zondag 9 augustus 2026

Jezus bemoedigt mensen

Preek over Mattheüs 14:27
Machiel Lock

Gemeente van onze Heere Jezus Christus, 

De kerntekst voor deze verkondiging is Mattheüs 14:27. 

Het thema van de preek is: “Jezus bemoedigt mensen”

Wat betekent het werkwoord “bemoedigen”? Probeer daar deze week eens verder over na te denken. Ik geef tijdens de preek wel indirect antwoord op deze vraag. Althans, dat probeer ik. En jij mag deze vraag straks na de dienst beantwoorden. Beste mensen, misschien ga jij regelmatig naar het strand. Met warm en zonnig weer, zoals nu, juist dan gaan veel mensen naar het strand. Want vooral dan is het lekker om te zwemmen. Maar als je gaat zwemmen, zorg er als het maar even kan dan wel voor dat iemand op de wal jou in de gaten houdt. Het CBS berekende dat laatst jaarlijks in Nederland gemiddeld 123 mensen verdronken. Aangrijpend. Meer publieke drijfmiddelen kunnen helpen om het aantal verdrinkingsslachtsoffers naar beneden te krijgen. Vanmorgen gaan we in gedachten naar de zee. We zijn in gedachten bij de leerlingen van Jezus. Zij zijn op zee. De leerlingen zijn aan het varen op de zee. Maar dat verloopt niet soepel. Er waait een harde wind.

Ik denk dat we allemaal wel meerdere stormen meegemaakt hebben. Bij windkracht 9 en hoger, dan is er volgens het KNMI sprake van een storm. Meestal is het rustig weer in ons land. Maar er zijn momenten dat het hier stormt.

Vanmorgen ontmoeten we Jezus en Zijn twaalf leerlingen, althans we ontmoeten hen vanuit het evangelie. Jezus en Zijn leerlingen bevinden zich in stormachtige omstandigheden. Deze leerlingen hebben van hun Meester de opdracht gekregen om in het schip te gaan. Zij moeten vooruit roeien naar de overkant, naar Bethsaïda. Deze leerlingen zijn de twaalf apostelen van Jezus. Zij zijn aangesteld om mede-oprichters te zijn van de kerk. Eerder lezen we dat Jezus hen twee aan twee uitzendt. De leerlingen moesten hun Meester vertegenwoordigen. Jezus had hun macht gegeven over de boze geesten. En zo gingen de leerlingen op weg. Ze hebben gepreekt. Ze moesten tegen de mensen zeggen dat Gods Koninkrijk dichtbij gekomen is. Want in Christus is Gods Koninkrijk onder de mensen gekomen. Zonder Christus zou er geen kerk zijn. De apostelen hebben veel demonen uitgedreven. Ze hebben veel zieke mensen gezond gemaakt. 

Maar nu zijn de apostelen weer teruggekomen bij hun Meester. Ze hebben Hem alles verteld wat ze gedaan en onderwezen hebben. Het was heel druk geweest. De apostelen zijn druk bezig geweest met preken en genezen. Ze hebben daardoor geen tijd gehad om te eten. Jezus begrijpt dit. Daarom gaat Hij met de apostelen naar een eenzame plaats. Daar kunnen ze even wat uitrusten. Dat is herkenbaar. Ook in een vakantietijd als nu is het voor veel mensen fijn om even een rustperiode te hebben. De apostelen hebben nu ook zo’n rustpauze nodig. Daarom is een eenzame plaats geschikt voor hen. De evangelist Lukas lokaliseert deze plaats vlakbij Bethsaïda. Bethsaïda is een plaats die gelegen is aan het Meer van Galilea, aan de noordoostelijke oever van het meer. Even in het bijzonder voor de mensen die eens naar Israël hopen te gaan: tegenwoordig zijn er van de stad Bethsaïda alleen nog wat ruïnes over. 

Jezus en Zijn leerlingen gaan dus weg. Maar dat blijft niet onopgemerkt bij veel mensen. Veel mensen zoeken Hem op. Jezus ziet vervolgens een grote hongerige menigte aan de oever. Er gebeurt dan iets heel wonderlijks. De leerlingen hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen. Dat is te weinig voor de duizenden mensen aan de oever. Maar Jezus neemt de vijf broden en de tweede vissen. Hij kijkt op naar de hemel, Hij zegent de broden en Hij geeft de broden aan de twaalf leerlingen. De leerlingen kunnen deze broden aan de mensen voorzetten. En Jezus verdeelt de vissen onder allen. Er blijven na afloop nog twaalf manden vol met stukken brood over. 

Waarom geef ik deze achtergrondinformatie? Die is belangrijk om de evangelielezing van vanmorgen te begrijpen. Want de leerlingen hebben het wonder van de broden niet begrepen. De apostelen beseffen blijkbaar niet dat Jezus de Zoon van God is. Jezus heeft in de broodvermenigvuldiging toch duidelijk Zijn goddelijke afkomst laten zien. Dat Jezus van enkele broden heel veel broden maakt, dat is een scheppend wonder in de eenheid met Zijn Vader.

De leerlingen aanbidden Jezus nu. Ze belijden nu wel dat Hij werkelijk Gods Zoon is. Maar daar was dus blijkbaar nog een wonder voor nodig. Dat Jezus op het water loopt en Hij de wind stilt. De leerlingen worden ingezet om de Christus verkondigen. Dat is ook bemoedigend voor ons, beste mensen. Niet als vrijbrief om verkeerde dingen goed te praten, maar wel dat God jou en mij wil gebruiken in Zijn dienst. Dat jij in woord en daad mag getuigen over jouw diepste vreugde in je hart. Doe je dat ook? Dat hoop ik van harte. Ik hoop dat wij ons niet schamen voor het evangelie van Christus.

Als we gezond mogen zijn, dan is het na een rustperiode goed om weer aan de slag te gaan. Dat geldt voor de kinderen. Zij gaan straks na de zomervakantie weer naar school. De jongeren gaan na een zomervakantie weer verder met hun studie of werk, ouderen gaan na een vakantie weer naar hun werk. Je kunt het ook breder trekken. Als je na de zondag, je op maandag weer naar school of werk gaat. Rust heeft een mens regelmatig nodig. Natuurlijk krijgen u en ik de opdracht om ons werk, of studie, of sollicitaties, om daarin trouw te zijn. 

Als het aan de apostelen gelegen had, dan hadden ze wel even op de eenzame plaats bij Bethsaïda gebleven. Want Jezus dwong Zijn leerlingen om alvast naar de overkant te varen. Dat is dus naar Bethsaïda. Jezus Zelf zal intussen de menigte mensen wegsturen. Er staat dus “dwong”, van het werkwoord “dwingen”. Het werkterrein van Jezus, dat gaat nu weer naar de steden en de dorpen van Israël. Bij het overvaren naar Bethsaïda gaat het wel om een overkant van een baai. Want de eenzame plaats ligt al vlakbij Bethsaïda.

Jezus gaat de berg op om te bidden. Hij bidt tot God de Vader. Hij bidt om de kracht om Zijn taken uit te voeren. Dat Hij op een eenzame plaats op de berg bidt, daarin zit ook een les voor jou en mij. Er is geen binnenkamer voorhanden. Daarom gaat Jezus naar een vergelijkbare plek. Alleen naar de berg, waar verder niemand is. Door te bidden in je binnenkamer kun je beter geconcentreerd blijven en zo beter jezelf onderzoeken. Wat leeft er in mijn hart? Stel jij deze vraag ook wel eens aan jezelf? Is dat wat ik doe en denk wel tot Gods eer en tot stichting van mijn naaste? Want het is van belang dat dat wel het geval is. Dus dat we leven tot Gods eer en tot stichting van onze medemensen. We hebben dagelijks de kracht van Gods Geest nodig om te leven tot Gods eer. Bid daar regelmatig om, beste mensen. Dan is God ons nabij. Dat belooft Hij. Overigens mag je natuurlijk ook in het openbaar bidden. Zoals wij hier in de kerk onze gebeden opzenden tot God. Jezus heeft Zelf gebeden in aanwezigheid van anderen. Maar toch deed Hij dat ook vaak in afzondering. 

De avond is gevallen. Het schip met de apostelen is midden op de zee. Maar Jezus is alleen op het land. Je leest hierin als het ware een contrast. De apostelen moeten veel moeite doen om het schip vooruit te krijgen. Ze hebben tegenwind. Ze weten er geen raad mee. Terwijl het toch ervaren vissers zijn, althans, een aantal van hen. We lezen het niet, maar ik kan me zo indenken dat de apostelen nu gedacht hebben aan wat we zongen in het lied: “Laat Gij ons nu alleen? Laat Gij ons in de nood? Zendt Gij ons heen?” Begrijpelijk dan dat de apostelen deze vragen stellen. Het zijn ook legitieme vragen, als ze maar worden gesteld vanuit het geloof. De apostelen hebben hier tegenwind. Dat is een voorproefje van wat ze ook later zullen meemaken. Ze kwellen zich om het schip vooruit te krijgen. Ze zullen ook tegenstand ondervinden. Van mensen die niet willen dat de Christus verkondigd wordt. Tegelijkertijd, beste mensen, is het bemoedigend dat Christus voor Zijn gelovigen pleit. Sta je daar wel eens bij stil?

Jezus komt Zijn volgelingen tegemoet. Absoluut. Dat blijkt ook in onze evangelielezing. Jezus zou de wind meteen tot bedaren gebracht kunnen hebben. Of Hij zou een engel naar Zijn apostelen hebben kunnen sturen. Maar dat doet Hij niet. Hij komt hen hoogstpersoonlijk te hulp. Jezus komt op de vierde nachtwake naar Zijn apostelen toe. Mattheüs hanteert hier de Romeinse tijdsindeling. De vierde nachtwake wil zeggen: ’s nachts tussen drie en zes uur. En Jezus loopt op de zee.

Jezus laat Zijn goddelijke kracht zien. Dat zien we in Zijn wandelen op de golven van de zee. Maar ook in andere dingen. We lezen in Markus het zinnetje: “Jezus wilde de leerlingen voorbijgaan”. Klinkt deze zin niet vreemd? Jezus komt toch juist mensen te hulp? Ja, dat doet Hij zeker. Veel mensen hebben geprobeerd het zinnetje uit Markus te begrijpen. Persoonlijk pleit ik het meest voor de uitleg dat Jezus alvast vooruitloopt, om zo Zijn leerlingen te leiden. Dan kunnen de leerlingen Jezus volgen. Jezus riep Zijn twaalf leerlingen tot apostel, en Hij zei tegen hen: “Volg Mij.” En de leerlingen gaven direct positief gehoor aan deze oproep. Jezus laat in het voorbijgaan opnieuw Zijn goddelijke macht zien.

En de Godsopenbaring van Jezus wordt nog groter. Want Hij openbaart Zich met de woorden: “Ik ben het”. Gods Naam is: “Ik ben Die Ik ben”.

Jezus bemoedigt Zijn leerlingen. Hij zegt tegen hen: “Heb goede moed! Ik ben het, wees niet bang.” Als je in moeilijke omstandigheden verkeert, is het altijd fijn om een bemoedigend woord van iemand te krijgen. Als je ziek op bed ligt, dan is het bemoedigend als de ander je sterkte toewenst. Nog bemoedigender is het als iemand dan voor je bidt. Ander voorbeeld. Je gaat examen doen. Bijvoorbeeld als je examen gaat doen op de middelbare school, dan is het bemoedigend als vrienden tegen je zeggen: “Houd vol! Doe je best!” Maar bepaalde dingen in de wereld kunnen je ontmoedigen. Ontmoedigen is het tegenovergestelde van bemoedigen. De ontkerkelijking in Nederland geeft ons zorgen. Maar er is een lichtpuntje, dat is dat in Nederland generatie Z vaker een kerkdienst bijwoont dan de generatie boven hen. Maar daarmee stopt onze verantwoordelijkheid natuurlijk niet. Moedig zulke jonge mensen zoveel mogelijk aan om in God te blijven geloven en Gods Woord te blijven horen!

 “Heb goede moed”: eerder zei Jezus dit al tegen een verlamde man. Jezus zag het geloof van degenen die de verlamde man naar Hem brachten. Jezus zei ook tegen een bloedvloeiende vrouw: “Heb goede moed.” Jezus zag het geloof van die vrouw. Haar geloof heeft haar behouden. Jezus zegt tegen Zijn leerlingen: “Heb goede moed, want Ik heb de wereld overwonnen.” De woorden van Jezus: “Heb goede moed”, ze zijn zo troostrijk. Jezus zegt ook tegen Zijn leerlingen: “Wees niet bang”. Bang, ja dat waren de leerlingen. Jezus loopt op de zee. Hij komt dichtbij het schip van de leerlingen. De leerlingen worden hierdoor bang. Ze hebben die avond en nacht dan 5 km geroeid.

Jezus spreekt bemoedigende woorden. De leerlingen dachten dat ze een spook op het water zagen lopen. De leerlingen denken dat een boze geest de harde wind heeft veroorzaakt. In het Grieks lezen we hier φάντασμα voor spook. Daarin herkennen wij het woord “fantasie”. De leerlingen herkennen hun Meester dus helemaal niet. Juist daarom raken ze in paniek. 

Maar Jezus zegt tegen de leerlingen: “Ik ben het”. In het Grieks staat er ἐγώ εἰμι. Dus het “Ik” “ego”, met nadruk. Het woord “ego” kennen we wel. Vaak gebruiken we dat in negatieve zin. Denk aan het woord “egoïsme”. We noemen iemand een egoïst als diegene alleen maar aan zichzelf denkt en geen rekening houdt met de ander. Vaak korten we het woord egoïst af naar “ego”. Maar een egoïst, dat is Jezus zeker niet. Hij is de weg gegaan naar het kruis. Daarom is er verlossing voor iedereen die in Hem gelooft.

Petrus vraagt aan Jezus: “Heere, als U het bent, geef mij dan bevel over het water naar U toe te komen.” Jezus zegt tegen Petrus: “Kom”. “Kom maar naar Mij toe”. En Petrus geeft daar gehoor aan. Maar Petrus ziet op de sterke wind. Dan begint hij te zinken, hij roept: “Heere, red mij!” Jezus steekt direct Zijn hand uit. Hij grijpt Petrus vast en Hij zegt tegen hem: “Kleingelovige, waarom heb jij getwijfeld?” Petrus had immers zelf bevel van zijn Meester gekregen om te komen. Hier wordt Petrus er wel even uitgelicht. Maar feitelijk zegt Jezus het tegen al Zijn leerlingen. De leerlingen begrijpen nog steeds niet dat Jezus speciale macht gekregen heeft. Ze hebben door hun aardse zorgen een kleine verwachting van Jezus. 

Jezus is de Christus, de Verlosser. Hij is Gods Zoon. Jezus is de “Ik ben”. Hij staat dus gelijk aan God Zelf. Er zijn in de wereld aanwijzingen dat God bestaat. En dan bedoel ik nu even buiten de Bijbel om. Ik denk aan de natuur. Bijvoorbeeld uit het feit dat het elke dag licht wordt. 

De absolute Bron van waaruit we Jezus leren kennen, dat is de Bijbel. Je leert Jezus niet direct uit de natuur kennen. Er is niemand net als Jezus. Geen enkel ander mens is ook Gods eniggeboren Zoon. In het Nieuwe Testament lezen we dat Jezus dé Zoon van God is. God heeft de wereld door Zijn Zoon geschapen. Jezus Christus is één met de Vader en met de Heilige Geest. En daarom openbaart Jezus Zijn goddelijke kracht.

Eerder werden de leerlingen ook al getroffen door een storm. Ze waren toen in een boot. Toen was Jezus er van begin af aan bij. Toen had Hij ook lange tijd onderwijs gegeven aan een grote groep mensen. Jezus vaart vervolgens met Zijn leerlingen naar de overkant. Dan ligt Jezus in het achterschip te slapen. De leerlingen maken Jezus wakker. Jezus bestraft de wind. Hij brengt de zee tot bedaren. De leerlingen zijn bang. Ze zeggen tegen elkaar: “Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en de zee aan Hem gehoorzaam zijn?” In de geschiedenis die vandaag centraal staat, geven de leerlingen het antwoord op deze vraag. Jezus stapt in de boot. De wind gaat liggen. Het zou best eens kunnen zijn dat het niet de bedoeling van Jezus geweest om in de boot te stappen. Als de leerlingen een groot geloof gehad zouden hebben, dan zouden ze het wonder van de broden direct hebben begrepen. Maar dat hadden ze niet.

Jezus en Zijn leerlingen zijn overgevaren. Ze zijn aangekomen in Gennesaret. Gennesaret ligt aan de noordwestelijke oever van het Meer van Galilea. Door de harde wind zijn ze blijkbaar iets zuidwestelijker aangekomen dan Bethsaïda. Er zijn direct weer mensen die Jezus herkennen. Ze sturen bericht rond in heel de omgeving dat Jezus bij hen is. Met als gevolg dat alle zieke mensen tot Hem gebracht worden. Jezus geneest alle zieke mensen die tot Hem worden gebracht. Zelfs als de mensen alleen al een stukje van Jezus’ kleed aanraken, dan worden ze al gezond. Jezus toont Zijn liefde, ook in Zijn genezingswonderen. En dat God in Christus liefde is, dat houden we vast. Daar vertrouwen we op. Want dan gaan we als gezegende mensen door het leven, op weg naar de volmaakte wereld. Welke storm er ook in je persoonlijke leven is: in een leven met de Heiland komen we eeuwig Thuis. Ieder mens ervaart hier op aarde moeilijke dingen. Leg deze zaken aan God voor. Hij zorgt voor jou. Ook al gaat het dan nog niet altijd zoals je had gehoopt, toch: God weet altijd wat het beste is voor Zijn kinderen. 

Jezus is altijd bij Zijn gelovigen. Daarmee bemoedigt Hij u, jou en mij. Dat blijkt uit meerdere dingen. Hij heeft onze zonden gedragen. Hij nam onze schuld op zich. Wat je ook gedaan hebt, het bloed van Jezus reinigt je van al je verkeerde dingen. Jezus werkt ook door de gemeenschap heen. Van iemand een bemoedigend woord krijgen, of iemand die jou een luisterend oor biedt. Ook die dingen gebruikt Jezus om jou te helpen. Maar dat is niet het belangrijkste wat Hij ons geeft. Het belangrijkste dat Jezus ons geeft, is de eeuwige redding door Zijn bloed. Want de liefde van Jezus is onvoorwaardelijk. Je hoeft Gods liefde niet te verdienen door geheel perfect te presteren. Dat kan niet eens. Want Gods liefde is een geschenk aan jou en mij. Want helemaal perfect presteren, dat zal ons op deze aardbodem nooit lukken. Als het van onze eigen prestaties zou moeten afhangen, dan zou je nooit gered kunnen worden. Maar God heeft ons het liefste wat Hij gehad, gegeven. Hij heeft Zijn Zoon gegeven tot ons behoud. Iedereen die in Gods Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Met deze boodschap mogen wij de wereld ingaan.

Amen.