zondag 30 augustus 2026

Preek over Markus 7:31-37

Preek over Markus 7:31-37
Machiel Lock
zondag 30 augustus 2026


Gemeente van onze Heere Jezus Christus, 

De verkondiging gaat over Markus 7:31-37. Het thema van de preek/verkondiging is: “Jezus geneest een dove man”.

“Gezondheid is een groot goed”. Deze uitdrukking kennen we wel. En deze uitdrukking is ook de waarheid. We hebben het de afgelopen jaren gezien hoe belemmerend ziekte kan werken. Er moesten maatregelen genomen worden om het coronavirus in te dammen. Anders zouden er alleen nog maar meer mensen ziek geworden zijn. Maar de maatregelen die genomen moesten worden, die waren wel ingrijpend voor de maatschappij. De bekende maatregel, anderhalve meter afstand houden van iemand die niet tot hetzelfde adres behoorde, dat was een bekende regel. Tijdens de coronacrisis was er ook een periode dat sommige winkels dicht moesten, en dat ook kappers dicht moesten, en dat scholen en universiteiten enkel online hun lessen moesten geven, en ook dat de kerkdiensten alleen online moesten plaatsvinden. Maar gelukkig is er nu weer veel meer mogelijk. En dat komt toch wel doordat de genomen maatregelen tegen corona hebben geholpen. 

Bijvoorbeeld de maatregel van vaccinatie. Mensen lieten zich vaccineren tegen het coronavirus, en dat wierp vruchten af. Dat laat overigens zien dat het nemen van verantwoordelijkheid belangrijk is. En natuurlijk moet iedereen daarin een eigen afweging maken, zij het dat we in principe binnen de kaders van de wet moeten blijven. Maar roekeloos jezelf in gevaar brengen, dat is in ieder geval nooit goed. Dus het is nodig om goed op te letten in het verkeer. En het is ook nodig om je werk trouw uit te voeren. Het werk waartoe je door God bent geroepen en waarin je je talenten mag gebruiken. Momenteel heerst er geen ziektegolf in Nederland. Daar mogen we dankbaar voor zijn. Al wil dat natuurlijk niet zeggen dat er geen mensen ziek zijn. Die mensen moeten we zeker niet vergeten. Maar een griepepidemie is er in ons land momenteel niet. Straks in de herfst en in de winter zou er weer eens een griepepidemie kunnen komen. Dat is niet te hopen natuurlijk, maar die mogelijkheid is er wel.

Vanmorgen in Markus lazen we over een man die doof is. Deze man kan dus niet horen. En deze man heeft ook nog eens moeite om te praten. We weten niet of deze man vanaf zijn geboorte doof is en ook weten we niet of het vanaf zijn geboorte is dat hij moeilijk spreekt. Het is ook mogelijk dat het door een ongeval gebeurd is dat hij doof is en een spraakstoornis heeft. Er is ook verschil in uitleg of deze man helemaal niet kan spreken of dat hij moeilijk spreekt. Uit het feit dat andere mensen de man naar Jezus brengen, leiden sommige uitleggers af dat deze man helemaal niet kan spreken. Als hij toch een beetje zou kunnen praten, dan zou hij toch ook zelf om genezing kunnen vragen. Zo is de redenatie. Toch vermoed ik dat deze man een spraakstoornis heeft. Dus ik vermoed dat deze man moeilijk praat. Hij kan dus nog wel een klein beetje praten.

Jezus is weer teruggegaan naar Zijn eigen land. Zijn eigen land is Israël. Hij is in het gebied van Tyrus en Sidon geweest. Daar was Jezus om Zich even terug te trekken. Maar ook in het gebied van Tyrus en Sidon werd Hij gevonden. En wel door een vrouw. Haar dochtertje heeft een boze geest. De vrouw gelooft dat Jezus haar dochter kan genezen. En Jezus geneest dat meisje ook. De dochter van de vrouw, ze ontvangt genezing. Dat ondanks dat de vrouw niet tot Israël behoort. Dit is als voorschot op de toekomst, de toekomst waarin het heil in Jezus verkondigd wordt over alle werelddelen. Een voorschot op Pinksteren dus: de uitstorting van de Heilige Geest. Jezus gaat richting de Zee van Galilea. Hij klimt de berg op en gaat daar zitten. En een hele grote groep mensen komt naar Hem toe. Deze mensen nemen kreupelen, blinden, mensen die niet kunnen spreken, verlamden, en vele andere zieke mensen mee. Ze leggen deze mensen aan de voeten van Jezus neer. En Jezus geneest deze mensen allemaal. Want zij die niet konden spreken, zij spreken nu wel. Zij die eerst verlamd waren, zij zijn nu gezond. Degenen die eerst kreupel waren, ze kunnen nu lopen. En degenen die blind waren, die kunnen zien. En degenen die de zieke mensen hadden gebracht, zij verheerlijken Israëls God.

Dat moet toch wat geweest zijn. Dat zieke mensen zo van het ene op het andere moment beter werden. Stel je eens voor dat er vandaag iemand hier in de stad zou zijn die per direct ziekten kan genezen, dan zouden we ook massaal alle zieke mensen naar diegene toebrengen. Want zo iemand is natuurlijk heel bijzonder. Toch is het wel zo dat het niet alleen om die wonderen op zich gaat. Want het gaat om de Persoon Die deze wonderen verricht. Deze Persoon is de door God gezondene. Hij vraagt om geloof. En dat doet Hij ook vandaag. Dus ook vandaag vraagt Jezus ons om in Hem te geloven. Want Hij is de Opstanding en het Leven. 

Jezus heeft veel mensen genezen. Van die genezingen licht Markus er nu één uit. De genezing van de dove man dus. Markus schrijft nog wat meer. Markus schrijft dat Jezus dwars door het gebied van Dekapolis gaat. De naam “Dekapolis” betekent “tien steden”. Er zijn namelijk tien steden die deel uitmaken van Dekapolis. Dekapolis ligt aan de Zee van Galilea. Dekapolis ligt ten oosten van Israël. Ook in Dekapolis wonen voornamelijk niet-Joodse mensen. Dus eigen volksgenoten van Jezus wonen er niet veel. Ontmoet Jezus de dove man ook in Dekapolis? Dat weten we niet. Het is mogelijk dat Jezus al wel in Israël is, zodra Hij die dove man ontmoet. Misschien zijn er wel mensen uit Dekapolis die Jezus hebben zien gaan. En dat die mensen toen de dove man naar Jezus gebracht hebben.

Eerder waren er al mensen die Jezus volgden. Ze kwamen uit Galilea, Dekapolis, Jeruzalem, Judea en van over de Jordaan. Zij volgden Jezus, dit omdat ze onder de indruk waren van de genezingen die Hij verrichtte. Want Jezus genas allen die er slecht aan toe waren. Hij genas mensen die allerlei soorten ziekten hadden, Hij genas degenen die bezeten waren door demonen. Hij genas maanzieken en Hij genas verlamden. Zo liet Jezus al iets zien van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, dat is het nieuwe Jeruzalem, daar waar de gelovigen voor altijd zullen wonen. Daar zal God alle tranen van hun ogen afwissen. Dat is de glansrijke toekomst voor de gelovigen. Ziet u ook uit naar dat moment? Zolang we nog hier op deze aarde zijn, mogen we daarover vertellen. Dan zeg je dat God het waard is om geprezen te worden, want bij Hem is verzoening, eeuwige heil en eeuwige redding. En het zou mooi zijn als je iemand wint voor de blijde boodschap. Dat je diegene als het ware bij de hand neemt en hem vertelt over de hoop die in je is. En misschien gaat hij of zij dan ook wel met jou mee naar de kerk. Maar ook als je dit effect niet ziet, weet dan dat het nooit voor niets is, want je weet nooit hoe God het gebruikt als je een ander vertelt over jouw vreugde.

Jezus neemt de dove man apart. Hij doet dat om een bepaalde groep nog beter getuige te laten zijn van het wonder dat Hij gaat verrichten. Zodat deze mensen beter de goddelijke natuur van Jezus kunnen waarnemen. Het gaat Jezus om de eer van God. Jezus is zo vol liefde voor de mensen. Hij heeft medelijden met hen. Daarom zucht Hij nu ook. 

De mensen die de dove man naar Jezus brengen. Die mensen smeken Jezus of Hij Zijn hand op de man wil leggen. Ze verwachten misschien nog niet direct genezing voor die man. Want alleen een zegen kan al heilzaam zijn. Jezus had Zijn hand op de dove man kunnen leggen. Om zo de man van diens doofheid en spraakstoornis te genezen. Je zou verwachten: als Jezus Zijn hand op de man legt, dan is dat voldoende. En dat is ook zo, maar toch doet Jezus hier hele andere dingen. En Hij doet ook heel opvallende dingen. Jezus wil duidelijk laten zien dat Hijzelf de tekenen verricht. Hij steekt Zijn vingers in de oren van de man. En Jezus raakt met Zijn eigen speeksel de tong van de man aan. Het is door Jezus Zelf dat deze man verlost wordt van diens doofheid en spraakgebrek. Het zijn de eigen vingers van Jezus en het is het eigen speeksel van Jezus dat gebruikt wordt om de man te genezen. Jezus laat zien dat Hij Degene is Die geneest, dat Hij Degene is Die heelt. Jezus doet deze tekenen met als doel dat de mensen hun geloof op Hem richten. Jezus is immers de Weg, de Waarheid en het Leven. Geloof jij dat ook? Door het geloof in Jezus Christus hebben we het eeuwige leven.

Vingers in de oren van een dove doen, en met speeksel de tong aanraken van iemand die niet kan spreken. Allerlei artsen van die dagen deden zulke dingen ook. Ze gebruikten er dan ook magische formules bij. Maar dat doet Jezus niet. Hij kijkt omhoog naar de hemel. Daarmee laat Hij zien dat Zijn genezingsdaad niet op zichzelf staat. Jezus heeft de kracht nodig om de dove man te genezen. En zodra Jezus kracht van Zijn hemelse Vader ontvangt, geneest Hij de dove man. Jezus zegt tegen de man: “Effata!” De emotie van Jezus was dusdanig dat Hij Zijn moedertaal gebruikte, in het Aramees zegt Hij: “Effata!” Dat betekent: “Doe open”. Het kan ook zo zijn dat Jezus dit in het Aramees zei, omdat de familie van de dove man mogelijk Aramees sprak. Het is ook mogelijk dat de voertaal in Dekapolis het Aramees was. We weten niet of de man die genezen wordt, joods is of dat hij afkomstig is uit Dekapolis.

De resultaten van de genezing worden genoemd: meteen gaan de oren van de man open, en zijn tong komt los en hij kan normaal spreken en hij kan dus ook weer horen. Deze man zou nog weleens met een doofstomme geest bezeten geweest kunnen zijn. Jezus werpt namelijk veel boze geesten uit.

Het is trouwens een voorrecht als je kunt horen en als je kunt praten. Dat geeft ons ook verantwoordelijkheid. Namelijk door het evangelie van Christus te horen en door ook te spreken over dit evangelie. Daartoe heeft God ons gemaakt. De Westminster Confessie begint met de vraag: “Wat is het hoogste doel van de mens?” Het antwoord daarop is: “Het hoogste doel van de mens is om God te verheerlijken en zich voor altijd in God te verheugen.” Dat geldt voor elk mens op deze wereld. Ook voor dove mensen. Want het gaat hier om een zaak van je hart. God liefhebben, dat doe je met heel je hart, met heel je ziel en met heel je verstand. Dat is het eerste en het grote gebod. En het tweede hieraan gelijk is: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Deze twee geboden vormen de grondslag van de Wet en de Profeten. En laten we daarom ook medelijden hebben met dove mensen en laten we medelijden hebben met mensen die niet goed kunnen praten, en sta hen bij. Zullen we daar deze week eens over nadenken hoe we dat doen: hoe staan we degenen bij die doof zijn? En hoe staan we degenen bij die niet goed kunnen spreken?

Het raakt Jezus dat er juist in Israël veel mensen zijn die niet naar Hem willen luisteren. Hij heeft eerder gezegd: “Luister allen naar Mij.” Dat dienen de mensen ter harte te nemen. Maar veel mensen uit het eigen vaderland van Jezus ergeren zich aan Jezus. Eerder heeft Jezus vijf broden en twee vissen vermenigvuldigd. Daardoor kregen duizenden mensen te eten. Maar het is aangrijpend hoe velen hierop reageren. Velen van degenen die Jezus volgen, doen dat alleen maar omdat Jezus dit spijzigingswonder heeft verricht. Ze willen niet geloven dat Jezus Zelf het Brood van het leven is. Maar Jezus is het Brood van het leven. Wie tot Hem komt, zal zeker geen honger hebben, en wie in Hem gelooft, zal nooit meer dorst hebben. Jezus voedt de mensen geestelijk. Hij is ook Degene Die kan voorzien in het diepste geestelijke verlangen van de mensen. 

We leven in een wereld waarin gebrokenheid is. Er is in deze wereld oorlog. Ook wijzelf zijn niet foutloos. We hebben talenten gekregen en die mogen we gebruiken, sterker nog: laten we onze talenten gebruiken. Ten dienste aan God en ten dienste ook aan onze medemensen. Maar toch zijn we ook mensen die niet alles kunnen. We leven in een wereld waarin mooie dingen zijn. Maar helaas zijn hier ook ziekte en dood aan de orde van de dag. Denk bijvoorbeeld aan de zware overstroming in Nepal. Die overstroming gebeurde afgelopen woensdag. Honderden mensen stierven daardoor. Toch is er gelukkig meer in dit leven. Daarom beleven we nu deze kerkdienst. Niet dat alle problematiek op deze aarde dan in één keer verdwenen is. Maar wel omdat er Eén is Die ons diepste verlangen werkelijk kan vervullen. De strijd tegen de gebrokenheid van ons menselijk bestaan, die strijd zal uiteindelijk overwonnen worden, als we God tot onze Koning erkennen. 

We hebben in Markus 7 gelezen dat Jezus aan de omstanders beveelt om het aan niemand te vertellen wat er gebeurd is. De omstanders mogen dus niet vertellen hoe de doofstomme man genezen is en ze mogen ook niet vertellen door Wie die man genezen is. Maar het blijkt een averechts effect te hebben. Hoe strenger Jezus het de mensen verbiedt, des te meer gaan ze het rondvertellen. Misschien is er vanmorgen wel iemand die denkt: dat is vreemd… Waarom mogen de mensen het niet vertellen hoe de man is genezen van diens doofheid en spraakstoornis? Dat is toch juist heel mooi nieuws? De mensen mogen het wel gaan vertellen, maar Jezus wil duidelijk maken dat dat nu nog niet het geschikte moment is. Ook hierin is Jezus een getuige van nederigheid. Hij wil niet enkel bekend staan als de wonderdoener. Dat blijkt ook later als Jezus een blinde man in Bethsaïda geneest. Jezus legt speeksel op de ogen van blinde man en Hij legt Zijn handen op hem, en de man kan weer zien en deze man is dus niet langer blind. Maar de man mag het van Jezus aan niemand vertellen. Ook hierin is Jezus een voorbeeld voor ons. Het is onze taak om God te dienen. En het is ook onze taak om om te zien naar onze naaste. En Jezus laat zien dat Hij de nederigste positie bij uitstek inneemt. De Mensenzoon Jezus is niet gekomen om gediend te worden. Hij is gekomen om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld voor velen. 
 
Jezus heeft de missie om Gods Koninkrijk te verkondigen. Hij wil deze missie niet ondermijnen. Eerder al had Zijn oproep om te zwijgen een averechts effect. Want toen iemand met lepra genezen werd door Jezus, toen ging diegene de Genezer uitgebreid bekendmaken. Waardoor Jezus niet meer openlijk in de stad kon komen. Jezus maakt duidelijk dat het niet om de wonderen alleen gaat. Nee, de wonderen die Hij doet, ondersteunen datgene wat Hij zegt.

Trouwens, is het geen wonder dat we mogen leven? Is het geen wonder dat we ademhalen? Is het al geen wonder dat er iedere dag brood op ons bord ligt? Dat zijn allemaal wonderen. Alleen ze worden door ons niet snel als wonderen opgemerkt. We vinden ze snel gewoon. Maar toch zijn ze ten diepste niet gewoon. Laten wij de zegeningen van de Heere opmerken. De genezing van de dove man is een wonder, zeker. Dat wordt door ons een wonder genoemd, omdat er iets plaatsvindt wat naar onze waarneming bovennatuurlijk is. Als je dit in de gaten hebt, dan ben je er ook van overtuigd dat geen ding voor God onmogelijk is. Gelukkig zijn er veel medicijnen op de wereld. Daarmee kunnen ziektes worden voorkomen, of worden verminderd. Die medicijnen mogen we gebruiken voor ons welzijn. Laten we daar ook gebruik van maken.

Tot slot zeg ik nog iets over het laatste vers van de Schriftlezing van vanmorgen. Die vind ik ook geweldig mooi. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt het krachtig: “De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat Hij [dat is: Jezus] doet, is goed: zelfs doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’” Hierin klinkt duidelijk een echo naar de paradijstijd. Toen God de hemel en de aarde schiep, zag Hij dat het goed was, en toen God de mens schiep, zei Hij dat het zeer goed was. De mensen waarover we lazen in Markus 7, zij belijden dat de betreffende genezing het werk van God is. En dat is terecht, want Jezus is Gods Zoon. En ze belijden dat Jezus de Messias is. Want Jezus laat doven horen en Hij laat stommen spreken. Daarover had Jesaja al geprofeteerd. Jezus is dus inderdaad de Messias. In de Messias is Gods Koninkrijk in het midden van de mensen gekomen. Houd daaraan vast. Dan ervaar je een vreugde die niet te evenaren is. 

Amen.

zondag 9 augustus 2026

Jezus bemoedigt mensen

Preek over Mattheüs 14:27
Machiel Lock

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, 

De kerntekst voor deze verkondiging is Mattheüs 14:27. 

Het thema van de preek is: “Jezus bemoedigt mensen”

Wat betekent het werkwoord “bemoedigen”? Probeer daar deze week eens verder over na te denken. Ik geef tijdens de preek wel indirect antwoord op deze vraag. Althans, dat probeer ik. En jij mag deze vraag straks na de dienst beantwoorden. Beste mensen, misschien ga jij regelmatig naar het strand. Met warm en zonnig weer, zoals nu, juist dan gaan veel mensen naar het strand. Want vooral dan is het lekker om te zwemmen. Maar als je gaat zwemmen, zorg er als het maar even kan dan wel voor dat iemand op de wal jou in de gaten houdt. Het CBS berekende dat laatst jaarlijks in Nederland gemiddeld 123 mensen verdronken. Aangrijpend. Meer publieke drijfmiddelen kunnen helpen om het aantal verdrinkingsslachtsoffers naar beneden te krijgen. Vanmorgen gaan we in gedachten naar de zee. We zijn in gedachten bij de leerlingen van Jezus. Zij zijn op zee. De leerlingen zijn aan het varen op de zee. Maar dat verloopt niet soepel. Er waait een harde wind.

Ik denk dat we allemaal wel meerdere stormen meegemaakt hebben. Bij windkracht 9 en hoger, dan is er volgens het KNMI sprake van een storm. Meestal is het rustig weer in ons land. Maar er zijn momenten dat het hier stormt.

Vanmorgen ontmoeten we Jezus en Zijn twaalf leerlingen, althans we ontmoeten hen vanuit het evangelie. Jezus en Zijn leerlingen bevinden zich in stormachtige omstandigheden. Deze leerlingen hebben van hun Meester de opdracht gekregen om in het schip te gaan. Zij moeten vooruit roeien naar de overkant, naar Bethsaïda. Deze leerlingen zijn de twaalf apostelen van Jezus. Zij zijn aangesteld om mede-oprichters te zijn van de kerk. Eerder lezen we dat Jezus hen twee aan twee uitzendt. De leerlingen moesten hun Meester vertegenwoordigen. Jezus had hun macht gegeven over de boze geesten. En zo gingen de leerlingen op weg. Ze hebben gepreekt. Ze moesten tegen de mensen zeggen dat Gods Koninkrijk dichtbij gekomen is. Want in Christus is Gods Koninkrijk onder de mensen gekomen. Zonder Christus zou er geen kerk zijn. De apostelen hebben veel demonen uitgedreven. Ze hebben veel zieke mensen gezond gemaakt. 

Maar nu zijn de apostelen weer teruggekomen bij hun Meester. Ze hebben Hem alles verteld wat ze gedaan en onderwezen hebben. Het was heel druk geweest. De apostelen zijn druk bezig geweest met preken en genezen. Ze hebben daardoor geen tijd gehad om te eten. Jezus begrijpt dit. Daarom gaat Hij met de apostelen naar een eenzame plaats. Daar kunnen ze even wat uitrusten. Dat is herkenbaar. Ook in een vakantietijd als nu is het voor veel mensen fijn om even een rustperiode te hebben. De apostelen hebben nu ook zo’n rustpauze nodig. Daarom is een eenzame plaats geschikt voor hen. De evangelist Lukas lokaliseert deze plaats vlakbij Bethsaïda. Bethsaïda is een plaats die gelegen is aan het Meer van Galilea, aan de noordoostelijke oever van het meer. Even in het bijzonder voor de mensen die eens naar Israël hopen te gaan: tegenwoordig zijn er van de stad Bethsaïda alleen nog wat ruïnes over. 

Jezus en Zijn leerlingen gaan dus weg. Maar dat blijft niet onopgemerkt bij veel mensen. Veel mensen zoeken Hem op. Jezus ziet vervolgens een grote hongerige menigte aan de oever. Er gebeurt dan iets heel wonderlijks. De leerlingen hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen. Dat is te weinig voor de duizenden mensen aan de oever. Maar Jezus neemt de vijf broden en de tweede vissen. Hij kijkt op naar de hemel, Hij zegent de broden en Hij geeft de broden aan de twaalf leerlingen. De leerlingen kunnen deze broden aan de mensen voorzetten. En Jezus verdeelt de vissen onder allen. Er blijven na afloop nog twaalf manden vol met stukken brood over. 

Waarom geef ik deze achtergrondinformatie? Die is belangrijk om de evangelielezing van vanmorgen te begrijpen. Want de leerlingen hebben het wonder van de broden niet begrepen. De apostelen beseffen blijkbaar niet dat Jezus de Zoon van God is. Jezus heeft in de broodvermenigvuldiging toch duidelijk Zijn goddelijke afkomst laten zien. Dat Jezus van enkele broden heel veel broden maakt, dat is een scheppend wonder in de eenheid met Zijn Vader.

De leerlingen aanbidden Jezus nu. Ze belijden nu wel dat Hij werkelijk Gods Zoon is. Maar daar was dus blijkbaar nog een wonder voor nodig. Dat Jezus op het water loopt en Hij de wind stilt. De leerlingen worden ingezet om de Christus verkondigen. Dat is ook bemoedigend voor ons, beste mensen. Niet als vrijbrief om verkeerde dingen goed te praten, maar wel dat God jou en mij wil gebruiken in Zijn dienst. Dat jij in woord en daad mag getuigen over jouw diepste vreugde in je hart. Doe je dat ook? Dat hoop ik van harte. Ik hoop dat wij ons niet schamen voor het evangelie van Christus.

Als we gezond mogen zijn, dan is het na een rustperiode goed om weer aan de slag te gaan. Dat geldt voor de kinderen. Zij gaan straks na de zomervakantie weer naar school. De jongeren gaan na een zomervakantie weer verder met hun studie of werk, ouderen gaan na een vakantie weer naar hun werk. Je kunt het ook breder trekken. Als je na de zondag, je op maandag weer naar school of werk gaat. Rust heeft een mens regelmatig nodig. Natuurlijk krijgen u en ik de opdracht om ons werk, of studie, of sollicitaties, om daarin trouw te zijn. 

Als het aan de apostelen gelegen had, dan hadden ze wel even op de eenzame plaats bij Bethsaïda gebleven. Want Jezus dwong Zijn leerlingen om alvast naar de overkant te varen. Dat is dus naar Bethsaïda. Jezus Zelf zal intussen de menigte mensen wegsturen. Er staat dus “dwong”, van het werkwoord “dwingen”. Het werkterrein van Jezus, dat gaat nu weer naar de steden en de dorpen van Israël. Bij het overvaren naar Bethsaïda gaat het wel om een overkant van een baai. Want de eenzame plaats ligt al vlakbij Bethsaïda.

Jezus gaat de berg op om te bidden. Hij bidt tot God de Vader. Hij bidt om de kracht om Zijn taken uit te voeren. Dat Hij op een eenzame plaats op de berg bidt, daarin zit ook een les voor jou en mij. Er is geen binnenkamer voorhanden. Daarom gaat Jezus naar een vergelijkbare plek. Alleen naar de berg, waar verder niemand is. Door te bidden in je binnenkamer kun je beter geconcentreerd blijven en zo beter jezelf onderzoeken. Wat leeft er in mijn hart? Stel jij deze vraag ook wel eens aan jezelf? Is dat wat ik doe en denk wel tot Gods eer en tot stichting van mijn naaste? Want het is van belang dat dat wel het geval is. Dus dat we leven tot Gods eer en tot stichting van onze medemensen. We hebben dagelijks de kracht van Gods Geest nodig om te leven tot Gods eer. Bid daar regelmatig om, beste mensen. Dan is God ons nabij. Dat belooft Hij. Overigens mag je natuurlijk ook in het openbaar bidden. Zoals wij hier in de kerk onze gebeden opzenden tot God. Jezus heeft Zelf gebeden in aanwezigheid van anderen. Maar toch deed Hij dat ook vaak in afzondering. 

De avond is gevallen. Het schip met de apostelen is midden op de zee. Maar Jezus is alleen op het land. Je leest hierin als het ware een contrast. De apostelen moeten veel moeite doen om het schip vooruit te krijgen. Ze hebben tegenwind. Ze weten er geen raad mee. Terwijl het toch ervaren vissers zijn, althans, een aantal van hen. We lezen het niet, maar ik kan me zo indenken dat de apostelen nu gedacht hebben aan wat we zongen in het lied: “Laat Gij ons nu alleen? Laat Gij ons in de nood? Zendt Gij ons heen?” Begrijpelijk dan dat de apostelen deze vragen stellen. Het zijn ook legitieme vragen, als ze maar worden gesteld vanuit het geloof. De apostelen hebben hier tegenwind. Dat is een voorproefje van wat ze ook later zullen meemaken. Ze kwellen zich om het schip vooruit te krijgen. Ze zullen ook tegenstand ondervinden. Van mensen die niet willen dat de Christus verkondigd wordt. Tegelijkertijd, beste mensen, is het bemoedigend dat Christus voor Zijn gelovigen pleit. Sta je daar wel eens bij stil?

Jezus komt Zijn volgelingen tegemoet. Absoluut. Dat blijkt ook in onze evangelielezing. Jezus zou de wind meteen tot bedaren gebracht kunnen hebben. Of Hij zou een engel naar Zijn apostelen hebben kunnen sturen. Maar dat doet Hij niet. Hij komt hen hoogstpersoonlijk te hulp. Jezus komt op de vierde nachtwake naar Zijn apostelen toe. Mattheüs hanteert hier de Romeinse tijdsindeling. De vierde nachtwake wil zeggen: ’s nachts tussen drie en zes uur. En Jezus loopt op de zee.

Jezus laat Zijn goddelijke kracht zien. Dat zien we in Zijn wandelen op de golven van de zee. Maar ook in andere dingen. We lezen in Markus het zinnetje: “Jezus wilde de leerlingen voorbijgaan”. Klinkt deze zin niet vreemd? Jezus komt toch juist mensen te hulp? Ja, dat doet Hij zeker. Veel mensen hebben geprobeerd het zinnetje uit Markus te begrijpen. Persoonlijk pleit ik het meest voor de uitleg dat Jezus alvast vooruitloopt, om zo Zijn leerlingen te leiden. Dan kunnen de leerlingen Jezus volgen. Jezus riep Zijn twaalf leerlingen tot apostel, en Hij zei tegen hen: “Volg Mij.” En de leerlingen gaven direct positief gehoor aan deze oproep. Jezus laat in het voorbijgaan opnieuw Zijn goddelijke macht zien.

En de Godsopenbaring van Jezus wordt nog groter. Want Hij openbaart Zich met de woorden: “Ik ben het”. Gods Naam is: “Ik ben Die Ik ben”.

Jezus bemoedigt Zijn leerlingen. Hij zegt tegen hen: “Heb goede moed! Ik ben het, wees niet bang.” Als je in moeilijke omstandigheden verkeert, is het altijd fijn om een bemoedigend woord van iemand te krijgen. Als je ziek op bed ligt, dan is het bemoedigend als de ander je sterkte toewenst. Nog bemoedigender is het als iemand dan voor je bidt. Ander voorbeeld. Je gaat examen doen. Bijvoorbeeld als je examen gaat doen op de middelbare school, dan is het bemoedigend als vrienden tegen je zeggen: “Houd vol! Doe je best!” Maar bepaalde dingen in de wereld kunnen je ontmoedigen. Ontmoedigen is het tegenovergestelde van bemoedigen. De ontkerkelijking in Nederland geeft ons zorgen. Maar er is een lichtpuntje, dat is dat in Nederland generatie Z vaker een kerkdienst bijwoont dan de generatie boven hen. Maar daarmee stopt onze verantwoordelijkheid natuurlijk niet. Moedig zulke jonge mensen zoveel mogelijk aan om in God te blijven geloven en Gods Woord te blijven horen!

 “Heb goede moed”: eerder zei Jezus dit al tegen een verlamde man. Jezus zag het geloof van degenen die de verlamde man naar Hem brachten. Jezus zei ook tegen een bloedvloeiende vrouw: “Heb goede moed.” Jezus zag het geloof van die vrouw. Haar geloof heeft haar behouden. Jezus zegt tegen Zijn leerlingen: “Heb goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen.” De woorden van Jezus: “Heb goede moed”, ze zijn zo troostrijk. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: “Wees niet bang”. Bang, ja dat waren de leerlingen. Jezus loopt op de zee. Hij komt dichtbij het schip van de leerlingen. De leerlingen worden hierdoor bang. Ze hebben die avond en nacht dan 5 km geroeid.

Jezus spreekt bemoedigende woorden. De leerlingen dachten dat ze een spook op het water zagen lopen. De leerlingen denken dat een boze geest de harde wind heeft veroorzaakt. In het Grieks lezen we hier φάντασμα voor spook. Daarin herkennen wij het woord “fantasie”. De leerlingen herkennen hun Meester dus helemaal niet. Juist daarom raken ze in paniek. 

Maar Jezus zegt tegen de leerlingen: “Ik ben het”. In het Grieks staat er ἐγώ εἰμι. Dus het “Ik” “ego”, met nadruk. Het woord “ego” kennen we wel. Vaak gebruiken we dat in negatieve zin. Denk aan het woord “egoïsme”. We noemen iemand een egoïst als diegene alleen maar aan zichzelf denkt en geen rekening houdt met de ander. Vaak korten we het woord egoïst af naar “ego”. Maar een egoïst, dat is Jezus zeker niet. Hij is de weg gegaan naar het kruis. Daarom is er verlossing voor iedereen die in Hem gelooft.

Petrus vraagt aan Jezus: “Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar U toe te komen.” Jezus zegt tegen Petrus: “Kom”. “Kom maar naar Mij toe”. En Petrus geeft daar gehoor aan. Maar Petrus ziet op de sterke wind. Dan begint hij te zinken, hij roept: “Heere, red mij!” Jezus steekt direct Zijn hand uit. Hij grijpt Petrus vast en Hij zegt tegen hem: “Kleingelovige, waarom heb jij getwijfeld?” Petrus had immers zelf bevel van zijn Meester gekregen om te komen. Hier wordt Petrus er wel even uitgelicht. Maar feitelijk zegt Jezus het tegen al Zijn leerlingen. De leerlingen begrijpen nog steeds niet dat Jezus speciale macht gekregen heeft. Ze hebben door hun aardse zorgen een kleine verwachting van Jezus. 

Jezus is de Christus, de Verlosser. Hij is Gods Zoon. Jezus is de “Ik ben”. Hij staat dus gelijk aan God Zelf. Er zijn in de wereld aanwijzingen dat God bestaat. En dan bedoel ik nu even buiten de Bijbel om. Ik denk aan de natuur. Bijvoorbeeld uit het feit dat het elke dag licht wordt. 

De absolute Bron van waaruit we Jezus leren kennen, dat is de Bijbel. Je leert Jezus niet direct uit de natuur kennen. Er is niemand net als Jezus. Geen enkel ander mens is ook Gods eniggeboren Zoon. In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus dé Zoon van God is. God heeft de wereld door Zijn Zoon geschapen. Jezus Christus is één met de Vader en met de Heilige Geest. En daarom openbaart Jezus Zijn goddelijke kracht.

Eerder werden de leerlingen ook al getroffen door een storm. Ze waren toen in een boot. Toen was Jezus er van begin af aan bij. Toen had Hij ook lange tijd onderwijs gegeven aan een grote groep mensen. Jezus vaart vervolgens met Zijn leerlingen naar de overkant. Dan ligt Jezus in het achterschip te slapen. De leerlingen maken Jezus wakker. Jezus bestraft de wind. Hij brengt de zee tot bedaren. De leerlingen zijn bang. Ze zeggen tegen elkaar: “Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en de zee aan Hem gehoorzaam zijn?” In de geschiedenis die vandaag centraal staat, geven de leerlingen het antwoord op deze vraag. Jezus stapt in de boot. De wind gaat liggen. Het zou best eens kunnen zijn dat het niet de bedoeling van Jezus geweest om in de boot te stappen. Als de leerlingen een groot geloof gehad zouden hebben, dan zouden ze het wonder van de broden direct hebben begrepen. Maar dat hadden ze niet.

Jezus en Zijn leerlingen zijn overgevaren. Ze zijn aangekomen in Gennesaret. Gennesaret ligt aan de noordwestelijke oever van het Meer van Galilea. Door de harde wind zijn ze blijkbaar iets zuidwestelijker aangekomen dan Bethsaïda. Er zijn direct weer mensen die Jezus herkennen. Ze sturen bericht rond in heel de omgeving dat Jezus bij hen is. Met als gevolg dat alle zieke mensen tot Hem gebracht worden. Jezus geneest alle zieke mensen die tot Hem worden gebracht. Zelfs als de mensen alleen al een stukje van Jezus’ kleed aanraken, dan worden ze al gezond. Jezus toont Zijn liefde, ook in Zijn genezingswonderen. En dat God in Christus liefde is, dat houden we vast. Daar vertrouwen we op. Want dan gaan we als gezegende mensen door het leven, op weg naar de volmaakte wereld. Welke storm er ook in je persoonlijke leven is: in een leven met de Heiland komen we eeuwig Thuis. Ieder mens ervaart hier op aarde moeilijke dingen. Leg deze zaken aan God voor. Hij zorgt voor jou. Ook al gaat het dan nog niet altijd zoals je had gehoopt, toch: God weet altijd wat het beste is voor Zijn kinderen. 

Jezus is altijd bij Zijn gelovigen. Daarmee bemoedigt Hij u, jou en mij. Dat blijkt uit meerdere dingen. Hij heeft onze zonden gedragen. Hij nam onze schuld op zich. Wat je ook gedaan hebt, het bloed van Jezus reinigt je van al je verkeerde dingen. Jezus werkt ook door de gemeenschap heen. Van iemand een bemoedigend woord krijgen, of iemand die jou een luisterend oor biedt. Ook die dingen gebruikt Jezus om jou te helpen. Maar dat is niet het belangrijkste wat Hij ons geeft. Het belangrijkste dat Jezus ons geeft, is de eeuwige redding door Zijn bloed. Want de liefde van Jezus is onvoorwaardelijk. Je hoeft Gods liefde niet te verdienen door geheel perfect te presteren. Dat kan niet eens. Want Gods liefde is een geschenk aan jou en mij. Want helemaal perfect presteren, dat zal ons op deze aardbodem nooit lukken. Als het van onze eigen prestaties zou moeten afhangen, dan zou je nooit gered kunnen worden. Maar God heeft ons het liefste wat Hij gehad, gegeven. Hij heeft Zijn Zoon gegeven tot ons behoud. Iedereen die in Gods Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Met deze boodschap mogen wij de wereld ingaan.

Amen.