zondag 28 mei 2023

Pinksteren 2023

Broeders en zusters, vandaag en morgen is het Pinksteren 2023. Bij dezen wil ik u en jou graag iets schrijven over Pinksteren. God bestaat uit drie Personen: de Vader, de Zoon (Jezus) en de Heilige Geest. Pinksteren is bij uitstek het feest van de Heilige Geest. Maar wat moet je je daar nou bij voorstellen? En is er überhaupt wel reden om te feesten? Ja, dat is er zeker. Want de Geest van God is uitgestort over de twaalf apostelen cq. discipelen van Jezus Christus. Dat gebeurde bijna 2000 jaar geleden. De Heilige Geest is dus uitgestort over de medegrondleggers van de christelijke kerk. En hiermee is de christelijke kerk ontstaan. En daarom mogen ook wij horen over het evangelie van Jezus Christus. Maar wat hebben wij verder aan de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag? Is die uitstorting wel krachtig genoeg gebleken? Want er zijn nog steeds oorlogen in de wereld. Dat is aangrijpend. Maar degenen die de Naam van de Heere aanroepen, die zijn sowieso vredestichters. De liefde is de vervulling van de wet. Degenen die de Naam van de Heere aanroepen, zijn degenen die ernaar streven om te leven in liefde tot God en tot de medemens. Degene die de Naam van de Heere aanroept, die heeft liefde tot God en tot de medemens. Dat kan niet anders. Hoewel het hier op aarde nooit volmaakt zal zijn. Maar de Heilige Geest wil ons wel helpen om God en onze medemensen te beminnen. Bid daar elke dag om, broeders en zusters. Bid elke dag om de hulp van de Heilige Geest in uw/jouw leven om God lief te hebben boven alles en om uw/jouw naaste lief te hebben als uzelf/jouzelf. Dan komt de Heilige Geest u/jou zeker te hulp.

Jezus is de Verlosser. Jezus is de Zoon van God. Hij had Zijn discipelen beloofd dat zij in Jeruzalem gedoopt zullen worden met de Heilige Geest. En tijdens het Pinksterfeest komt deze “heilige bezieling” daadwerkelijk over de twaalf discipelen van Jezus. De Heilige Geest maakt deze discipelen tot getuigen van Christus. Deze discipelen beginnen in Jeruzalem te getuigen over Christus. De twaalf discipelen van Jezus richten als eerste hun getuigenis tot de Joden die in Jeruzalem wonen.
Het woord “Pinksteren” is afgeleid van het Griekse woord “Pentecoste”. “Pentecoste” betekent “de vijftigste”. Pinksteren was al een feest in het tijdperk van het Oude Testament. In Handelingen 2:1 lezen we over de 50e dag. Met de 50e dag wordt de 50e dag na Pascha bedoeld. Pascha was het feest waarop Israël herdacht dat ze bevrijd werd uit de slavernij in Egypte. Pinksteren is het feest waarop de eerstelingen van de oogst aan God werden geofferd. Pinksteren werd toen ook wel het Wekenfeest genoemd. De Bijbelschrijver Paulus noemt de Heilige Geest de eerstelingsgave van God. Je zou daarnaast ook kunnen zeggen dat de Heilige Geest de Uitdeler van de eerstelingsgaven is. Misschien moeten we in Handelingen 2 hetzelfde verband zien: op de dag van de eerstelingen deelt de Heilige Geest Zijn eerste gaven uit. De Heilige Geest deelt Zijn eerste gaven uit aan de apostelen van Jezus. Als de 50 dagen na Pasen – dus 50 dagen na de opstanding van Jezus uit de dood – vervuld zijn, dan is geestelijk gezien het graan rijp voor de oogst. De wind van de Geest “vervult” daarom de twaalf discipelen van Jezus en alle anderen die met hen in het huis aanwezig zijn. De discipelen van Jezus kunnen nu oogsten van datgene wat de Geest uitdeelt.
Toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind in het huis bijeen. Wie zijn deze “allen”? “Allen”, dat zijn de 120 personen die eerder in het Bijbelboek Handelingen genoemd worden, in 1:15. Deze 120 personen vertegenwoordigen de 12 geslachten van het volk Israël. Op deze 120 personen daalt de Heilige Geest neer. In de 120 personen zijn sowieso de 12 apostelen van Jezus inbegrepen.
In Handelingen 2 gaat de komst van de Heilige Geest gepaard met verschijnselen die met het menselijke blote oog te zien zijn. Zodra de Heilige Geest in Jeruzalem op en bij de apostelen verschijnt, dan horen de mensen in Jeruzalem iets en ze zien ook iets. Gods Geest vervult het gehele huis met Zijn geluid. En dat Gods Geest dat doet, is ook te zien op de lichamen van de 120 personen.
Toch zegt Lukas niet dat de Heilige Geest Zelf wind en vlammen is. Maar de Heilige Geest laat Zich tijdens het Pinksterfeest wel zichtbaar zien. De Heilige Geest is God. Het geluid dat bij de 120 personen in huis gehoord wordt, is “uit de hemel”. Dat wil zeggen: dit geluid komt bij God vandaan. Er wordt bij de 120 personen een geluid “als” van een hevige wind gehoord. Je moet dus niet denken dat het ineens ging waaien. Je kunt dit geluid alleen maar vergelijken met de wind. Toch vervult dat geluid het gehele huis waarin de 12 discipelen van Jezus en de andere mensen aanwezig zijn.
En verder: het is geen echt vuur dat zich laat zien op de 120 mensen die in het huis bijeen zijn, maar tongen “als” van vuur. Er verspreiden zich soort van vuurvlammen over de 120 mensen in het huis. Het woord “tongen” verwijst naar het talenwonder dat straks zal plaatsvinden. Er worden aan de 120 personen in het huis tongen als van vuur gezien. Het gaat dus om iets wat lijkt op een vuur. Dat soort van vuur verdeelt zich over alle mensen die in het huis aanwezig zijn.
De 120 aanwezigen in het huis in Jeruzalem worden allen vervuld met de Heilige Geest. En ze beginnen te spreken in andere talen. Die talen geeft de Heilige Geest hen in om te spreken. Het gaat hierbij om verstaanbare talen. In Jeruzalem wonen Joden. Zij verbazen zich over het feit dat zij Gods lof in hun eigen taal horen uitspreken. Dit terwijl de sprekenden alleen Galileeërs zijn. De sprekenden zijn dus afkomstig uit het noordelijke gedeelte van Israël.
De discipelen van Jezus getuigen over Jezus en ze doen dat aan de Joden die in Jeruzalem wonen. Dus niet aan de pelgrims die enkel voor het oogstfeest in Jeruzalem verblijven. Dat blijkt uit het vervolg. Straks zal Petrus de inwoners van Jeruzalem aanspreken op hun daad dat zij Jezus hebben laten kruisigen.
Het geluid bij de 120 mensen in huis trekt de aandacht van de Joden die in Jeruzalem wonen. Er stroomt daarop een menigte van Joden samen bij het huis waarin de 120 mensen zijn. En deze toehoorders, Joden in Jeruzalem, zij horen duidelijk hun eigen moedertaal. Er gebeurt iets bovennatuurlijks. Dat verwart het denken van deze toehoorders. Ze raken zelfs even de greep op henzelf kwijt. Ze begrijpen niet wat er nu gebeurt. De 12 apostelen van Jezus zijn toch echt Galileeërs. De apostelen zijn dus afkomstig uit het noordelijke gedeelte van Israël. Maar nu spreken de apostelen opeens alle talen van de wereld. Het bestaat simpelweg niet dat ze die talen op de gewone manier hebben aangeleerd.
De Joden in Jeruzalem noemen verschillende volken van waaruit een groot deel van hen afkomstig is. Het gaat dan om de Joden die later buiten Israël gingen wonen en zich daarna opnieuw in Israël, met de hoofdstad Jeruzalem, hebben gevestigd. En het gaat ook om de Joden die in een later stadium de joodse godsdienst hebben aangenomen, de zogenoemde "proselieten". Naast hen zijn er natuurlijk nog de Joden die al hun gehele leven in Israël wonen, maar die zullen waarschijnlijk nooit een andere taal dan Grieks en Latijn hebben gesproken.
In het Romeinse Rijk, waar Israël onder viel, werd toentertijd als hoofdtalen Grieks en Latijn gesproken. Maar de Joden die (eerst) buiten Israël hebben gewoond, bleven daarnaast hun eigen moedertalen spreken. De discipelen van Jezus spreken in al die talen over de grote daden van God. Het is het zogenoemde “talenwonder”. Het gaat om tientallen, misschien wel honderden, talen, waarin de apostelen gaan spreken. Bij de grote daden van God moeten we denken aan wat God heeft gedaan in Zijn Zoon Jezus Christus. Helaas sluit een deel van de Joden in Jeruzalem zich af voor het talenwonder. Zij gaan voorbij aan het feit dat de 120 personen herkenbare talen spreken. Zij doen dit hele gebeuren af als dronkenmansgelal.
Petrus, één van de 12 apostelen van Christus, wijst de beschuldiging dat de 120 mensen dronken zouden zijn, af. Het argument van Petrus is heel simpel: het is nu nog maar 9.00 uur in de ochtend. Dan kun je nog niet zoveel gedronken hebben dat je dan al lallend over straat gaat. Petrus geeft aan dat in de gebeurtenissen van deze dag een profetenwoord wordt vervuld. Wat nu gebeurt, is door middel van de profeet Joël aangekondigd.
Petrus spreekt over het einde van de tijden. Maar hierbij denkt hij niet alleen aan de toekomst. Petrus geeft aan dat de nog openstaande belofte uit de profeet Joël (grotendeels) nu vervuld wordt in deze tijd. Wat in Joël 3 staat, dat gaat dus nu tijdens Pinksteren in vervulling. Aan het einde van de tijden zal God Zijn Geest over Zijn dienaren en dienaressen uitgieten. Je mag bij dit uitgieten bijvoorbeeld denken aan de preek waarmee Petrus op dit moment zelf bezig is.
“Wonderen”, dat zijn gebeurtenissen die de “gewone” gang van de dingen doorbreken. Er zullen aan het einde van de tijden wonderen plaatsvinden. Welke wonderen Petrus bedoelt, dat zijn tekenen op aarde als aardbevingen, hongersnoden, epidemieën, conflicten en vervolgingen. Deze tekenen zullen tijdens de gehele periode van het einde van de tijden plaatsvinden. Dus vanaf de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren tot aan de terugkomst van Jezus op de wolken van de hemel. Er zullen ook grote tekenen aan de hemel plaatsvinden. Immers, eens zal Jezus als de Mensenzoon terugkomen op de wolken van de hemel. Deze terugkeer zal voorafgegaan worden door tekenen in zon en maan. De zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Waarschijnlijk neemt de evangelist Lukas aan dat deze wonderen in de hemel tijdens de gehele periode van de laatste dagen zullen plaatsvinden. En dat vlak voordat de Mensenzoon op de wolken van de hemel terugkomt, deze tekenen nog heviger zullen zijn. De “grote stalende dag van de Heere” uit het profetenboek Joël wordt door Petrus gelijkgesteld met dag waarop Jezus in heerlijkheid terugkomt.
Dat Petrus een gedeelte uit het profetenboek Joël aanhaalt, dat heeft meer dan één doel. Dat de 120 personen in verschillende talen spreken, daarmee is een oudtestamentische belofte in vervulling gegaan. Petrus voegt de woorden “in de laatste dagen” toe aan de profetie uit Joël. Met de uitstorting van de Heilige Geest wordt de laatste fase van de heilsgeschiedenis ingeluid. Vanaf nu is wat de heilsgeschiedenis betreft alles gericht op de terugkomst van Jezus op de wolken van de hemel. Die terugkomst moet nog plaatsvinden. En dit gegeven luidt ook meteen de oproep van Petrus in. Petrus zegt: “Allen die de Naam van de Heere aanroepen, zullen worden gered.” Dus Petrus zegt in feite: “Roep de Naam van de Heere aan, dan ben je gered.” In het Bijbelboek Joël wordt met de “HEERE” de God van Israël bedoeld. Petrus kent de titel “Heere” toe aan Jezus. Jezus is immers Gods eniggeboren Zoon.
De zinsnede “gered worden” moet tegen de achtergrond van het voorafgaande worden gezien. “Gered worden”, dat betekent dus ontkomen aan de rampen die God bij monde van de profeet Joël heeft laten aankondigen. Het Griekse werkwoord betekent letterlijk “in het leven behouden”. Degenen die de Naam van de Heere aanroepen, die hebben het eeuwige leven. Zij worden dus uiteindelijk verlost van elke ramp en pijn. Allen die de Naam van Jezus aanroepen, die zijn voor altijd gered. Allen die aanvaarden dat Jezus hun Verlosser is, zullen eeuwig leven. Dat geldt niet alleen de Joden, maar dat geldt voor elk mens.
De bewijzen van de goddelijke zending van Jezus liggen er. Petrus zegt rechtstreeks tegen de Joden in Jeruzalem dat zij Jezus om het leven hebben gebracht. De Romeinse bijdrage aan deze gebeurtenis wordt nu even door Petrus geparkeerd. Maar tegelijkertijd heeft God Zijn eigen doel met de kruisiging van Jezus.
God heeft met de opstanding van Jezus laten zien dat Hij anders oordeelt dan degenen die Hem hebben laten kruisigen. God heeft Jezus uit de dood opgewekt en daarmee laat God zien dat het recht aan de kant van Jezus is. Jezus was totaal onschuldig aan de kruisdood. Maar Hij heeft met de kruisdood wel verzoening tussen God en mens bewerkstelligd.
Jezus is door Gods rechterhand verhoogd. God is de handelende persoon in de opstanding en de verhoging van Jezus. Dat zijn grote daden van God. Over deze daden spreken de 12 apostelen op het Pinksterfeest in Jeruzalem. En laten ook wij daarover spreken. Wij hebben een God, Die leeft. Ja, God leeft zelfs eeuwig. God heeft Zijn werk in Jezus bevestigd. Daar is de uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren een duidelijk bewijs van. Het evangelie van Jezus Christus moet namelijk wereldwijd worden verkondigd. Jezus is als Mens naar de hemel gegaan. Jezus is namelijk Heere en Christus. Hij deelt in de goddelijke aanwezigheid. Omdat wij ons overgeven aan God, daarom bidt en pleit Jezus voor ons. Jezus laat ons niet los. Laat dat voor u, jou, mij een troost en bemoediging zijn. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Machiel Lock, 28 mei 2023

woensdag 26 april 2023

De verschijning van Jezus aan het Meer van Tiberias

Afgelopen zondag was het de tweede zondag na Pasen 2023. Pasen is het feest van de opstanding van Jezus Christus uit de dood.

Het laatste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes vindt plaats op en bij het Meer van Tiberias. Dat meer ligt in de landstreek Galilea, het zuidelijk deel van Israël. Het Meer van Tiberias wordt ook wel het Meer van Galilea genoemd. Johannes 21 speelt zich af tussen de opstanding van Jezus en de hemelvaart van Jezus. Jezus doet dan als de verrezen Heere een messiaanse zelfopenbaring.

Veel uitleggers zien in Johannes 21:1-14 een herinnering aan een eerdere gebeurtenis. Namelijk aan een eerdere wonderlijke visvangst. En in die wonderlijke visvangst hadden Petrus en zijn metgezellen geleerd dat zij mensen moeten vangen in de dienst van Jezus Christus. We lezen daarover in Lukas 5:1-11. In Johannes 21:1-14 lezen we ook over gevangen vissen. Die vissen zijn bestemd voor een maaltijd.

In Johannes 21:1-14 lezen we over zeven – van de in totaal elf – discipelen van Jezus: Simon Petrus, Thomas, Nathanaël, de zoons van Zebedeüs – dat Jakobus en Johannes –, en twee anderen. Simon Petrus neemt het initiatief om te gaan vissen. Zijn vissershart gaat spreken. Dat hij gaat vissen, betekent niet dat hij zijn apostelambt neerlegt. Simon Petrus wil even op adem komen. Maar hij stopt gelukkig echt niet met de missie om mensen in te winnen voor Christus. De andere zes discipelen gaan met Petrus mee vissen.

De nacht is de beste tijd om te gaan vissen, omdat dan een veel grotere vangst te verwachten valt. De zeven discipelen werken ook deze nacht heel hard, maar toch vangen ze deze keer de gehele nacht niets. En ’s ochtends, na de nacht, zien ze in de verte Iemand aan de oever van het Meer van Tiberias staan. Maar ze herkennen Hem niet. Het is Jezus. Jezus is opgestaan uit de dood. Jezus vraagt aan de zeven mannen of ze wat broodbeleg hebben. Jezus geeft hierin een voorbeeld voor ons. Is het niet van belang om waar mogelijk arme mensen te voeden?

Jezus informeert Zijn discipelen naar de vangst van de afgelopen nacht. Maar de discipelen hebben niets gevangen. Ervaren vissersmannen lijken nu dus droog brood te moeten eten, zonder broodbeleg. De vissers op het Meer van Tiberias worden geconfronteerd met hun eigen onmacht.

Maar de Heiland geeft de discipelen instructie. Jezus zegt namelijk tegen hen: “Werp het net aan de rechterkant van de boot uit, dan zul je vinden.” Het vissersnet uitwerpen aan de rechterkant is niet de logische kant. Als ervaren vissersmannen weten ze dat als je het visnet links uitwerpt, dat de kans dan veel groter is dat je vis vangt. Maar Christus laat opnieuw Zijn bovennatuurlijke en goddelijke kracht zien. Hij zorgt ervoor dat de discipelen enorm veel vissen vangen aan de rechterkant van de boot.

Door de enorme hoeveelheid vissen kunnen de discipelen het net niet ophalen om het in de boot te legen. Johannes herkent nu dat het de opgestane Heere is Die hen toespreekt. Johannes zegt dat tegen Simon Petrus. Simon Petrus springt vervolgens het water in om naar de oever te zwemmen. De zes andere discipelen komen naar Jezus toe varen. Ze slepen het net vol vissen achter zich, totdat ze aan land zijn. Er blijken maar liefst 153 grote vissen in het net te zitten.

Jezus heeft de gevangen vissen van de discipelen voor Zichzelf niet nodig. Op het houtskoolvuur aan de oever lag immers al gebakken vis en geroosterd brood. Jezus vraagt Zijn discipelen wat van de vissen te brengen die ze zojuist hebben gevangen. Petrus voert de opdracht van Jezus uit om wat van de gevangen vissen te brengen. Zoals altijd in dit gezelschap als Jezus erbij is, is Jezus de Gastheer. Jezus gaat het voedsel verdelen. Eerder op de dag realiseerden de discipelen zich niet dat Jezus vanaf de oever tot hen sprak. Maar nu begrijpen ze dat het de Heere is Die maaltijd met hen houdt.

Er staat in Johannes 21 dat Jezus Zich voor de derde keer na de opstanding aan Zijn discipelen openbaart. Zo krijgen de discipelen opnieuw een bevestiging van het feit dat Jezus is opgestaan uit de dood. De nadruk in Johannes 21:1-14 valt op de 153 vissen die de discipelen hebben gevangen. Ze zullen namelijk zodra ze gaan evangeliseren, de kracht van Christus ervaren. Hun preken over de opgestane Christus zal vrucht dragen.

Dat het vissersnet van de zeven discipelen niet breekt, kan een diepere betekenis hebben. Namelijk dat alle ware gelovigen in Christus één lichaam vormen. Daar is een opdracht aan gekoppeld voor ons: zie alle ware gelovigen als leden van het ene lichaam Jezus Christus. En dat het vissersnet overvol is, ook daar zit naar mijn overtuiging een opdracht in voor ons: bereik zoveel mensen met het evangelie van Christus. Kijk daarbij niet naar iemands huidskleur, ras, geaardheid of wat dan ook. Want elk mens is een schepsel van God.

Maak zoveel mogelijk mensen bekend met de blijde boodschap van Christus. Hoe? Door ze te vertellen dat God een overvloed van genade schenkt in Zijn Zoon, Jezus Christus. Een overvloed die we hier op aarde niet geheel kunnen bevatten. Net zoals de discipelen het net met die 153 vissen niet aan boord van de boot konden krijgen. Zo kunnen wij het op aarde niet helemaal bevatten hoe gelukkig je bent als je door het geloof op de verhoogde Christus ziet.

Machiel Lock, woensdag 26 april 2023.

maandag 3 april 2023

Palmpasen

De laatste zondag voor Pasen wordt ook wel Palmzondag oftewel Palmpasen genoemd. Gisteren was het dus Palmpasen 2023. We zijn deze week de Stille Week ingegaan richting Pasen. Volgende week zondag en maandag is het Pasen 2023. Pasen is het feest van de opstanding van Jezus uit de dood. Palmpasen is het feest van de intocht van Jezus in Jeruzalem. We lezen over deze gebeurtenis in de Bijbel, zie: Mattheüs 21:1-11, Markus 11:1-11, Lukas 19:28-38 en Johannes 12:12-19.

Er is een grote menigte pelgrims naar Jeruzalem gekomen vanwege het Paschafeest. Tijdens het jaarlijkse Pascha werd de uittocht van het volk Israël uit Egypte herdacht. Daarmee kwam destijds de bevrijding uit de slavernij.
Jezus brengt de nacht van zaterdag op zondag door in Bethanië. Op zondag gaat Jezus naar Jeruzalem, een reis van ongeveer 3 km. Jezus gaat uit eigen beweging naar Jeruzalem met als doel om daar uiteindelijk vrijwillig te sterven. De gerechtigheid van God vraagt namelijk om een offer van gehoorzaamheid. Maar voordat Jezus naar het kruis wordt gesleept, wil Hij eerst plechtig door het volk worden erkend als hun Koning.
Bij de pelgrims die bijeengekomen zijn in Jeruzalem om Pascha te vieren, zien we een grote vurigheid om Jezus feestelijk te onthalen. Zij zijn door de kracht van de Heilige Geest overtuigd geraakt dat Jezus de Gezalfde met een hoofdletter is. Ze geloven dus dat Jezus de Messias is. Deze mensen halen Jezus vorstelijk binnen in Jeruzalem. Velen van deze mensen spreiden hun kleren op de weg waarover Jezus gaat lopen. Ook spreiden mensen takken van de bomen op de weg waarover Jezus gaat lopen.
De palm was het symbool van overwinning. Maar in het oude Israël was het ook gewoon om takken van palmbomen te gebruiken om daarmee aan iemand koninklijke macht toe te schrijven. De mensen roepen naar Jezus: “Hosanna! Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere, Hij is immers de Koning van Israël!” Deze uitroep van lof komt uit Psalm 118. De mensen laten blijken dat ze Jezus zien als de door God beloofde Koning van Israël. De uitroep “Hosanna” betekent: “Red alstublieft!" Maar de uitroep “Hosanna” is ook een begroeting geworden en zelfs een uiting van lof.
Jezus damt alle overspannen verwachtingen van het volk in door verder te rijden op een jonge ezelsveulen. Dat dier komt overeen met het ezelsveulen uit de profetie van Zacharia 9. In Zacharia 9 klinkt de boodschap van een heraut die zich richt tot de inwoners van de hoofdstad van Israël, Jeruzalem. Deze heraut wekt de bewoners van Jeruzalem op om de komende koning feestelijk te onthalen. Gods eniggeboren Zoon, Jezus, is niet primair naar de aarde gekomen om Israël te bevrijden van het juk van de Romeinen. Hij is primair gekomen voor iets ontelbaar belangrijkers: om vrede tussen God en de mens te bewerkstelligen.
Een ezel is geen oorlogspaard. Een ezel is een koninklijk rijdier in vredestijd. Jezus ontkent niet de beloofde Koning van Israël te zijn. Alleen benadrukt Jezus wel dat Israëls Koning een Vredevorst is. Oorlog maakt veel kapot. Streef daarom steeds naar vrede tussen u en uw medemens. Jezus komt niet met angstaanjagend wapengekletter Jeruzalem binnen. Jezus Christus komt als een hooggeplaatste die tegelijkertijd uitblinkt in nederigheid.
De route van de overwinningsmars van Jezus liep niet via het slagveld. Die overwinningsmars verliep via het kruis. Jezus reed op Zijn ezel namelijk Zijn dood tegemoet. Toch zou Hij met Pasen de grote Overwinnaar worden.
Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem zijn er twee groepen mensen: één groep mensen die vanuit Jeruzalem Jezus tegemoet kwam en één groep mensen die vanuit Bethanië Jezus achternaliep. De menigte vanuit Bethanië kon uit eigen ervaring getuigen hoe Lazarus door Jezus uit het graf was geroepen tot het leven. De menigte vanuit Jeruzalem heeft Jezus vorstelijk ingehaald. Die menigte had namelijk in Jeruzalem gehoord dat Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt. Van alle kanten klinkt bij de intocht van Jezus in Jeruzalem grote bewondering voor Jezus.
Jezus is het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald. Als je van dit brood eet, zul je leven in eeuwigheid. Het brood dat Jezus geeft, is Zijn lichaam. Jezus heeft Zijn lichaam aan het kruis gegeven voor het leven van de wereld. Vertrouw daarop. Dan gaat u als een gezegend mens door het leven. Ik wens u een gezegende Stille Week toe.

Machiel Lock, 3 april 2023.

zaterdag 28 januari 2023

Het leven van Job

In het kader van het houden van een overdenking heb ik me vorige week in het bijzonder beziggehouden met het Oudtestamentische Bijbelboek Job.

In het land Uz woont een man die Job heet. Hij is rechtschapen en onberispelijk. Hij heeft ontzag voor God en hij mijdt het kwaad. Job heeft zeven zoons en drie dochters. Hij bezit 7000 schapen en geiten, 3000 kamelen, 500 span runderen, 500 ezelinnen, en een groot aantal slaven en slavinnen. Hij is de aanzienlijkste man van het oosten.
De satan is de tegenstander van God. Op een gegeven moment beweert de satan richting God dat Job vroom is, alleen omdat het Job voor de wind gaat. God ontkent dat. Job is weliswaar een voorbeeldige man, omdat hij trouw de HEERE God dient. Maar Jobs voorspoed is daar niet de reden van. God staat de satan toe om Job op de proef te stellen. De satan begint Job met de ene na de andere tegenslag te treffen. Job verliest daardoor zijn hele veestapel, al zijn bezittingen en zijn kinderen. Toch maakt Job geen enkel verwijt richting God.
De satan lijkt de strijd verloren te hebben. Toch geeft God aan de satan ook nog toestemming om het lichaam van Job te treffen. Het gehele lichaam van Job wordt overdekt met etterende zweren. De vrouw van Job begrijpt niet waarom haar man nog steeds vertrouwen heeft in God. Echter, Job antwoordt zijn vrouw: “Je woorden zijn als die van een dwaas. Het goede aanvaarden we van God. Zouden we het kwade dan (ineens) niet aanvaarden?”
Vervolgens vervloekt Job de dag van zijn geboorte. Daarna komen drie vrienden van Job hun medeleven aan Job betuigen. Deze drie vrienden heten Elifaz, Bildad en Sofar. Zeven dagen en zeven nachten blijven ze bij Job op de mesthoop zitten, zonder ook maar één woord te zeggen. Ze zien hoe Job vreselijk lijdt. Daarna raken de drie vrienden met elkaar in gesprek. De vrienden menen dat het lijden van Job een straf is vanwege de zonden van Job. Maar Job ontkent dit. Job maakt duidelijk dat oprechtheid geen garantie geeft voor voorspoed in dit leven, net zoals boosheid niet altijd bestraft wordt met tegenslag in dit leven.
Uiteindelijk probeert Job zijn onschuld aan te tonen voor God. Vervolgens neemt een vierde man het woord. Hij heet Elihu. Hij zegt dat alle lijden bedoeld is om de mens te zuiveren. Als de mens zich laat terechtwijzen door God, dan redt God die mens. Dat maakt Elihu duidelijk. Elihu roept Job op om het ongeluk te verdragen. Elihu roept Job op om het werk van God te prijzen! Elihu zegt dat God niet omziet naar degenen die zichzelf voor wijs houden. Daarna antwoordt God vanuit een storm aan Job. God maakt Job duidelijk dat de mens Gods besluiten niet kan doorgronden. Daarop erkent Job dit nederig aan God.
Job bidt voor zijn drie vrienden. Daarna zorgt God ervoor dat Job zijn vroegere welstand terugkrijgt. De HEERE zegent Job op aarde nu nog meer dan eerder het geval was. Job krijgt 14.000 schapen en geiten, 6000 kamelen, 1000 span runderen en 1000 ezelinnen. Dat is dus precies twee keer zoveel als wat hij eerst had. Ook krijgt Job opnieuw zeven zoons en drie dochters. Hierna leeft Job nog 140 jaar en hij ziet zijn kinderen en kleinkinderen opgroeien. In het Nieuwe Testament wordt Job genoemd in de brief van Jakobus. Jakobus schrijft dat zijn lezers hebben gehoord over de standvastigheid van Job. De lezers van Jakobus weten welke uitkomst de Heere toen aan Job heeft gegeven, de Heere is immers liefdevol en barmhartig.
In Job 19:25 zegt Job: "Mijn Verlosser leeft." De overtuiging van Job is dat hij God zal zien als de Verdediger in zijn rechtszaak. Job maakt duidelijk dat hij vanuit zijn zwakke, uitgemergelde lichaam Gods verschijning zal zien. God zal Job dan rechtvaardigen in het bijzijn van Jobs volksgenoten.
God Zelf identificeerde Zich met het lijden van Job. God heeft dat tot uiting laten komen in het lijden van Zijn Zoon, Jezus Christus. Jezus heeft tot aan Zijn dood toe geleden. Dat terwijl Jezus onschuldig was. Jezus overwon Zijn smadelijke dood door op te staan uit het graf. Jezus is de bloedverwant-verlosser van de mensheid. Jezus verzekert in Zijn overwinning de verlossing voor allen die in Hem geloven. De volgelingen van Jezus kunnen in dit leven lijden ervaren. Ook onschuldig lijden, als je bijvoorbeeld vanwege je geloof een bepaalde baan niet mag uitoefenen en je dus gediscrimineerd wordt. Of als je vanwege je geloof uitgelachen wordt door andere mensen. Dan lijdt je net als Job onschuldig.
Toch mag een kind van God weten: “Jezus is mijn Verlosser. Jezus is de Pleitbezorger bij God de Vader.” Wij als gelovigen weten dat er Iemand is door Wie we verlossing van al het lijden ontvangen: Jezus. Ook al zie je die verlossing in dit leven misschien nog niet zo duidelijk, maar in het hiernamaals zal er geen enkele pijn meer zijn. En nog belangrijker is: Jezus verlost ons van onze schuld. Broeders en zusters, geloof dus dat Jezus uw Verlosser is, en houd daaraan vast!

Machiel Lock
januari 2023

zaterdag 22 oktober 2022

Het zevende gebod: "U mag niet echtbreken"

Over veel onderwerpen heb ik inmiddels al geschreven. Ditmaal schrijf ik over een zeer gevoelig onderwerp, namelijk over echtscheiding. Overigens verneem ik daar ook graag uw gedachten over. Met echtscheiding wordt een burgerlijk huwelijk tussen twee personen beëindigd. Dat is altijd pijnlijk, want een huwelijk is een verbond van een samenlevingsvorm tussen twee personen, en juist dat wordt met een echtscheiding verbroken. Zeker als er uit een huwelijk kinderen zijn geboren, kan een echtscheiding extra pijnlijk zijn. De kinderen hebben hun ouders niet meer als eenheid. Scheidingen kunnen als gevolg hebben dat mensen elkaar niet meer willen zien of spreken. Zo'n ontwikkeling mag nooit de bedoeling zijn. Ook na een scheiding geldt dat we de ander dienen lief te hebben. In het proces om tot een huwelijk te komen, moet de betreffende jongen of het betreffende meisje goed letten op de communicatie met zijn of haar vriend(in) en op het geestelijke leven van zijn of haar vriend(in). Dat kan een goede indicatie zijn of een huwelijk tussen beiden goed of niet. Het verbod op echtbreuk is het 7e gebod van de Tien Geboden (zie Exodus 20:14, vergelijk ook met Deuteronomium 5:18).
Laatst sprak ik met iemand over het onderwerp “overspel”. Overspel is het hebben van een (seksuele) relatie met een iemand anders dan je getrouwde partner, zonder dat laatstgenoemde daarvoor toestemming heeft gegeven. Degene die ik sprak, zei dat als je overspel pleegt, je altijd een overspeler blijft zolang je met degene getrouwd bent met wie je overspel hebt gepleegd. Het spreekwoord "Eens een dief, altijd een dief" acht hij niet correct. Want als je niet meer steelt, ben je geen dief meer. Daar ben ik het mee eens, maar geldt dat ook niet voor overspel? Elke zonde kan toch immers vergeven worden zolang wij hier op aarde zijn? Natuurlijk niet om expres te zondigen, want juist een christen wil niets liever dan leven tot eer van God en daarin past geen enkele zonde.
In de gelijkenis die Jezus vertelt over de Farizeeër en de tollenaar, zegt de Farizeeër in zijn gebed tot God: “Ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar." Zit er nog verschil in tussen overspel en diefstal? Zowel overspel en diefstal zijn verkeerd. Je mag het bezit van een ander niet afpakken. En een man of een vrouw die van zijn of haar partner scheidt en met een ander trouwt, pleegt overspel. Dat is ook niet toegestaan.
Geeft Jezus in Mattheüs 5:32 en 19:9 een grond voor echtscheiding? Jezus zegt dat wie zijn vrouw verlaat om een andere reden dan hoererij, en met een ander trouwt, overspel pleegt, en wie met de verstoten vrouw trouwt, die pleegt ook overspel. De man veroorzaakt daarmee tegelijkertijd dat zijn vrouw overspel pleegt. Waarom zegt Jezus: "om een andere reden dan hoererij"? Kan er dan toch een goede grond zijn voor een echtscheiding? De Farizeeën lijken te denken dat Mozes in Deuteronomium 24:1-4 echtscheiding gebiedt. Maar Jezus haalt Genesis 1 en 2 aan. Gods oorspronkelijke doel van het huwelijk is een verbond tussen een man en een vrouw. Dat maakt Jezus duidelijk. Man en vrouw zijn dan samen één vlees. Mozes stond echtscheiding toe als er een echtscheidingsbrief werd geschreven. Zo’n middel was een soort oplossing voor het geval het misging in een huwelijk tussen man en vrouw. Dat was vanwege de hardheid van het volk. Mozes stelde de brief in als mogelijkheid voor een man om zo wettig van zijn vrouw te scheiden. Maar Jezus draait dit terug. Seksuele ontrouw (hoererij) is de enige toegestane grond om een huwelijk te ontbinden. Maar in zo’n geval is er al een eerste aanzet tot echtbreuk. Als je getrouwd bent met een man of een vrouw en je hebt seksuele gemeenschap met een ander, dan ben je je eigen man of vrouw niet trouw. Ontrouw is en blijft ontrouw. Dus is dat verkeerd. Dat betekent niet dat je daar geen vergeving voor kan ontvangen. Er is vergeving voor seksuele ontrouw. Als je daar berouw over hebt, dan mag je een nieuw huwelijk aangaan.
Paulus gaat nog verder door op dit onderwerp, in 1 Korinthe 7:10-16. Zelfs als je man of je vrouw geen christen is, moet dat huwelijk gewoon in stand blijven. Maar als je ongelovige partner dan toch besluit om niet met je verder te gaan, ja, dan moet dat maar gebeuren. En dan mag je trouwen met iemand anders. Ook als je door je partner wordt misbruikt, kan dat leiden tot echtscheiding. Ook al lezen we er in de Bijbel niets over wat er dan moet gebeuren. Maar situaties kunnen dusdanig zijn dat er een echtscheiding moet plaatsvinden. Ook al blijft het een zonde. En is de zonde ook de aanleiding geweest tot die scheiding. Maar alle verkeerde dingen kunnen vergeven worden als we er berouw over hebben en God om vergeving vragen.

Machiel Lock
oktober 2022

maandag 8 augustus 2022

Het duizendjarig vrederijk

In het slot van Romeinen 8 lezen we dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, Gods eniggeboren Zoon. In Christus zijn wij meer dan overwinnaars. Omdat Christus, de Gezalfde met een hoofdletter, alles heeft volbracht wat nodig is voor onze eeuwige zaligheid. Ik moet ook denken aan wat we lezen in het slot van 1 Korinthiërs 15: God geeft ons de overwinning door onze Heere Jezus Christus. Als opvolger van Mozes zal Jozua de diepere bedoeling van het ingaan in het Beloofde Land Kanaän hebben begrepen. Dat ingaan staat symbool voor het ingaan in de hemelse heerlijkheid. Het hemelse Kanaän is nog veel rijker dan het aardse Kanaän. Door het geloof in Jezus komen wij in het hemelse Kanaän. De namen Jozua en Jezus betekenen hetzelfde. Jozua is Hebreeuws en deze naam betekent: “God redt”. De Griekse vorm van de naam Jozua is Jezus: “Jahweh is Redder”.

Jezus zal eenmaal terugkomen op de wolken van de hemel. In Mattheüs 24 lezen we hierover. Jezus kondigt het precieze moment van Zijn wederkomst dus niet aan. Na een grote verdrukking zal de zon verduisterd worden en de maan haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen uit de hemel vallen, en de krachten van de hemel zullen bewogen worden. Alle mensen op aarde zullen er emotioneel op reageren. Iedereen ziet dan de Mensenzoon, Jezus, op de wolken van de hemel komen. Hij komt met grote kracht en heerlijkheid. De Mensenzoon zal de engelen over de gehele aarde sturen. De engelen blazen op hun trompetten en ze verzamelen alle mensen die geloven dat Jezus de Redder is.

Een bepaalde stroming in het christendom is het chiliasme. Heeft deze stroming gelijk? Ergens ben ik wel benieuwd hoe u/jij hiertegen aankijkt. Het hangt ervan hoe je Openbaring 20:1-6 interpreteert. Daarin staat de profetie over de wederkomst van Jezus beschreven. De wederkomst zal plaatsvinden na een tijd van geloofsvervolging. De satan is Gods grote tegenstander. Een engel uit de hemel bindt de satan voor 1000 jaar lang vast en werpt hem in de afgrond, zodat de satan de volken niet kan misleiden. Na 1000 jaar zal de satan nog heel even worden losgelaten om vervolgens in de poel van vuur en zwavel geworpen te worden. Daarna zal er het laatste oordeel zijn.

Prechiliasten oftewel premillennialisten geloven dat Christus eerst terugkomt en dat daarna het 1000-jarig vrederijk aanbreekt. Zij geloven dat het een letterlijke periode van 1000 jaar is waarin Christus op aarde zal regeren als een lichamelijk aanwezige Koning. De opgestane gelovigen zullen dan samen met Christus regeren. De opgestane gelovigen, daarmee bedoel ik de gelovigen die al lichamelijk gestorven waren en dus uit die dood zijn opgewekt. De postchiliasten oftewel de postmillennialisten geloven dat Christus zal terugkeren na de periode van 1000 jaar. In die periode van 1000 jaar is Christus volgens de postchiliasten dus niet lichamelijk op aarde. Beide groepen gaan ervan uit dat in het 1000-jarig vrederijk in 1000 jaar tijd het evangelie zo krachtig verspreid wordt dat vrede en gerechtigheid op aarde zullen heersen. Ook al is de zonde niet geheel weg op aarde, die zal wel heel minimaal zijn. Amillennialisten geloven dat de 1000 jaar niet letterlijk opgevat moet worden, maar dat Jezus al bij Zijn eerste komst als Mens op aarde de satan gebonden heeft. Ze geloven dat de 1000 jaar verwijst naar de verspreiding van het evangelie van Christus in deze tegenwoordige tijd, totdat Christus terugkomt. De Bijbel geeft niet direct antwoord op de vraag welke van de drie visies de ware is. Persoonlijk ga ik ervanuit dat het amillennialisme het meest voor de hand ligt. Het getal “duizend” heeft in de Bijbel namelijk vaker een symbolische betekenis. Bijvoorbeeld in Psalm 105 lezen we dat God tot in duizend generaties aan Zijn beloften gedenkt. Hier gaat het niet om letterlijk duizend generaties, maar om een zeer groot getal. Besef dat u, jij en ik altijd klaar moeten staan voor de komst van de Mensenzoon.

Wat een rijkdom is er in Christus te vinden, broeders en zusters. Omhels Hem door het geloof. Dan erken je dat Christus Zijn leven heeft gegeven voor jou, om voor je zonden te betalen. Dan bent u, dan ben jij werkelijk gelukkig.


Machiel Lock

augustus 2022

dinsdag 19 juli 2022

Vakantiemeditatie over Mattheüs 17:5

Voor u/jou hierbij mijn vakantiemeditatie in 2022 over Mattheüs 17:5.

Het thema van deze meditatie is: “Het hemels getuigenis, dat Jezus centraal stelt”.
Broeders en zusters,
Bent u wel eens op een berg geweest? Misschien wel eens tijdens een vakantie. De zomervakantie is weer aangebroken. Misschien kies je deze zomer wel een vakantiebestemming waarin in de regio een berg is of meerdere bergen zijn. Nederland heeft geen of nauwelijks bergen. Wel zijn er zo her en der heuvels in Nederland, met name in Zuid-Limburg. Tenzij je een heuvel ook een berg noemt natuurlijk. Bij een berg denk je toch al snel aan een klein gebiedje dat veel hoger uitsteekt dan zijn omgeving. Vaak ligt er ook sneeuw op een berg. Als je spreekt over een berg, dan is dat vaak een klein gebiedje dat zich minstens 300 meter boven zijn omgeving verheft. Een verheffing die onder die 300 meter zit, noemen we meestal een heuvel. Hoge bergen zijn er bijvoorbeeld in Zwitserland. Daar zijn zelfs bergen van 4,5 kilometer hoog of nog hoger. Als je een serieuze bergwandeling gaat maken, dan moet je je daarop voorbereiden. Zo moet je een goede wandelkaart hebben en geschikte wandelkleding aanhebben. Sommige bergen zijn het beste te beklimmen onder leiding van een gids. Anders is het te gevaarlijk om zo’n berg te beklimmen.
Vanmorgen worden we in het evangelie naar Mattheüs meegenomen naar een berg. Jezus neemt drie van Zijn discipelen mee naar een hoge berg. Die drie discipelen zijn Petrus en de broers Jakobus en Johannes. Op de berg gebeurt er iets heel wonderlijks. Iets unieks in de bediening van Jezus als Mens op aarde. Jezus wordt op de berg voor de ogen van de drie discipelen helemaal van gedaante veranderd. Hij wordt verheerlijkt. In het Grieks lezen we dat Jezus een metamorfose ondergaat. Nou, het woord “metamorfose” kennen we wel, denk ik. Een metamorfose is een complete verandering van uiterlijk. Het gezicht van Jezus gaat stralen als de zon en de kleren van Jezus worden wit als het licht. Nou, ik weet niet of en zo ja, waarheen u/jij deze zomer op vakantie gaat. Misschien wel een plek waar het altijd warm is en vaak de zon schijnt. Deze week is het hier in Nederland tropisch warm. Dan zitten we vaak binnen of in de schaduw. We lezen het niet letterlijk, maar ik kan me wel zo voorstellen dat de discipelen van Jezus op een gegeven moment ook bescherming tegen het felle licht hebben gezocht toen ze het gezicht en de kleren van hun Meester zo zagen schitteren.
Petrus, Jakobus en Johannes zien dat Mozes en Elia met Jezus spreken. Blijkbaar zien de drie discipelen dat, omdat God dat aan hen heeft geopenbaard. Maar hoe kan dat nu? Mozes en Elia zijn toch allang overleden? Het zijn mannen die leefden ten tijde van het Oude Testament. Zijn het wel echt Mozes en Elia die dan blijkbaar teruggekomen zijn naar de aarde om met Jezus te spreken? Ja, ze zijn het echt. Omdat God het wil. Daarom komen ze even terug naar de aarde om overleg te houden met Jezus. Maar waarover hebben Mozes en Elia het? Lukas maakt dat concreet. Mozes en Elia verschijnen in heerlijkheid en spreken over het sterven van Jezus.
Maar waarom zijn het Mozes en Elia, die met Christus spreken? Beiden, Mozes en Elia, werden geassocieerd met de berg Sinaï. Op de berg Sinaï ontving Mozes de Tien Geboden van God. Horeb is een andere naam voor Sinaï. Elia kreeg op de berg Horeb een directe openbaring van de HEERE. God liet Zijn aanwezigheid aan Elia zien door het suizen van een zachte stilte. Elia werd rechtstreeks naar de hemel gebracht zonder te sterven. Mozes en Elia zijn in ieder geval twee beroemde profeten uit het Oude Testament. Twee voorbeeldige profeten ook, want ze wandelden naar Gods geboden. Het is daarom wel duidelijk dat de aanwezigheid van Mozes en Elia hier iets aanduidt van de grootheid van Jezus. Dat gelooft Petrus ook, maar het is blijkbaar juist deze gedachtegang die Petrus brengt op zijn goedbedoelde, maar toch verkeerde voorstel.
Blijkbaar voelt Petrus dat er een reactie van zijn kant nodig zou zijn. Petrus zegt tegen Jezus dat het goed is dat hij, en Jezus en Mozes en Elia hier zijn. Hij stelt voor om “drie tenten” te maken. Waarschijnlijk bedoelt Petrus kleine hutjes die gemaakt zijn van takken. Waarschijnlijk wil Petrus hiermee niet de gastvrijheid van een overnachting bieden en ook niet zijn de angst langer laten duren. Petrus bedoelt zijn voorstel waarschijnlijk als een soort eregebaar, een herdenking van de opmerkelijke gebeurtenis op de berg. Petrus wil soortement drie heiligdommen maken. Die heiligdommen zouden dan de gemeenschap tussen hemel en aarde moeten symboliseren, een gemeenschap die vertegenwoordigd zou worden door Jezus, Mozes en Elia.
Hoe goed het voorstel van Petrus ook is, het suggereert het ondenkbare: dat Mozes en Elia op hetzelfde niveau zouden staan als Jezus. Maar in werkelijkheid is alleen Jezus de geliefde eniggeboren Zoon van God, en alleen Jezus moet volkomen gehoorzaamd worden. Als Jezus de drie leerlingen heeft bemoedigd, slaan de drie leerlingen hun ogen op en zien ze niemand anders dan Jezus alleen.
De evangelist Lukas schrijft dat Jezus de gedaanteverandering ondergaat terwijl Jezus aan het bidden is. En uit de context kunnen we wel afleiden dat Jezus gebeden heeft om wat Hij nu heeft verkregen: dat Zijn Godheid zichtbaar zal worden. Jezus heeft tijdens Zijn bediening al duidelijk gemaakt dat Hij en de Vader één zijn. En Jezus geeft een voorbeeld voor ons. Want bidden wij wel? Bidt u, bid jij en bid ik om steeds meer gelijk te worden aan het beeld van Gods Zoon? Tijdens de verheerlijking op de berg wordt de heerlijkheid van Gods Zoon voor een groot deel onthuld. Jezus had hier op aarde tot aan Zijn sterven geen verheerlijkt lichaam. Hij had toen een “gewoon” menselijk lichaam. Dat wil zeggen: een sterfelijk lichaam. Maar tijdens de verheerlijking op de berg wordt dat even anders. Er wordt een tipje van de sluier opgelicht. Want als Jezus na de kruisiging opstaat uit de dood, heeft Hij opnieuw een verheerlijkt lichaam. Dat is een onsterfelijk lichaam. Dat gegeven is ook heel belangrijk voor ons geloofsleven, broeders en zusters.
Vanuit Filippenzen 3:21 weten we dat de Heere Jezus Christus het vernederd lichaam van de gelovigen in het hiernamaals zal veranderen, zodat dat lichaam gelijkgemaakt wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam. Het vernederd lichaam is het lichaam dat aangetast is door het menselijk falen. De gelijkstelling aan het verheerlijkt lichaam van Jezus is het lichaam dat geheel beantwoordt aan het doel waartoe God de mens heeft geschapen: om God te loven en te prijzen. Dit lichaam mogen we ook wel een geestelijk lichaam noemen. Een geestelijk lichaam staat tegenover een natuurlijk lichaam.
Rechtstreeks uit de wolk van de goddelijke aanwezigheid komt nog een verrassende gebeurtenis: de stem van God wordt gehoord vanuit de wolk. Deze stem zegt over Jezus: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb, luister naar Hem!” Wie Bijbelvast is, weet bij welke gebeurtenis een groot deel van deze woorden ook heeft geklonken. Bij de doop van Jezus. Nu met de verheerlijking op de berg klinkt er ook nog: “Luister naar Hem”. Dus: “Luister naar Jezus”. Die opdracht krijgen Petrus, Jakobus en Johannes. En niet alleen zij. Want iedereen krijgt de opdracht om naar Jezus te luisteren, ook u, jij en ik.
Christus onderging het water van de Jordaan niet als zondaar, omdat Hij dat niet is. Maar Hij onderging het als Middelaar. Dat betuigde de Vader vanuit de hemel. Toen Jezus gedoopt werd, daalde de Geest van God op Hem neer. Jezus schenkt de Heilige Geest aan degenen die zich arm en ellendig voelen vanwege hun eigen fouten. Christus schenkt de Heilige Geest aan degenen die de toevlucht nemen tot de drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het geloof is toevluchtnemend van aard. Het gaat erom dat je Gods Woord voor waar aanvaardt en erop vertrouwt dat je zonden zijn vergeven, omdat Christus Zijn leven heeft gegeven voor jou. Dat gaat altijd samen op met de praktische consequenties die dat heeft. Dus geloof gaat samen op met bekering. De nieuwe mens dient Christus en wil niets liever dan leven tot eer van God. Dat komt concreet tot uiting in het leven volgens de Tien Geboden en de samenvatting daarvan.
Als de discipelen van Jezus de stem van God horen, vallen ze op hun gezicht, gedeeltelijk in angst en gedeeltelijk in aanbidding. Juist omdat ze de stem van God zo direct horen, worden ze bang. Jezus gaat naar Petrus, Jakobus en Johannes toe, Hij raakt hen aan en Hij zegt dat ze op moeten staan en niet bang moeten zijn. Jezus is het echt, geen geestverschijning of iets dergelijks.
Tijdens het moment dat Jezus samen met Zijn discipelen de berg afdaalt, gebiedt Jezus Zijn discipelen: “Vertel niemand van wat u op de berg hebt gezien, totdat de Mensenzoon is opgewekt uit de doden.” In het Israël van die dagen hadden veel mensen een ander beeld van de Messias dan dat Jezus heeft. Velen dachten dat de Messias het volk Israël direct zou verlossen van het juk van de Romeinen. Maar dat is niet waar Jezus voor naar de aarde gekomen is. Zeker, de onafhankelijke status van Israël komt er wel. Maar dan wel op de tijd die God daarvoor heeft bestemd. Jezus zegt tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld.” Jezus is gekomen om Zijn volk zalig te maken van hun zonden. Nadat Jezus is opgestaan, zal de aard van de bediening van Jezus duidelijker zijn en kunnen de wonderen van Jezus in de juiste context worden verteld.
De bedieningen van Elia, Johannes en Jezus zijn nauw met elkaar verweven. Op zichzelf was Johannes niet Elia, maar Johannes kwam om te dienen in de geest van Elia. Johannes was de voorloper van Jezus. De bediening van Johannes was naar het voorbeeld van degene waarover Jesaja sprak. Diegene zal de weg van de HEERE bereiden. De joodse leiders hebben Johannes niet erkend en hebben met hem gedaan wat ze zelf wilden. Zo heeft ook de Mensenzoon, Jezus, geleden door toedoen van joodse leiders.
Maar nu zit Christus aan de rechterhand van de Vader. Daar pleit Hij voor Zijn gelovigen. Juist omdat Christus de weg is gegaan van kribbe naar kruis, is er eeuwige verlossing voor ons mogelijk. Eenmaal zal Jezus met grote kracht en heerlijkheid op de wolken van de hemel komen. Dan zal Jezus Zijn engelen uitzenden om Zijn uitverkorenen, Zijn gelovigen, bijeen te brengen. De gelovigen zijn op reis naar het nieuwe Jeruzalem, waar God alle tranen van hun ogen zal afwissen, waar geen dood meer zal zijn, waar geen rouw, waar geen jammerklacht en waar geen moeite zullen zijn. Als Jezus terugkomt, zal iedereen zich buigen in de Naam van Jezus. Voor degenen die hier in dit leven niet hebben gebogen voor Jezus, zal dat een buigen zijn tegen wil en dank. Worstelt u er nog mee of u tot het verkoren volk van God behoort? Ga ermee naar de Heere. Hij laat u zeker niet in steek. Je kunt Hem elk moment en waar ook maar ter wereld aanroepen. Waar je ook maar onderweg en op reis bent, Christus is overal aan te roepen. En Christus zegt: “Wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.” Is dat geen grote troost, broeders en zusters?

Machiel Lock
juli 2022