan vijfhonderd man en de tien zonen van Haman, dat zijn Parsandatha, Dalfon, Asfata, Poratha, Adalia, Aridatha, Parmastha, Arisai, Aridai en Vaizatha. Op de 14e dag van de maand adar doden de Joden in Susan driehonderd man. Ze steken de hand echter niet uit naar de buit. Onder de rest van de jodenhaters worden 75.000 man gedood. Mordechai roept de Joden op om jaarlijks op de 14e en de 15e dag van de maand adar feest te vieren met maaltijden. Dit feest krijgt de naam “purimfeest”. Geheel tegen de bedoeling van Haman in is immers door de Joden de overwinning behaald. Esther en Mordechai benadrukken in hun brief dat de Joden het purimfeest niet mogen overslaan.
In hoofdstuk 10 lezen we dat koning
Ahasveros iedereen in zijn hele koninkrijk belasting laat betalen. Alles over
hem is opgeschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Medië en
Perzië. De Jood Mordechai is na de koning de belangrijkste man in het rijk van
de koning en doet er alles aan om zijn volk gelukkig te maken. Hij staat in hoog
aanzien bij de Joden.
Machiel Lock